Proza, Recensies

Herboren perspectief

De tweede plaats

Rachel Cusk

De achterflap van De tweede plaats (2021) belooft een eenvoudig verhaal, een boek dat je deze zomer aan het zwembad zou kunnen lezen. Een vrouw nodigt een schilder uit om in haar vakantiehuis te komen werken, op het domein waar ze samen met haar echtgenoot woont. Maar wanneer de schilder aankomt, is hij in gezelschap van een bloedmooie geliefde. Dan komt haar eigen dochter aanwaaien, ook in gezelschap. Zes mensen, één locatie. De mensen hebben een oogje op elkaar, de locatie is beslist mysterieus: een verlaten moeras aan de kust, met twee afgelegen huisjes. Misschien duikt er wel ergens een lijk of een buitenechtelijk kind op.

Fout. Dit is geen spannend boek, en ook geen lichte literatuur, ook al telt De tweede plaats maar honderdtachtig pagina’s en doet de cover denken aan een reisgids. Dit is een ideeënroman met meer ideeën dan een filosofiestudent op de eerste avond van de horeca-versoepelingen. De ideeën gaan over vrouwelijkheid, ouderschap, vrijheid en kunst, en ze zijn niet om vrolijk van te worden. Lees dit boek aan het zwembad en je vakantie is eraan.

 

Uitgeroeid perspectief

Voor mensen die Cusks oeuvre kennen, zijn de thema’s waarover ze in De tweede plaats schrijft geen verassing. De vorm is dat echter wel. In de Outline-trilogie (Contouren (2014), Transit (2017) en Kudos (2018)), waarmee Cusk doorbrak, vertelden tientallen personages hun levensverhaal. In feite waren de Outline-boeken weinig meer dan die gesprekken. Het hoofdpersonage van de trilogie, Faye, blijft een mysterie. Ze antwoordt nauwelijks op haar gesprekspartners terwijl die hun gefaalde relaties en gebroken gezinssituatie uit de doeken doen. De lezer heeft meestal geen idee van wat Faye ervan denkt.

De Outline-trilogie was verbluffend in haar eenvoud. Ze leverde een stijl op die Cusk zelf omschrijft als annihilated perspective, uitgeroeid perspectief dus. Met dit perspectief deed Cusk zichzelf als schrijver verdwijnen in haar werk, ook al was het autobiografisch. Het was haar manier om zichzelf te beschermen tegen de negatieve reacties na het controversiële A Life’s Work: On Becoming a Mother (2001). In dit (post)feministisch werk over de realiteit van ouderschap in onze samenleving stelt Cusk dat moederschap geen vreugdevolle vervulling is van een ‘vrouwelijke essentie’, maar ploeterende zelfvernietiging. Moederschap zoals wij het kennen is een instrument van onderdrukking, en dat is boodschap waar niet iedereen mee gediend was (zie Cusks stuk ‘I was only being honest’ in The Guardian (2008)).

 

Foute mannen

Na A Life’s Work en de Outline-romans is er nu De tweede plaats. Waar het hoofdpersonage van Cusks doorbraaktrilogie een mysterie bleef, is hier het tegenovergestelde het geval: de gebeurtenissen worden naar de achtergrond verdrongen en de dialogen zijn kort en suggestief. Er is geen ruimte voor de lange levensverhalen van anderen. De stem van M is de enige stem die telt. Het boek speelt zich af in haar hoofd, waar ze nadenkt over haar vrouwelijkheid, haar moederschap en haar hunkering naar bevestiging van mannen.

De tweede plaats is dus een verassing, zowel voor diehard Cusk-fans die een dialogenroman verwachten als voor mensen die de achterflap scannen en denken een stukje chicklit te hebben opgepikt. De opzet – zes mensen, één locatie – geeft inderdaad aanleiding tot spanning en intrige, maar leidt hier vooral tot overpeinzing en kritiek. Al in het begin van het boek dwingt M de lezers tot stilstand wanneer ze het heeft over het werk van L, de schilder die bij haar komt logeren:

De volstrekte vrijheid die zijn schilderijen uitstralen, een vrijheid die tot de laatste penseelstreek tot in de kern verstokt mannelijk is […] Al kun je wel zeggen dat die uitstraling van mannelijke vrijheid evenzeer geldt voor de meeste uitbeeldingen van de wereld en van onze ervaringen als mens op die wereld, en dat wij als vrouw ons aanwennen die uitstraling te vertalen in iets wat wij zelf kunnen herkennen.

M ontwikkelt een obsessie voor L, die de door mannen gedomineerde (kunst)wereld vertegenwoordigt. Ze lokt hem naar de moerassige streek waar ze met haar zwijgzame echtgenoot Tony woont, en biedt hem ‘het tweede huis’ aan om te werken. Over haar man heeft M het volgende te zeggen:

Zijn stilzwijgen geeft me weleens het gevoel onzichtbaar te zijn, niet voor hem maar voor mezelf, want zoals ik al vertelde: ik ben mijn hele leven bekritiseerd, waardoor ik ben gaan beseffen dat ik besta.

M wil dat L haar schildert, maar hij weigert. In plaats daarvan wil hij M’s echtgenoot en dochter schilderen, wat M’s obsessie enkel vergroot. Ze hunkert naar zijn aandacht, zijn kritiek en dus de bevestiging van haar vrouwelijkheid. L vindt dat hij M’s wil moet breken voordat ze interessant – lees: vrouwelijk – voor hem wordt. Hoewel M meent dat ze zich niet laat overheersen, blijft ze toch naar hem verlangen en blijven zijn schilderijen haar intrigeren. L heeft van zijn kant geen enkele interesse in het schrijverschap van M. Hun wilsstrijd – de strijd tussen de mannelijke en vrouwelijke kunstenaar – is de spil waarrond het boek draait, knarst, maalt en uiteindelijk tot stilstand komt, want er is geen oplossing.

 

Lorenzo in Taos

Klinkt al dat ‘verlangen’ en ‘breken van de wil’ wat ouderwets of Victoriaans? Dat komt wellicht omdat De tweede plaats schatplichtig is aan Lorenzo in Taos (1932), Mabel Dodge Luhans memoire over het verblijf van de schrijver D.H. Lawrence in haar kunstenaarskolonie Taos in New Mexico (nauwelijks nog op papier te vinden, maar hier gratis te lezen). Lorenzo in Taos verklaart de namen van de personages in De tweede plaats – Mabel is M, Lawrence is L, etc. – maar het boek verklaart ook de melodramatische toon van bepaalde gesprekken, zoals wanneer L dreigt om M te ‘vernietigen’; woorden die ook D.H. Lawrence richtte aan zijn gastvrouw.

Met het hervertellen van een memoire uit 1932 versleutelt Cusk haar eigen verhaal. Bepaalde keuzes die ze in de roman maakt, zoals de Indiaanse afkomst van M’s echtgenoot, slaan nergens op als je Lorenzo in Taos niet hebt gelezen, en zelfs dan levert het niet meer op dan dat je weet waar Cusk de mosterd haalt.

De boodschap van De tweede plaats is bovendien zo helder en actueel dat een versleuteling vertroebelend werkt. Wat bedoelt Cusk precies als ze haar personages vastklinkt aan een Amerikaanse kunstenaarskolonie uit de jaren dertig? Dat feminisme een lange geschiedenis heeft? No way. Dat de wilsstrijd tussen de mannelijke en vrouwelijke kunstenaar tijdloos (en dus niet actueel) is? Dubieus. Misschien wil Cusk gewoon een vergeten vrouwelijke schrijfster, Mabel Dodge Luhan, onder de aandacht brengen, maar dan doet ze dat wel op een hardhandige manier. Zo spreekt M in De tweede plaats voortdurend “Jeffers” aan, wellicht een verwijzing naar de dichter Robinson Jeffers, die ook in de kunstenaarskolonie verbleef. Zijn aanwezigheid vervult verder in De tweede plaats geen enkele functie.

 

Het tweede huis

De kern van dit boek is bitter, maar er is veel om bitter over te zijn. Er is onrecht in de wereld en dus is woede op zijn plaats. Die woede over de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen kwam in Cusks eerdere werk – met uitzondering van A Life’s Work – slechts tevoorschijn in de inzichten van anderen, en zelfs dan was het rechtvaardigheidsgevoel bijkomstig aan het verhaal. Je werd in het geniep met feminisme geïnjecteerd. Voor dat soort subtiliteit is in De tweede plaats geen plek meer.

De tweede plaats is namelijk de plaats van de vrouw, en ze wordt in het boek gelinkt aan het ‘tweede huis’ dat M ter beschikking stelt van L.

…dat de connotatie van ‘tweede’ vrij goed paste bij hoe ik me voelde over mezelf en mijn leven: het was net goed gegaan en had evenveel inspanning gevergd als een overwinning, maar die werd me op de een of andere manier altijd en eeuwig ontzegd, door een kracht die ik alleen kon beschrijven als de kracht van de superioriteit. Ik kon nooit winnen, en dat scheen besloten te liggen in bepaalde onfeilbare wetten van het noodlot waarover ik niet bij machte was te zegevieren – want ik was nu eenmaal een vrouw.

Cusks blik op de positie van de vrouw is zwartgallig. Vrouwen, zelfs wanneer ze de beste zijn, kunnen nooit winnen, want mannen spelen in een andere divisie – de divisie van de echte kunstenaars, de echte machthebbers. Een vrouw heeft misschien een room of one’s own, maar haar eigen plekje blijft altijd een tweede huis, een tweede plaats.

In De tweede plaats is het alsof honderd jaar feminisme niet is gebeurd, of alleszins niks zinnigs heeft bereikt. Misschien is dat Cusks punt, wanneer ze de setting van het verhaal laat zweven tussen 1932 en nu. In dat geval ben ik het niet met haar eens, want er is heel veel veranderd voor vrouwen in het algemeen en vrouwelijke kunstenaars in het bijzonder, en we moeten die veranderingen erkennen om ze te bewaren en erop verder te bouwen.

 

Tell, don’t show

Wat De tweede plaats wel gemeenschappelijk heeft met Cusks eerdere werk, is een omkering van het afgezaagde schrijversadvies show, don’t tell. Cusk vertelt liever dan dat ze toont. Een roman hoeft niet te lezen als een filmscript. De gevoelens en gedachten van een personage hoeven helemaal niet getoond te worden met acties, want dat elimineert net één van de krachtigste gereedschappen van een schrijver: introspectie.

De tweede plaats leest dus niet ‘als een trein’. Niemand zal er het lovende woord ‘filmisch’ op plakken. Dit is een boekenboek, met zinnen die je tweemaal moet lezen, waar je even over moet nadenken en mee in discussie moet gaan, en dat is goed zo. Toch missen Cusk-liefhebbers wellicht iets van de speelsheid van Outline of de scherpte van A Life’s Work. Voor beide is geen ruimte meer, de toon is dodelijk serieus.

 

Herboren perspectief

In De tweede plaats maakt Cusks annihilated perspective uit de Outline-trilogie plaats voor een herboren perspectief. De schrijver durft weer op de voorgrond treden en heeft niet langer de woorden van anderen nodig om kritisch te zijn. In 2001 stond Cusk voor haar openhartigheid over het moederschap een afrekening te wachten. Vandaag herneemt ze haar oude thema’s, maar er staat minder op het spel. De kwetsbaarheid van A Life’s Work en het vernieuwende perspectief van Outline ontbreken in een boek dat zichzelf vermomt als een hervertelling van een vergeten memoire, een keuze waarvoor de reden niet helemaal duidelijk is en die zelfs de noodzakelijke illusie van een geloofwaardig verhaal tegenwerkt.

 

Recensie: De tweede plaats van Rachel Cusk door Pieter van de Walle

De Bezige Bij, Amsterdam, 2021
Vertaald door: Marijke Versluys

Geplaatst op 03/08/2021

Categorie: Proza, Recensies

Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.