Proza, Recensies

Het probleem van het leven

Het laatste deel

Robert Seethaler

Het laatste boek dat Gustav Mahler (1860-1911) las, zo weten we uit de herinneringen van zijn vrouw Alma, was Das Problem des Lebens (1906), een filosofische studie van Eduard von Hartmann (1842-1906). Dat is een feit dat Robert Seethaler niet vermeldt in Het laatste deel (2020), dat speelt tijdens de laatste boottocht van de ten dode opgeschreven componist. Nochtans is die titel perfect van toepassing op zijn novelle, zowel inhoudelijk – Mahler blikt tijdens de overtocht van New York naar Europa terug op zijn leven – als ook literair, want het is heikel om het verhaal te romantiseren van een beroemd persoon over wie veel geweten is dankzij memoires, brieven en biografieën.

We treffen Mahler bij Seethaler ‘in een warme wollen deken gewikkeld, op het speciaal voor hem afgescheiden deel van het zonnedek van de Amerika’ voor wat zijn laatste reis zal blijken te zijn. Behalve af en toe een bezoekje van een scheepsjongen die hem thee brengt, is de doodzieke toondichter alleen met zichzelf. Op de eindeloos lijkende zee wordt hij geconfronteerd met de eigen eindigheid en hij overdenkt zijn bestaan; of toch de laatste tien jaar daarvan. De verhalen en anekdotes die we te lezen krijgen dateren namelijk allemaal van na de ontmoeting met Alma in 1901 – voor die tijd heeft Seethaler Mahler geen herinneringen meegegeven. Dat zijn ook wel de belangrijkste jaren en ze bevatten tegelijk de moeilijkste momenten uit zijn leven: zijn successen als dirigent, die gepaard gaan met de tegenwerking die hij als Jood ondervindt, het huwelijk met de mooiste vrouw van Wenen, Alma, het overlijden van hun zesjarig dochtertje Maria, de relatiecrisis en zijn bezoek aan Freud, zijn Amerikaanse avontuur en de uitvoering van zijn Achtste symfonie (1907) in München, een monsterproject dat naar het aantal muzikanten op scène de bijnaam Symphonie der Tausend kreeg. Daarnaast is er één verhaal dat de meeste biografieën slechts terloops vermelden dat bij Seethaler breed wordt uitwerkt: de poseersessie voor de buste die Auguste Rodin van de componist maakte.

Dat zijn al bij al de bekende feiten uit Mahlers leven, maar het lijkt ook niet Seethalers bedoeling om dieper te graven in Mahlers biografie; eerder gebruikt hij diens dramatische levensverhaal om iets te zeggen over de worsteling met het bestaan en de omgang met het einde daarvan – over de grote thema’s, het probleem van het leven, zeg maar. Dat wordt allemaal redelijk dik aangezet. De setting krijgt een symbolische lading: de oversteek van de grote plas staat natuurlijk symbool voor de overgang van leven naar dood, en het wemelt van de doodsmotieven. Er is de roep van de doodsvogel in het componeerhuisje, er is de doorbraak bij het componeren van de Negende symfonie (1909), zijn laatste, wanneer Mahler inziet wat hij moet uitdrukken: ‘een oplossen. Een verstommen in de eeuwigheid.’, en er is het verlangen om vliegende vissen te zien, volgens de matrozen de zielen van verdronkenen. Die krijgt hij een hele reis niet te zien, tot op het moment dat hij in elkaar zakt. Bovendien wordt er voortdurend gesuggereerd dat de zee vol leven is, en dat de ziekelijke Mahler, die zelf vol dood zit, daar graag deel van zou worden (op een bepaald moment antwoordt hij op de vraag van de scheepsjongen of die nog iets voor hem kan doen: ‘Ja. Gooi me in zee.’). Het is allemaal mooi en gevoelig (wie krijgt er geen koude rillingen van de beschrijving van het zesjarige kind dat door roodvonk en difterie op een paar dagen tijd aan het leven en haar ouders wordt ontrukt en het verdriet dat dit met zich meebrengt?), maar wel erg schematisch en een tikje sentimenteel. Helemaal klef wordt het wanneer in het slothoofdstukje de jongen die Mahler op het schip verzorgde een half jaar later in een oude krant te weten komt dat de meester niet lang nadien overleden is en besluit om zijn leven om te gooien. Ware het niet dat dit boekje gebaseerd is op ware feiten over een geliefd componist, je zou het als melodramatische kitsch wegzetten.

Dat brengt mij bij het literair-technische vraagstuk over het fictionaliseren van een bekend leven. Wie niets van de levensgeschiedenis weet, leest gegarandeerd over een boeiend leven; als je het verhaal wel al kent, is de vraag waarom je er nog een roman over zou moeten lezen. Fictie heeft, anders dan de biografie, het grote voordeel dat ze lacunes in de levensbeschrijving kan invullen. De bedoeling is dan om dat levensverhaal op een speculatieve manier beter te begrijpen. Dat kan van buitenaf, zoals bijvoorbeeld Arthur Japin deed in Kolja (2017): een al dan niet fictief nevenpersonage uit de biografie van een beroemd persoon werpt een nieuw licht op (een element van) diens levensbeschrijving. Seethaler zelf deed dat in De Weense sigarenboer (2017) met Sigmund Freud. Ten opzichte van de biograaf, die verplicht is om zijn onderwerp objectief te benaderen, heeft de romanschrijver echter nog een grote troef: hij kan in het hoofd van de geportretteerde kruipen en die van binnenuit belichten. Dat is wat Julian Barnes deed in zijn Sjosakovitsj-roman Het tumult van de tijd (2016) en het is ook de vertelsituatie in Het laatste deel.

Seethalter laat echter na om veel in te vullen, op de kolderieke scène bij Rodin na. Wat in Alma Mahlers memoires een kleine anekdote is waaruit nergens blijkt dat er zich een incident zou hebben voorgedaan, laat Seethaler ontsporen tot een clash tussen – opnieuw dat schematisme! – de grote, boertige handwerksman Rodin en de kleine, verfijnde man van de geest Mahler. Grappig, zeker, maar het is niet echt duidelijk wat dit toevoegt aan het begrip van de persoonlijkheid van de componist.

Waar hij een uitgelezen kans krijgt om verheldering te brengen, vervalt Seethaler in clichés: zijn analyse van de grote crisis tussen Alma en Gustav Mahler is wel erg reductionistisch: zij verwijt hem enkel oog te hebben voor zijn werk en haar op seksueel gebied te verwaarlozen, de reden waarom ze haar heil bij een andere man zoekt (Bauhausarchitect Walter Gropius, zijn naam wordt in de conversatie gemeden, hij wordt door Mahler ‘je bouwmeester’ genoemd). Dat lijkt toch meer op een verklaring zoals die in de gemiddelde soapserie wordt gegeven voor het spaak lopen van een relatie dan op een invoelende interpretatie in een poëtische novelle… En het strookt ook niet met de werkelijkheid, die veel complexer was: minstens hadden de problemen ook te maken had met het feit dat Mahler de compositie-ambities van zijn vrouw trachtte te fnuiken, zoals bijvoorbeeld de psychoanalytisch geïnspireerde biografie van Stuart Feder, Gustav Mahler. A Life in Crisis (2004), duidelijk maakt.

Om dit soort overzichtelijke interpretaties mogelijk te maken wordt niet alleen een deel van de feiten buiten beschouwing gelaten, maar de waarheid wordt ook geweld aangedaan. Bij Seethaler ziet Mahler nadat Alma hem klaar en duidelijk gezegd heeft waarop het staat in dat hij haar veronachtzaamd heeft: ‘Ze had gelijk. Hij had haar niet gezien. Hij had haar aangekeken zoals je een vaas bekijkt.’, waarna hij een koortsaanval krijgt en besluit om Freud op te zoeken. In werkelijkheid was het waarschijnlijk Alma die suggereerde om de beroemde psychiater te bezoeken en was Mahler terughoudend (hij zegde tot tweemaal toe een consult af, waarna hij ervoor naar Leiden moest waar Freud vakantie vierde). Natuurlijk is het een mooi effect dat een psychosomatische toeval de weg wijst naar de psychoanalyse, maar het is wel erg hollywoodiaans. En er klopt nog iets niet: de reis naar Nederland duurt bij Seethaler twee dagen, terwijl Mahler er in werkelijkheid maar 24 uur over deed. Waarom? Is dat slordigheid, of zou dat iets betekenen? Het onderstreept in elk geval de moeite die de componist wil doen om zijn huwelijk te redden: er wordt gesuggereerd dat de trip van Wenen naar Leiden en terug voor Mahler, die altijd tijd tekortkwam, echt wel een opoffering is. Ten slotte is er nog het gesprek met de vader van de psychoanalyse. Wat een kans voor een romancier om die analyse uit te werken, maar… dat doet Seethaler niet. De scène is kort en beperkt zich tot wat Mahler Freud zou hebben verteld, maar vermeldt niet eens wat Freuds conclusie was (namelijk dat Mahler in elke vrouw een moeder zocht). In de novelle vermaant de zielenknijper de componist alleen maar dat hij zich moet vermannen.

Helemaal aan het einde van Mahlers relaas, net voor hij instort, denkt hij terug aan de eerste keer dat hij bloed opgaf:

Eens had hij zijn muziekpapier met bloed bespat. Een schrijver zou dat aangegrepen hebben, had de minuscule spetters zich als bij toeval op de notenbalken laten ontplooien tot een bruikbaar motief, een prachtige melodie, de opmaat voor een nieuw deel of zoiets. Maar hij was geen schrijver, hij was een musicus en ziek, en het bloed verknoeide zijn werk alleen maar.

In het licht van de voorgaande voorbeelden is dit een interessante, poëticale passage, want ze lijkt dramatisering af te wijzen bij de verwerking van biografische gegevens in een kunstwerk. Dat zou dan verklaren waarom je in Het laatste deel niets nieuws te weten komt over Mahler: de componist is de verteller en die weigert om de feiten aan te dikken. Tegelijk wordt hier – eens te meer, die binaire opposities in dit boekje! – de muzikant tegenover de schrijver geplaatst, en die laatste bedient zich blijkbaar wel maar al te graag van uitvergrotingen. Dat is inderdaad hier eveneens het geval, zoals blijkt uit de Rodin-passage of de scène waarin Mahlers koortsaanval ervoor zorgt dat hij een heldere blik op de zaken krijgt, waarna hij recht in de armen van Freud rent. Dat levert de paradoxale situatie op dat Seethaler dus zowel het ene als het andere doet: op het niveau van de geschiedenis houdt hij zich aan het bekende verhaal; op het vlak van de vertelling zoekt hij het effect en blaast hij een en ander flink op. Die ambiguïteit lijkt mij het probleem van deze levensbeschrijving, want daarmee schippert het boek tussen een lichtjes onbetrouwbare biografie voor dummy’s enerzijds en anderzijds een onbevredigende versie van de feiten die nergens een nieuw licht werpt op het bestaande beeld van Mahler.

De Bezige Bij, Amsterdam, 2020
Vertaald door: Liesbeth van Nes
ISBN 9789403110615
128p.

Geplaatst op 26/02/2021

Tags: Alma Mahler, Auguste Rodin, Gustav Mahler, Het laatste deel, Robert Seethaler, Sigmund Freud

Categorie: Proza, Recensies

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.