Filosofie, Signalement

Bressen in de tijd

De kunst van het vergeten

Naar een filosofie van de vergankelijkheid

Stéphane Symons

Dit boek over ‘de kunst van het vergeten’, dat op zoek gaat naar ‘een filosofie van de vergankelijkheid’, opent met de vraag hoe het mogelijk is om ‘opnieuw te beginnen’. Zo wordt meteen vanaf de allereerste zin de brede waaier aan thema’s geschetst die dit boek ter sprake wil brengen. Het gaat over onze verhouding tot het verleden, zowel het persoonlijke als het collectieve verleden, over geheugen, herinnering en vergeten, over de band tussen verleden en toekomst, over het ogenblik van een nieuwe start. Centraal daarbij is de paradoxale vraag hoe herinnering ons kan helpen om van het verleden los te komen. Deze moeilijke problematiek wordt behandeld in discussie met filosofen en schrijvers. Walter Benjamin is de leidinggevende figuur. Stéphane Symons laat hem met Friedrich Nietzsche en Hannah Arendt in gesprek gaan over de vernieuwende kracht en de onschuld van het kind. Ook Martin Heidegger en Theodor Adorno worden opgeroepen voor een uiteenzetting over herinnering en vergeten en over de mogelijkheid om een keerpunt in de tijd te maken. In die discussies gaat het telkens opnieuw over de vraag hoe een echte, niet volledig door het verleden gedetermineerde toekomst en een nieuw begin kunnen worden gevrijwaard.

Omdat de vijf genoemde filosofen allen in hun werk veel aandacht aan literatuur besteed hebben, komt die in de discussie ook veelvuldig aan bod. À la recherche du temps perdu van Marcel Proust ontbreekt uiteraard niet op het appel, al was het maar omdat Benjamin delen van dit werk in het Duits vertaalde. Overigens beschouwde Benjamin het oeuvre van Proust niet zozeer als een werk van de herinnering dan wel als een ‘Penelopewerk van het vergeten’. Daarnaast put Symons uit Primo Levi’s beschrijving van de ‘Muselmänner’ en de (on)mogelijkheid om te getuigen: ook Levi wil volgens Symons een breuk tussen het verleden en het heden bewerkstelligen. Maar het meest interessante voor ingewijden (en dus het minst toegankelijke) is zijn commentaar bij de manier waarop Benjamins en Heideggers lectuur van Friedrich Hölderlin verschillen. Vertrekkend van Benjamins essay ‘Zwei Gedichte von Friedrich Hölderlin’ laat hij zien dat Benjamin beter dan Heidegger de evolutie in Hölderlins dichten en denken heeft begrepen. Volgens Benjamin breekt Hölderlin met de opdracht die Heidegger hem toedicht: een bemiddelaar te zijn tussen de goden en de mensen; Hölderlin wil niet het blijvende stichten, maar kiest radicaal voor het vergankelijke, het voorbijgaande moment.

Deze rijke filosofische en literaire achtergrond wordt ingezet om te onderzoeken hoe we ons van het verleden kunnen bevrijden of hoe we kunnen voorkomen dat de gewelddadige catastrofes uit het verleden zich herhalen. Symons verwijst naar het schilderij ‘Angelus Novus’ van Paul Klee, dat Benjamin zo dierbaar was, om te vragen hoe we kunnen voorkomen dat de geschiedenis ‘puinhoop op puinhoop blijft stapelen’ en tot een continuüm van vernietiging verstart. Het geheugen en de herinnering bevatten misschien niet het meeste potentieel om weerwerk te bieden aan de vernietigende krachten van de geschiedenis, al was het maar omdat de terugblik al te gemakkelijk vervalt in de illusie dat de gebeurtenissen uit het verleden onafwendbaar of onvermijdelijk waren. Sowieso schuilt er een paradox in de herdenking van het verleden om herhaling tegen te gaan.

Symons gaat met Benjamin te rade bij Nietzsche, meer specifiek bij diens tekst Over nut en nadeel van de geschiedschrijving voor het leven. Zo ontwikkelt hij de idee van ‘creatief vergeten’: niet de vergankelijkheid tegengaan, maar het verdwijnen van historische gebeurtenissen aangrijpen om de geschiedenis open te breken en een radicaal andere toekomst te evoceren. Een bepaalde vorm van vergeten behoedt het verleden voor een terugkeer naar het heden. Uiteindelijk brengt Symons dit ook in verband met Arendts notie van nataliteit: wij, mensen, beschikken over het vermogen om te (her)beginnen en vernieuwen, omdat wij in staat zijn denkend en handelend een bres in de tijd te slaan.

Symons heeft een uitdagend en veeleisend boek geschreven. Hij kent de behandelde auteurs goed, maar zowel de moeilijke problematiek als de vereiste hoeveelheid voorkennis legt de lat voor de lezer hoog.

Recensie: De kunst van het vergeten. Naar een filosofie van de vergankelijkheid van Stéphane Symons door Dirk De Schutter.

Vantilt, Nijmegen, 2019
ISBN 9 789460 044564
182p.

Geplaatst op 15/05/2020

Tags: De kunst van het vergeten, Friedrich Hölderlin, Friedrich Nietzsche, Hannah Arendt, Marcel Proust, Martin Heidegger, Paul Klee, Primo Levi, Stéphane Symons, Theodor W. Adorno, Walter Benjamin

Categorie: Filosofie, Signalement

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.