Filosofie, Recensies

Wat schizofrenie ons leert over het leven

Hoe schizofrenie zich redt

Deleuze en Guattari in discussie met de psychoanalyse

Paul Moyaert

Er bestaat een gezondheid in de waanzin. Het volstaat niet om waanzin te definiëren als een defect, noch als een lijst van symptomen. Als we willen weten wat waanzin is, dan moeten we ons afvragen welke werkelijkheid al die symptomen samenhoudt en hoe de waanzin zich verweert tegen wat hem bestookt. We moeten gezondheid niet begrijpen als een proces van socialisering, een poging om de waanzin dichter bij de bewoonde wereld te brengen, maar therapeutisch op zoek gaan naar wat de waanzin wel kan, hoe ze zichzelf probeert te redden. Dat is al geruime tijd de stelling van de Leuvense emeritus-hoogleraar Paul Moyaert, die afgelopen week zowel een huldeboek voor zijn emeritaat mocht vieren (Orde scheppen: Essays over liefde en lijden) als de publicatie van een nieuw eigen boek, Hoe schizofrenie zich redt: Deleuze en Guattari in discussie met de psychoanalyse.

In zijn nieuwe boek herneemt Moyaert de filosofische conceptualisering van schizofrenie, volgens hem ‘de meest pregnante vorm van waanzin’, die hij in 2017 uitwerkte in Schizofrenie: Filosofische essays over waanzin. Maar Hoe schizofrenie zich redt gaat ook terug op zijn eerdere onderzoek naar de krachten in het leven die tegen het leven zelf gekeerd zijn, de doodsdriften zoals Sigmund Freud ze noemde. We zouden Hoe schizofrenie zich redt dus kunnen bekijken als het (voorlopige) sluitstuk van Moyaerts trilogie van de waanzin. Het brengt het denken van de Franse filosofen Gilles Deleuze en Félix Guattari, die in grote mate zijn visie van waanzin bepaalden, in een metafysische discussie met Freud. Wat zijn ten diepste de krachten die het leven vormgeven?

 

Lichaam zonder organen

Hoe schizofrenie zich redt leest op die manier ook als een inleiding in het denken van Gilles Deleuze (en ook een beetje in dat van zijn veelvuldige coauteur Félix Guattari), wiens complexe teksten de laatste tijd een cultstatus hebben gekregen bij veel (podium)kunstenaars, activisten en academici. In het bijzonder is het een inleiding in het sancta sanctorum van het deleuzeaanse vocabulaire, het allerondoordringbaarste van zijn conceptuele uitvindingen: het lichaam zonder organen.

Vóór alles is Moyaert een uitmuntend docent. Dat heb ik zelf op de banken van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte mogen ondervinden. Uiterst verhelderend toont hij in dit boek het enigmatische lichaam zonder organen als een dubbele dynamiek. Enerzijds is het de anti-productieve energie die in elke machine of elk lichaam schuilt en waardoor een productieproces tot stilstand komt of zijn werkzaamheid verliest. Het is een anti-productief of doods element in elke energieomzetting. Anderzijds is het de dynamiek van de delen van een machine of van de organen van een lichaam die zich losmaken uit hun dienstbaarheid aan een groter geheel. Driften en driftgewaarwordingen onttrekken zich aan hun functie en betekenis binnen een organisme en kunnen onverwachtse, toevallige, vrije associaties aangaan. Dit is de tot de verbeelding sprekende gladde oppervlakte waar Deleuze en Guattari regelmatig naar verwijzen. Die notie van vrije beweging en ritmering is ook precies wat Moyaert bedoelt met een gezondheid in de waanzin, zonder dat hij daarbij de waanzin romantiseert. Denk bijvoorbeeld aan de seksuele drift. Die houdt in zichzelf geen rekening met functionaliteiten zoals lichamelijke gezondheid of voortplanting. De seksuele drift kan overrompelend en destructief zijn, maar door los te komen van sociale of hygiënische categorieën wordt de libido ook een eigen speelvlak.

Geen politiek

Hoewel Deleuze en Guattari hun hedendaagse populariteit in grote mate te danken hebben aan hun kapitalisme- en ideologiekritiek — hun hoofdwerken (zoals het beruchte Anti-Oedipus) dragen als ondertitel Kapitalisme en schizofrenie — volgt Moyaert een uiterst apolitieke inslag in hun denken. Op de boekvoorstelling in Leuven verdedigde de gastspreker en psychoanalyticus Barbara Haverhals Moyaerts keuze vanuit het inzicht dat de systeemkritiek van het kapitalisme wellicht niet bijdraagt tot een beter begrip van de schizofrenie. ‘Maar’, suggereerde ze, ‘misschien is het omgekeerde wél het geval’. Moyaert erkende dat, maar voegde eraan toe: ‘Ik heb twintig jaar geleden al gezegd dat ik nog nooit een moment over politiek heb nagedacht. Die uitspraak geldt vandaag nog steeds.’

Nu geeft Moyaert toe dat ‘de metafysica van Anti-Oedipus niet mogelijk is zonder de ideologiekritiek van het kapitalisme’, maar die verbinding zou er volgens hem in de secundaire literatuur toe hebben geleid dat ze de schizofrenie als een versnellende herhalingsdrift begrijpt, een accelerationisme of een groei van de groei in kapitalistisch oogpunt. Quod non: ‘Schizofrenie […] is niet zozeer een problematiek van snelheden […], maar van krachten die geest en lichaam bestoken en doorboren.’

Toch moeten we vermoeden dat Deleuze en Guattari ervan overtuigd waren dat de ideologiekritiek wel degelijk bijdraagt tot een beter begrip van de schizofrenie. Denken we bijvoorbeeld aan het eerste lichaam zonder organen dat in Anti-Oedipus voorkomt: het kapitaal. Zoals klassieke marxisten beschouwen Deleuze en Guattari het kapitaal als een op zichzelf onproductieve kracht die zich niettemin opdringt aan de arbeid en zich de productie van de arbeid toe-eigent, waarmee het ‘meerwaarde produceert’. ‘Het kapitaal is inderdaad het lichaam zonder organen van de kapitalist.’ Die redenering is voor Deleuze en Guattari de aanleiding om toe te lichten hoe het lichaam zonder organen neerslaat op de driften of, in hun taal, op de verlangproductie. De metafysica van Anti-Oedipus is niet alleen onmogelijk zonder de ideologiekritiek van het kapitalisme, die ideologiekritiek lijkt vormgevend voor Deleuze en Guattari’s concept van de verlangproductie en van de schizofrenie.

 

Metafysica

Die apolitieke benadering heeft niettemin een groot voordeel: ze laat zich niet kapen door een vereenvoudigde, scandeerbare lezing van Anti-Oedipus. Al te vaak verschijnt een uitgeknipte Deleuze vandaag met opzwepende maar onverklaarde termen als rizoom of deterritorialisatie in kunstbrochures, subsidiedossiers of naslagwerk. Deleuze is zowaar instagrammable geworden. Nu mag iedereen zich vanzelfsprekend door alles laten inspireren, maar wie Deleuze zonder meer voor de kar spant van een politiek project of voor een kritische stroming, miskent wat het is — precies in de visie van Deleuze — om aan filosofie te doen.

De filosofie schept vragen waar er schijnbare vanzelfsprekendheden zijn. Daartoe behoort grondige maatschappijkritiek, maar die laat zich niet als zodanig reduceren tot inspirational quotes. Moyaert toont Deleuze primair als metafysicus die begaan is met de vraag naar de krachten die het leven vormgeven. Tegen een kapitalistische of psychoanalytische metafysica die het verlangen begrijpt vanuit een gemis — als een leegte, een tekort of een behoeftigheid die invulling nodig heeft in de vorm van productievermogen, consumptie of een oedipuscomplex — stellen Moyaert, Deleuze en Guattari een concept van het verlangen dat genoeg heeft aan zichzelf, dat niets tekortkomt: een primordiale kracht in plaats van de afgeleide van een hoger principe. Daarom breekt Moyaert ook definitief met de psychoanalytische conceptualisering van schizofrenie. Door die negatieve definitie van het verlangen slaagde deze conceptie van schizofrenie er niet in waanzin vanuit zijn eigen dynamiek te begrijpen. Maar Hoe schizofrenie zich redt is ook een rehabilitatie van de psychoanalyse als gesprekspartner voor wie aan metafysica wil doen. Dat levert een eindeloos veel interessantere discussie op dan de afrekening met Freud die ook vandaag geregeld plaatsvindt omwille van zijn ‘onwetenschappelijkheid’. Nogal wiedes. It’s the metaphysics, stupid.

Waar Moyaert zich van Deleuze en Guattari onderscheidt, is in het belang dat hij hecht aan Freuds doodsdriften, de krachten die, als ze niet worden tegengehouden, de vernietiging van het leven tot gevolg hebben. Deleuze en Guattari ontkennen het bestaan van een dergelijke zelfstandige en oorspronkelijke aan het leven vijandige kracht. Voor hen moet je het leven niet uit iets anders begrijpen dan uit het leven zelf. De metafysica van Deleuze heeft geen of weinig voeling met fenomenen als inertie, herhalingsdrift of tomeloze agressie, maar ook niet met depressie, melancholie, verveling of passiviteit. Het lijkt alsof Moyaert zoekt naar een plaats voor de doodsdriften in Deleuzes metafysica, een plaats voor de duistere kant van het leven.

Recensie: Hoe schizofrenie zich redt. Deleuze en Guattari in discussie met de psychoanalyse van Paul Moyaert door Simon Jan Bellens.

Vantilt, Nijmegem

Geplaatst op 24/12/2019

Tags: Doodsdrift, Freud, Guattari, Lacan, Metafysica, Paul Moyaert, Schizofrenie, Sigmund Freud, Waanzin

Categorie: Filosofie, Recensies

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.