Proza, Signalement

Biedt de literatuur troost?

Deserteren

Annelies Verbeke

Met Deserteren schrijft Annelies Verbeke (1976) de vijfde novelle voor Te Gek!?­, een grootschalige campagne die geestelijke gezondheid in Vlaanderen bespreekbaar wil maken. Dit jaar is het thema ‘hoogsensitiviteit (h)erkend.’ Verbeke trekt alle registers uit haar eerdere universa open: ze speelt met fictie en metafictie, onderzoekt of en hoe literatuur kan troosten en reflecteert met een stevige dosis zelfspot op haar eigen oeuvre. Dat alles in die typische zacht-meedogenloze toon die Verbeke zo eigen is. Het resultaat is de boeiende neerslag van een symposium waarin de auteur ‘eindelijk eens alles gezegd krijgt wat ze over gevoeligheid en razernij en literatuur te zeggen heeft.’ Of toch bijna alles.

‘Wie wordt daar opgegraven uit een modderige kuil?’, zo opent Deserteren. Het blijkt de auteur zelf te zijn, die zich verschanst in een graf, dat ze voor zichzelf groef. ‘Een ordinair geval van hikikomori,’ vertrouwt ze de lezer toe. ’t Hoeft ons bovendien niet te verbazen dat de auteur daar ligt: ‘Het ging al een tijdje niet zo heel, heel goed met haar.’

Die desertie is buiten de wil van twee gravers om gerekend: het zijn figuren wier gezichten ‘een sterke gelijkenis met het eigenaardige hoofd van de auteur’ vertonen, maar die lichamelijk sterk verschillend zijn. De ene is een mollige vrouw die meteen in haar zakdoek spuwt en aanstalten maakt om het gezicht van de auteur schoon te vegen, de ander een militair die met woorden als ‘schande’ en ‘aanstellerij’ strooit. Beiden stellen zich netjes voor: Moeke Verbeke en Maarschalk Gianfranco Verbeke. ‘Wij zijn je schaduwzijden’.

Met deze twee personages duiken we meteen in het typische universum van Verbeke. De auteur omschreef zichzelf eerder al in het literaire praatprogramma Winteruur als een ‘parade van ikken’. In Deserteren gunt ze ons een blik op die ikken: een zorgzame moederkloek en een monomane werkverslaafde, een maniak en een idioot, die laatste rollen zijn inwisselbaar. Moeke Verbeke en Maarschalk Gianfranco Verbeke tronen de auteur mee naar haar woning, waar negen stoelen staan opgesteld. Het blijkt een idee van de schaduwzijden. De auteur moest maar eens in groep praten over haar mistroostigheid.

De negen stoelen raken snel gevuld: de auteur en haar schaduwzijden, Werther en Lotte, Goethe en Charlotte Knesterbuff en Thomas Mann, die de autobiografie van Goethe optekende, hetgeen Goethe, die niet meer zeker is of hij zichzelf is of de gefictionaliseerde versie van Mann, danig in de war brengt. De negende stoel is voor Elaine Aron, psychologe en grondlegger van het begrip hoogsensitiviteit. ‘Ze staat voor de deur. Ze is wat over haar toeren en vindt de bel niet’, aldus de Maarschalk. De toon is meteen gezet.

In de groepstherapie staat de troostende waarde van literatuur centraal. De auteur is geïnteresseerd in hoe auteurs door de tijd heen met elkaar in gesprek gaan en elkaar in de armen vallen.

Wellicht boeit me dat omdat mijn eenzaamheid binnen de literaire wereld totalitaire trekken is gaan vertonen en mijn leven en de literatuur zich tegelijk niet meer van elkaar laten scheiden. Wat schrijnend is voor iemand die wil deserteren.

Het gesprek waaiert alle kanten uit, van de competitiedrang in de literaire wereld tot verkoopcijfers, van afgerekend worden op verkoopsucces (‘Omdat je een vrouw bent’, zegt Charlotte) tot ‘commerciële zelfmoord’ in de vorm van verhalenbundels, van het verlangen naar harmonie en verzoening tot vrouw zijn en schrijven. Het is Elaine die de losgeslagen auteurs aan banden legt omwille van haar auditieve overprikkeling. Ze vraagt de auteur om dieper in te gaan op een passage waaruit ze veel troost put: een langdurige razernij van Manns Goethe tegenover valse vrienden en collega’s. Hiermee geeft ze het startschot voor de centrale tirade uit Deserteren.

‘Het type dat u dilettantisme aansmeert, het type dat u een negatief stuk over uw werk doorstuurt, […], het type dat me vergeet te vermelden, het type dat mijn ideeën steelt.’

De woede van Manns Goethe versmelt met de razernij van de auteur. In het hart van de tirade én van de novelle refereert de auteur aan het verhaal ‘De beer’, dat het middelpunt vormde van de verhalenbundel Halluluja (2017). Daarin metamorfoseert dezelfde auteur in een vermoeide, impotente beer en kiest ze uiteindelijk voor desertie. ‘Niet gelezen’, mompelt Mann droogjes. Wanneer de auteur vervolgens een poging doet om er dieper op in te gaan, dommelt zowat het hele gezelschap in. Allen behalve Charlotte, die haar een zie-je-wel-blik toewerpt. Dan gaat de tirade verder, tegen ‘de neerbuigenden, de onbegrijpenden of de door nijd verstikten’.

Goethe en Mann hebben hun lol en citeren zichzelf, Werther en Lotte slapen, Elaine wordt stilaan hopeloos en last een relaxatiesessie in, die ook de lezer een adempauze geeft. Eenmaal de rust is wedergekeerd, wordt er nog één keer gepoogd om het gesprek te richten op hooggevoeligheid en de thematiek van Verbeke, maar ook deze poging strandt. De mislukte pogingen om een onderwerp dieper uit te spitten maken het gesprek richtingloos. Dat mag frustrerend zijn voor de lezer, maar de razende auteur maakt wel haar punt: ook in dit gezelschap krijgt ze niet het platform dat ze verlangt, niet de harmonie die ze zoekt. Elaine en de auteur blijven vaststeken in een competitieve discussie, Mann is zijn interesse finaal verloren, Goethe dommelt opnieuw in en snurkt dat het een lieve lust is. De enige genodigde die er uiteindelijk niet bekaaid vanaf komt, is Lotte, die uit haar slof schiet, tegen de gehele compagnie uitvaart (‘Bende zeikstralen!’) en Werther wegstuurt met een: ‘Ik kan zelf lezen, lul.’ Lotte is de enige die finaal uit haar rol stapt en deserteert. ‘Wat jammer’, besluit Elaine.

En de auteur? Die gaat brood halen en zal haar ‘woede afleggen.’ De literatuur heeft alsnog troost geboden. Misschien zal ze nog eens terugdenken aan de therapie, aan de snurkende Goethe op haar chaise longue of aan de relaxatieoefening van Elaine:

Wat een ramp is het leven toch, denkt de auteur als ze naar het ledematenschuddende gezelschap kijkt. Op de beste momenten een komische ramp. Daar moet je het mee doen.

Zich bevrijden van ‘de netten van externe boosaardigheid en interne walging’, dat kan de auteur goed. En relativeren, dat ook. Aan het eind kiest ze resoluut voor de verzoening die ze voorstaat. Verbeke legt de vermoeidheid eens te meer af, ook al is ze intussen ‘miljoenen en miljoenen en miljoenen’ jaar oud. Het is de triomf van de auteur die het schrijverschap opnieuw opneemt. En garde.

Angèle, Antwerpen, 2019
ISBN 9789022335789
120p.
Prijs: 17,50

Geplaatst op 27/08/2019

Tags: 2019, Annelies Verbeke

Categorie: Proza, Signalement

Deel:

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.