Hier woont een mens

De menselijke smet

Philip Roth

Ergens in een hoekje van de hemel moet een schrijftafeltje staan en daaraan zit Philip Roth zich momenteel mateloos te amuseren. De hetze die is ontstaan rond de auteur van zijn ultieme biografie – een man die Roth nota bene zelf selecteerde – kon zo uit een van zijn eigen werken geplukt zijn. Terwijl de vorige Amerikaanse president pochte over zijn talrijke seksuele escapades en openlijk zei dat hij vrouwen al eens graag tussen de benen greep, volstonden enkele beschuldigingen over seksueel grensoverschrijdend gedrag aan het adres van Blake Bailey om het boek uit de Amerikaanse winkelrekken te halen. De man, die in de jaren negentig les gaf in een ‘middle school’, zou onder meer enkele leerlingen ongepast benaderd hebben.

De commotie roept haast onvermijdelijk de echo op van Roths boek De menselijke smet (2000), dat De Bezige Bij samen met Baileys biografie weer in de markt zet. (De Bezige Bij staakt de Nederlandse vertaling van Baileys werk overigens niet, omdat ze wel achter de inhoud blijft staan.) The Human Stain was destijds het sluitstuk van wat Roths Amerikaanse trilogie is gaan heten. Daarin blikt de lezer samen met Nathan Zuckerman, het literaire alter ego van de auteur, terug op de teloorgang van enkele lokale iconen uit een gefictionaliseerd New Jersey. De personages gaan haast onvermijdelijk ten onder aan de grillen van de geschiedenis: de Vietnamoorlog verscheurt in Amerikaanse pastorale (1997) een joods modelgezin en het hoofdpersonage van Ik was getrouwd met een communist (1998) valt ten prooi aan de waanzin van het Mccarthyisme. In het derde deel richtte Roth zijn pijlen echter op een heksenjacht die ook vandaag nog actueel is.

 

Pionier van het ‘ik’

Op het ogenblik dat in Washington het afzettingsproces tegen Bill Clinton begint – ‘[…] in een gigantische uitbarsting van braafheid […] waardoor de erectie uit het uitvoerende college van de regering zou worden weggesneden […]’ – heeft Coleman Silk in een kleine stad van Massachusetts zo zijn eigen katjes te geselen. De hoogleraar klassieke letteren geniet een haast mythische reputatie aan zijn universiteit, Athena College. Als de intelligente zoon van bescheiden joodse komaf weet hij op te klimmen tot decaan van de faculteit letteren. Daar maakt hij eigenhandig schoon schip met het ingedommelde professorenkorps om plaats te ruimen voor een jongere generatie aan divers talent. Silks faam krijgt echter een flinke knauw voordat hij met emeritaat mag. Hij delft praktisch zijn eigen graf wanneer hij twee studenten die nog nooit zijn collegezaal betraden ‘spoken’ noemt. Veeleer dan de denotatieve betekenis van ‘ectoplastische wezens’ die hij eraan toekent, hoort de nieuwe lichting onderzoekers en studenten er de pejoratieve term voor Afro-Amerikanen in. Silk – die zich niet bewust was van de huidskleur van de studenten – komt daarmee in het oog van een storm terecht. Zijn opvolgers willen met de universiteit een nieuwe, meer sociaal betrokken richting uit en het incident geeft hun de kans om Silk (de belichaming van de ‘humanistische’ strekking) op hun beurt aan de kant te schuiven. Te trots voor de vernedering beslist Silk ontslag te nemen. Zijn echtgenote, Iris, lijdt echter zo erg onder de aantijgingen dat zij kort daarna sterft.

De roman begint echter pas later, op het ogenblik dat Silk (nu weduwnaar) zijn nieuwe vriend Nathan Zuckerman opzoekt. De twee leerden elkaar kennen kort na Iris’ dood, toen Silk de auteur verzocht om met een boek over de feiten zijn naam te zuiveren. Tussen de twee ontwikkelt zich een vriendschap die herinnert aan die tussen Nick en Jay in The Great Gatsby (1925). Zuckerman, niet enkel impotent maar ook incontinent door een kankerbehandeling, kijkt op naar de levenskrachtige beeldenstormer. Dat vermindert er niet op wanneer Silk – op dat moment eenenzeventig – een affaire begint met de vierendertigjarige Faunia. De analfabete schoonmaakster mag in menig opzicht Silks tegenpool zijn, niettemin zet ze zijn wereld flink op zijn kop. Vanaf dan is hij niet enkel de racist van Athena, maar ook nog eens een man die zwakke vrouwen misbruikt. Steeds meer ziet Silk dat de wereld zich van hem afkeert, tot hij en Faunia om het leven komen bij een auto-ongeval.

De kracht van De menselijke smet komt voornamelijk voort uit de schrandere vertelstructuur die de lezer dwingt om constant bij de les te zijn. Roth hanteert een achronologische verhaallijn waarbij Zuckerman hoofdzakelijk het verloop van Silks noodlottige affaire belicht, maar waarin ook regelmatig flashbacks en flashforwards over de verschillende personages integreert. Dat resulteert in een goed gedoseerd verhaal waarin we mondjesmaat meer inzicht krijgen in de complexe protagonist. Silk, ‘[…] de grootste van de grote pioniers van het ik’, is immers niet de man voor wie hij zich uitgeeft. Zuckerman onthult dat de self-made jood eigenlijk een Afro-Amerikaan is die zich dankzij zijn lichte huidskleur al jaren aan zijn etniciteit weet te onttrekken. Door radicaal met zijn verleden te breken – hij weigert nog contact te hebben met zijn familie – en een eigen identiteit uit te vinden, belichaamt Silk het Amerikaanse ideaal van zelfcreatie. De ironie wil natuurlijk dat hij zich daardoor niet voluit kan verdedigen in het spooksincident: hij zou te veel van zijn eigen achtergrond moeten prijsgeven. Silk waant zichzelf dan wel bevrijd, maar Zuckerman toont hoe ook hij uiteindelijk weer de gevangene wordt van de grote mechanismen die de Amerikaanse maatschappij sturen. Zelfcreatie blijkt slechts dode letter te zijn.

 

Iedereen weet

De intrigerende verhaalstructuur wordt versterkt door de vreemde vertelsituatie. Het mag de lezer misschien ontgaan – zo meeslepend is Roths schrijfstijl – toch is er iets vreemds aan het relaas van Zuckerman. Als vriend van Coleman Silk probeert Zuckerman na diens dood een verklaring te vinden voor wat er gebeurd is. Waarom reed hij immers van de weg af en wie schreef aan Silk de dreigende brief dat ‘iedereen weet’ dat hij een analfabete vrouw misbruikte? Hoewel hij aanvankelijk onwillig was om Silks verdediging op te nemen, poogt hij de gebeurtenissen nu toch een plaats te geven. Eenvoudig is dat evenwel niet. Zeker in de periode voor zijn dood had Zuckerman nog maar weinig contact met zijn vriend. Zoals hij zelf aangeeft, is veel van wat hij schrijft dus gebaseerd op herinneringen, vermoedens en hearsay. Daarmee zet hij zich af tegen de anonieme briefschrijver (door Silk en Zuckerman geïdentificeerd als de overambitieuze professor Delphine Roux) die op basis van wat vage vermoedens schrijft dat ‘iedereen weet’ wat er in werkelijkheid gebeurd is.

Iedereen weet… Hoe iets gebeurt zoals het gebeurt? Wat er onder de anarchie van de loop der gebeurtenissen ligt, de onzekerheden, de tegenslagen, de tweedracht, de schokkende onregelmatigheden die de aangelegenheden van de mens bepalen? Dat weet níémand, professor Roux. ‘Iedereen weet’ is het aanroepen van het cliché en het begin van het banaliseren van de ervaring, en de ernst en het gezag waarmee mensen dat cliché uitspreken zijn onuitstaanbaar. Wat we weten is dat, op een niet clichématige manier, niemand iets weet. Je kúnt niets weten. De dingen die je wéét, weet je niet. Bedoeling? Motief? Gevolg? Betekenis? Wat we allemaal niet weten is verbijsterend. Wat voor weten doorgaat is nog verbijsterender.

Dat geeft Zuckerman voldoende ruimte om zijn fantasie de vrije loop te laten. Nu de protagonisten dood zijn en ‘de waarheid’ dus voorgoed is begraven, kan hij zijn eigen visie op de feiten belichten. Dat weerspiegelt zich in de indeling van het boek. De menselijke smet is onderverdeeld in de vijf delen van een Griekse tragedie. Op die manier krijgt Silks ondergang een ironische dimensie. Als classicus had hij immers moeten weten dat niemand het lot kan ontlopen. De hybris waarmee hij zijn afkomst verraadt – de moderne variant op de vadermoord – kan enkel tot zijn eigen ondergang leiden. Zuckerman spiegelt zijn vriend aanvankelijk dan wel aan de woeste Achilles, maar naarmate het verhaal vordert onthult Silk zich steeds meer als Brutus uit Julius Caesar – het favoriete boek van zijn vader. Opgejaagd door de publieke afkeur die zijn jonge collega Delphine Roux tegen hem oppookt, kan hij enkel nog maar zijn lot ondergaan. De romanstructuur beklemtoont zo hoe Silk door zijn ideologie in de tang genomen wordt. Dat moet trouwens niet enkel Silk aan den lijve ondervinden. Ook Delphine Roux is eenzelfde lot beschoren. De pedante voorvechtster van het politiek correcte denken verraadt door een haast freudiaanse lapsus haar heimelijke gevoelens voor haar opposant. Uiteindelijk moet ze zelfs al haar scrupules aan de kant zetten om haar eigen twijfels niet prijs te geven. Wie te sterk vasthoudt aan een ideologie, valt er uiteindelijk zelf aan ten prooi.

De menselijke smet wordt zodoende geenszins de roman die Silk voor ogen had. Zuckerman ontpopt zich niet tot de beschouwende, personele verteller die we in dit soort opzet zouden verwachten, maar tot een auctoriële stem die uitvoerig de gedachten en verlangens van de verschillende personages bespiegelt om een geheel eigen visie op de gebeurtenissen te scheppen. Nergens wordt dat duidelijker dan in de passages over Faunia en Les. De aandachtige lezer merkt op dat ondanks het feit dat Nathan Les en Faunia slechts een enkele maal kort ontmoet, hij toch alles over hen schijnt te weten. Hij licht deze twee figuren – die in Silks verhaal hooguit ondergeschikte voetnoten waren – uit tot tegengewicht voor de strijd die de decaan levert. Als Silk Achilles is, dan is Les Odysseus. Teruggekeerd maar vooral gebroken door de oorlog is hij niet langer in staat om een thuis te vinden. Faunia, zijn Penelope, blijkt helemaal niet zo trouw te zijn en hun huwelijk loopt dan ook spaak. Als hun twee kinderen dan ook nog eens omkomen bij een brand – terwijl zijn ex-vrouw een man in de wagen pijpte – heeft hij helemaal geen levensdoel meer. Volledig gedesillusioneerd is hij een tikkende tijdbom die zich weer in de Amerikaanse samenleving probeert te integreren. In twee bijzonder goed geconstrueerde scènes toont de verteller hoe de politiek hem eerst leerde te doden om hem daarna te verwijten dat hij nog steeds wil doden. Terwijl het hele land geobsedeerd is door het seksleven van de president, demonstreert Les Farley waar de echte problemen van de Amerikaanse samenleving gesitueerd zijn.

Barbaars verlangen

Wie op dit punt vreest dat De menselijke smet een zware en deprimerende roman is, kan zich echter optrekken aan de stijl van het boek. De enorme intellectuele kracht van Roths roman zit op geen enkel moment de sensitiviteit in de weg. Catharsis is volgens Silk immers de functie van het treurspel en de verteller weet dat prachtig te capteren in zijn meanderende proza. De dans die de twee oudere mannen – allebei op de drempel van de dood, maar nog steeds geen pastiche van henzelf – in het eerste hoofdstuk inzetten, resoneert door het hele boek. Neem bijvoorbeeld de gedenkwaardige passage waarin Silk Nathan voor het eerst meeneemt om kennis te maken met Faunia. De zinnen die overlopen van sensualiteit en stille levenskracht staan in schril contrast met de plotse aankondiging dat Nathan de geliefden vier maanden later zal begraven. Thanatos en eros liggen in deze roman nooit ver uit elkaar. Toch is het stilistisch gezien het leven dat de bovenhand houdt. Dat leven zit hem voor Zuckerman in het detail. Volgens hem zijn het de details die de pijnlijke schande van Clinton zo levendig maken, maar hetzelfde geldt precies voor zijn personages. Het zijn de kleine observaties die hen tot geloofwaardige mensen boetseren. Immers: ‘Het enige beginsel [is] het contact met haar lichaam. […] Het genot van deze elementaire eros.’

Door deze schrijfstijl verzet Zuckerman zich eveneens tegen de ‘castratiedrang’ van zijn tijdsgewricht. In Silk vindt hij geen braaf burgermannetje, maar een razende, viagrapotente antiheld die lak heeft aan de nieuwerwetsigheden der politieke correctheid. Toch laat Zuckerman ook het drama zien dat achter deze man ligt. Was het tijdens de jaren 50 nog een verstandig idee om zich voor blank uit te geven om zo aan het racisme van zijn omgeving te ontsnappen, dan luidt die nieuwe status goed vier decennia later zijn neergang in. Net als zijn Griekse helden gaat Silk ten onder aan het lot dat hij probeert te ontkomen. Zijn oorsprongszonde duwt hem de afgrond in, maar tegelijkertijd was die zonde onvermijdelijk. Hij en alle andere personages dragen namelijk reeds de ‘menselijke smet’, de universele feilbaarheid die aan de zonde vooraf gaat. Zelfs de zo belezen classicus tuimelt er met open ogen in. Dat bewijst Zuckermans punt dat het verlangen naar zuiverheid ronduit barbaars is.

Ook twintig jaar na datum blijft Roths roman moeiteloos overeind. Het gestage verteltempo en zinderende proza houden het intellectuele referentiekader mooi in evenwicht. Bovendien schetst de verteller – door duchtig buiten de lijntjes van het kenbare te kleuren – beklijvende personages die tot op de laatste bladzijde weten te boeien. Zuckermans versie van de feiten mag dan misschien slechts een versie zijn, maar het is wel een versie die inzicht geeft in de ruimere problematiek die de Verenigde Staten – en nog veel andere delen van de wereld – vandaag nog steeds teistert. Blake Bailey heeft de roman ongetwijfeld weer op zijn nachtkastje liggen.

De Bezige Bij, 2020

Geplaatst op 05/07/2021

Tags: De menselijke smet, Philip Roth, The human stain

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.