België kampioen!

Waarom België [geen] wereldkampioen wordt

Herman Brusselmans en Gunther Schepens

België wordt Wereldkampioen Voetbal 2014. Niet Brazilië, niet Duitsland en ook niet Nederland. Op 13 juli treden de Rode Duivels als de winnaars uit het strijdperk. Waar niemand rekening mee heeft gehouden, is dan een feit: België staat op de hoogste trede van het podium, de Belgische driekleur wappert in de top, de Brabançonne schalt door Estádio Maracanã in Rio de Janeiro.

Ondertussen zijn de Belgen zélf daar nog niet zo van overtuigd. Als gebruikelijk houden ze een slag om de arm, schreeuwen ze het niet van de daken, zijn ze al dolblij dat ze überhaupt aan dit WK mogen deelnemen. Altijd bescheiden, die Belgen! Het ligt ongetwijfeld aan de door eeuwen van onderdrukking geknede volksaard eerst de kat uit de boom te kijken, eerst maar eens te ‘zien’ hoe het balletje rolt. Het is een heel andere mentaliteit dan die van de Hollanders, die bij de eerste de beste – een beetje geflatteerde – overwinning de vlag uithangen, hun huis oranje schilderen en alvast voorbereidingen treffen voor de inhuldiging in Amsterdam (al dan niet met rondvaart door de grachten). Niemand in Nederland, zelfs geen enkel land in de wereld, houdt rekening met de Belgen. België Wereldkampioen, dat lijkt een antithese, een surrealistische grap, een aflevering van de strip Asterix en Obelix. En toch…

Zoals gezegd, zijn de Belgen zelf er absoluut niet zo van overtuigd, dat ze het in dit toernooi ver zullen schoppen. Hoewel ze inmiddels al als winnaar van groep H uit de bus zijn gerold, blijven ze zich halfslachtig opstellen als het gaat om de kansen op de beker. Nooit laten die patateters eens het achterste van hun tong zien, altijd is het zwart én wit, altijd vriest en dooit het tegelijkertijd, nooit is het eens mossel óf vis.

Dat geldt ook voor het boek dat oud-international Gunther Schepens en de ‘grootste schrijver’ van Vlaanderen, Herman Brusselmans schreven, over de kansen van België op het WK en dat in maart van dit jaar op de sites van de internetboekhandels en in de schappen van de gewone boekhandels opdook. De titel spreekt al boekdelen: Waarom België [geen] wereldkampioen wordt. Zelfs Brusselmans, die toch vaak en graag de knuppel in het hoenderhok gooit, neemt in het door hem geschreven voorwoord niet expliciet stelling als het over de kansen van de Rode Duivels gaat: ‘Zelf twijfel ik een beetje. Enerzijds denk ik: ja, het zou gerust kunnen dat we de Beker winnen, maar anderzijds redeneer ik: nee hoor, die Beker, dat is toch wat te hoog gegrepen voor Onze Jongens.’

Het hele boek toont dat halfslachtige, dat door en door genuanceerde. Schepens en Brusselmans reageren op zestien argumenten die om en om worden aangevoerd voor de stellingen ‘Waarom België wereldkampioen wordt’ en ‘Waarom België geen wereldkampioen wordt’. Schepens doet dat met veel en Brusselmans met iets minder verstand van zaken. Schepens geeft vooral informatie over de spelers, hun carrière, hun sterke en zwakke punten, en Brusselmans – zelf ooit een talentvolle voetballer – zorgt met de bekende flauwiteiten voor de vrolijke noot.

Beide auteurs zijn het erover eens dat België met Thibaut Courtois (Atlético Madrid) in het doel, Vincent Kompany (Manchester City) in het midden van de verdediging en Axel Witsel (Zenit Sint-Petersburg), Marouane Felliani (Manchester United) en Steven Defour (FC Porto) op het middenveld over een aantal wereldsterren beschikt… en als al die spelers in ‘goeden doen’ zijn, voegt Schepens daar typisch Belgisch aan toe, dan… dan… zou België weleens heel ver kunnen komen in het toernooi.

Het lijkt alsof beide auteurs het woord ‘wereldkampioen’ in combinatie met ‘België’ niet echt in de mond durven nemen. Slechts één keer valt Brusselmans uit de toon, één keer laat hij zich gaan, als hij de spelers oproept in eigen kunnen te geloven en tegen de buitenwereld te zeggen: ‘Hier zijn wij, de top van de wereld! Wij winnen de finale tegen Nederland met vijf-nul!’ Schepens schrikt daarvan en hamert erop dat de spelers vooral nuchter moeten blijven: ‘Reëel blijven is een grote kracht van de Rode Duivels, grote landen zullen België onderschatten en België zal juist beter spelen naarmate de tegenstander sterker is.’ Veel waardering spreekt uit het boek voor bondscoach Marc Wilmots, die er volgens de auteurs niet alleen in is geslaagd van al die grote ego’s een hecht team te smeden, maar die bovendien het communautaire probleem, dat het Belgische elftal in het verleden nogal eens parten speelde, heeft opgelost.

Dat klinkt allemaal positief, maar Schepens en Brusselmans zien toch vooral veel beren op de weg die voor de Rode Duivels naar de finale moet leiden. Witsel, Felliani en Defour zijn alle drie heel lelijk, schrijft Brusselmans, en dat is in zijn ogen echt een serieus obstakel voor het behalen van de titel. Schepens ziet een ander probleem: België heeft geen echt goede flankverdedigers: ‘We hebben in België een voetballer die alle kwaliteiten heeft om de ideale rechtsback te zijn. Jammer genoeg heeft (of had) hij een verkeerde kop: Anthony Vandenborre. Intrinsiek zeker de beste rechtsback van België. Maar die mentaliteit …’ Brusselmans verwoordt dat anders: ‘Jammer dat hij zo’n onvoorstelbaar karakter heeft, en er niet voor terugdeinst om de dag voor een beslissende wedstrijd thuis op bed te liggen rusten, geen enkele sigaret rookt, niet eens z’n hond uitlaat, en om zich te concentreren alleen maar poëzie van Leonard Nolens leest. Dus met zo’n pipo schieten we geen reet op, al zal Leonard Nolens dit tegenspreken.’

Ook mist België volgens de schrijvers een spits van wereldklasse. Eden Hazard, die bij Chelsea onder contract staat, is een groot voetballer, maar hij kan – in tegenstelling tot echte grootheden als Lionel Messi, Cristiano Ronaldo en Zlatan Ibrahimović – in zijn eentje geen wedstrijden beslissen. En dan is er nog het gegeven dat de Belgische ploeg niet gewend is lang van huis te zijn. De spelers schijnen – volgens Schepens en Brusselmans dan – gauw last van heimwee te hebben, zich snel te vervelen en bij het minste of geringste geïrriteerd te raken. Dit probleem had Wilmots kunnen oplossen door bezoek van de spelersvrouwen toe te staan, maar hij heeft anders beslist. Vooral Brusselmans vindt dit onbegrijpelijk, ‘veel neuken’ is volgens hem immers een van de twee belangrijkste middelen om de verveling tegen te gaan. De andere is – uiteraard – het lezen van boeken van de schrijver Herman Brusselmans.

Er wordt in literaire kringen dikwijls met een zeker dedain over het werk van Brusselmans gesproken. Dat is niet terecht. Hij heeft onze literatuur verrijkt met een aantal prachtige boeken. De man die werk vond (1985) en Het einde van mensen in 1968 (1999) zijn daar twee voorbeelden van. Ondertussen geldt voor deze veelschrijver ongetwijfeld dat hij van het goede te weinig heeft geschreven en van het slechte te veel. Waarom België [geen] wereldkampioen wordt kan tot de laatste categorie worden gerekend. Het is een aan de actualiteit van het WK 2014 gebonden gelegenheidspublicatie, die eigenlijk zelfs al op het moment dat de definitieve selectie van de Rode Duivels bekend werd gemaakt achterhaald was. Verrassende inzichten, kijkjes achter de schermen en diepgaande analyses – al dan niet overgoten met het sausje van Brusselmans melige humor – zouden een meerwaarde aan dit tijdgebonden boek kunnen verlenen, waardoor ook toekomstige lezers het nog zouden kunnen smaken. Helaas, die meerwaarde heeft het niet gekregen. Schepens heeft het vooral over welke spelers voor welke positie in aanmerking komen en over wat hun specifieke kwaliteiten zijn. En Brusselmans vervalt vrijwel meteen in het opdissen van zijn inmiddels meer dan bekende grappen en grollen. Zijn inleiding bij het boek is overigens wel de moeite van het lezen waard. Daarin vertelt hij over zijn eigen voetbalcarrière bij Vigor Hamme. Ernst en humor zijn in dit stuk redelijk in evenwicht en dan is Brusselmans op z’n sterkst.

Heel af en toe – in elk geval veel en veel te weinig – valt er toch iets te lachen in Waarom België [geen] wereldkampioen wordt. De al geciteerde opmerking over Vandenborre, die zich op zijn kamer terugtrekt om poëzie van Leonard Nolens te lezen, is daar een voorbeeld van. Een mop over een Duitser, een Fransman en een Engelsman in een trein – te lang om hier te citeren – is zelfs ronduit hilarisch, gaat totaal de mist in en slaat als de spreekwoordelijke tang op een varken. Op de lachspieren werkt ook de uithaal van Brusselmans naar de ‘Francophones du Wallonie’:

De Franstalige pers zal erop aandringen de Waalse spelers niet op de bank te laten zitten. Dat komt omdat Franstaligen nooit tevreden zijn. En omdat Vlamingen betere voetballers zijn dan Walen. En omdat in ons land de communautaire kwestie nu al zo lang aansleept dat het m’n voeten begint uit te hangen. Ik richt me bij deze dan ook kort tot degenen onder de taalgrens, en ik zal dit doen in de taal die bij mij is ingebakken sinds de lessen van m’n grootvader Frans.
Donc je vous dites: “Francophones du Wallonie, vous êtres toutes des imbéciles. Nous Flamends sons plus agréable que vous autres. Et nous footballons aussie mieu. Qui est-ce que vous avez? Des joueurs comme Van Buyten, Mirallas, Benteke et des blagueurs comme ça. Ce sons des footballeurs inférieurs. Ils ne saits meme pas parler le Flamand, le langue de Vondel, Stijn Streuvels et Saskia de Coster. C’est un honte. Saskia a des seins tres bon appetit et je les ai déjà vus et fait plitsepletse avex eux. Et maintent, foutre le camp et nous laisse tranquille ou je te donne toutes un cigare contre tes baques, sales putains.

Bij elkaar is het te weinig om het boek aan te prijzen. Waarom België [geen] wereldkampioen wordt wekt sterk de indruk in elkaar geflanst te zijn om een graantje mee te pikken van de commerciële hype die het WK inmiddels ook in België is geworden.

Wat verwachten Schepens en Brusselmans nu concreet van de Rode Duivels? Brusselmans komt echt niet verder dan het halfslachtige: België wordt wel of geen wereldkampioen. Een waarheid als een koe! Gelukkig is Schepens explicieter. België heeft volgens hem na Argentinië en Duitsland het beste elftal. Zijn landgenoten stranden dan ook in de halve finales tegen Argentinië. Duitsland wordt uiteindelijk wereldkampioen. Een punt heeft Schepens inmiddels wel: België komt bij hem als groepswinnaar uit de bus. Dat punt verliest hij dan weer doordat hij de Rode Duivels in de kwartfinales van de Portugezen laat winnen, die ondertussen – zoals we allemaal weten – alweer lang en breed thuis zitten.

Grote verliezer wordt – zoals altijd – Nederland. Dat heeft met de overspannen verwachtingen van de Hollanders te maken. Wie hoogt mikt, valt diep, zegt Schepens. Een niet-gewonnen WK is voor de kaaskoppen altijd een mislukt WK, met alle gevolgen van dien. Belgen kruipen graag in de huid van de underdog, ze kloppen zich niet op de borst en blijven altijd relativeren. De kwalificatie voor het WK zien ze al als een grote overwinning. Een wedstrijd verliezen vinden ze jammer. Eén punt wordt gevierd en als ze winnen dan is de Grote Markt in Brussel te klein. Het is een instelling die alleen maar winst oplevert. De Belgen zullen daarom meer van het WK genieten dan de Hollanders, die altijd drie punten moeten pakken, die altijd kampioen moeten worden.

België ging dus al als winnaar naar Brazilië en zal ook als winnaar op Zaventem terugkeren. De grote winst: het WK maakt van het verdeelde België één land. Sport verbroedert! Als dat ergens van toepassing is, dan wel dezer dagen in België. Vlamingen en Walen vallen elkaar op de Brusselse markt in de armen als Divock Origi hem er weer in de laatste minuut intikt. Haat en verdeeldheid zaaiende Vlaams-nationalisten als Bart de Wever en Filip de Winter hebben het nakijken. Eindelijk wordt eens de stem gehoord van de Vlamingen en Walen die wel van België houden en die niet tegen elkaar opgezet willen worden. Dat is dé winst van België. De droom van Brusselmans is even waarheid: ‘Maar weet je wat leuk zou zijn? Als met name bij de Rode Duivels de Vlaams- en Franstaligen zich zouden verenigen tot één oninneembare vesting, en dat we allen broeders zouden zijn.’

Dat is de winst van dit WK. België is al Wereldkampioen! Zeker tot en met 13 juli aanstaande.

Borgerhoff & Lamberigts, Gent, 2014
ISBN 9789089314413
188p.

Geplaatst op 29/06/2014

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.