Literaire verbeelding als filosofisch argument

Een manier van leven. Over de vele vormen van menselijke waardigheid

Peter Bieri (vert. Hans Driessen)

Dit boek gaat volgens de ondertitel over ‘menselijke waardigheid’, maar het gaat ook over de verbinding van filosofie en literatuur. De auteur, filosoof Peter Bieri, is dezelfde als degene die onder het pseudoniem Pascal Mercier verschillende romans heeft gepubliceerd, waaronder het zeer succesvolle Nachttrein naar Lissabon (2006). Maar de genres van de filosoof Bieri en de romancier Mercier zijn niet geheel gescheiden. In de roman wordt een gedachtegang ontwikkeld, en de hoofdpersoon treedt, met kleine variaties, in dit filosofische betoog op.

Het boek biedt niet het soort betoog zoals we dat in filosofische boeken – en zeker in Duitse filosofische boeken – gewend zijn: geen uitgebreide weergave van wat de geschiedenis van het denken over het onderwerp heeft te bieden, geen strakke en abstracte argumentatie voor een bepaalde stellingname. In plaats daarvan vinden we hier een hoogstpersoonlijke zoektocht van een auteur in een essay dat wel degelijk teruggaat op een grondige kennis van de geschiedenis van het denken, maar dat de lezer daarmee niet onnodig belast. De verwijzing naar wat Bieri allemaal gelezen heeft, vermeldt hij voor degene die het per se wil weten in aantekeningen achter in het boek. Maar zijn kennis en zijn eigen gedachten voert hij in het boek ten tonele via figuren uit de wereldliteratuur of via zelf gecreëerde, meer of minder literaire constructies.

Naast enkele films keren vooral de toneelstukken Death of a Salesman (1949) en Who’s afraid of Virginia Woolf (1962) maar ook George Orwells 1984 (1949), Vladimir Nabokovs Lolita (1955) en vele andere literaire teksten geregeld terug. Of beter: de personages uit die teksten en films komen terug. Want Bieri geeft aan die personages ook zijn eigen interpretatie en uitwerking. Hij varieert op de loop van het literaire verhaal: ‘Laten we ons voorstellen dat Willy Loman (de hoofdpersoon uit Death of a Salesman) …’ en dan volgt Bieri’s experimentele bewerking van het drama.

Daardoor vervaagt het verschil tussen bestaande literaire teksten en eigen creaties. En als we in zijn boek een leraar Grieks tegenkomen die op een dag het huis waarin hij woont en verzorgd wordt verlaat om naar Griekenland te reizen, maakt het niet uit of het een variatie op de hoofdpersoon uit Nachttrein naar Lissabon is dan wel een voorganger waaruit dat literaire personage is ontstaan.

Oorspronkelijke gedaante

Door dit procedé vormt het boek een prachtig voorbeeld van wat literatuur kan betekenen voor filosofie in het algemeen en voor ethiek in het bijzonder. Want hier gaat het er niet om (zoals vaak het geval is in filosofische teksten) in de literatuur voorbeelden te vinden van wat de filosoof al heeft uitgedacht, alsof de literatuur de ‘plaatjes’ mag leveren bij de ‘praatjes’ van de theorie. Hier vormt de literatuur precies de ruimte waarin het denken plaatsvindt, hier levert ze zelf zowel de instrumenten als de inhoud voor het denk-werk. Het boek levert een sterk argument voor de these dat een filosofisch auteur die de literatuur wil ‘gebruiken’, zelf literatuur moet kunnen ‘scheppen’.

Door argumenten te ontwikkelen in de vorm van een dialoog (een innerlijke dialoog of een gesprek met één of meer andere personages) wordt er daadwerkelijk gezocht naar inzicht. Het filosofische argument komt hier weer thuis in zijn oorspronkelijke gedaante van het gesprek. Het is niet een verhulde vorm van een betoog waarin naar een vooropgezette these wordt toegewerkt, maar het ontwikkelt zich door de vragen en reacties van anderen. Zoals veel reële gesprekken niet tot een eenduidige conclusie komen waarover alle gesprekspartners het eens zijn – net als in de vroege dialogen van Plato is de meest voorkomende ‘afsluiting’ van een echt gesprek waarin mensen samen nadenken slechts een voorlopige onderbreking en een voornemen om er later op terug te komen – zo geldt dat voor het betoog van dit boek: het blijft open. De lezer wordt uitgenodigd mee te praten.

Ook worden door de literaire verbeelding soms dingen ‘zichtbaar’ die het betoog uittillen boven het naakte argument. Een voorbeeld: in de mijmering van een vrouw bij het ziekenhuisbed waarin haar man in een onomkeerbare coma ligt, wordt haar gedachte dat haar man niet zou willen voortleven als van hem alleen nog maar een pompend organisme over is in evenwicht gehouden door de beschrijving van hoe ze zijn haar en handen streelt.

Eigen intimiteit

Met dit alles is niet gezegd dat de auteur geen standpunt inneemt of niets te zeggen zou hebben. Integendeel. Hij wil de waardigheid van de mens laten zien als een levensvorm, niet door die waardigheid op een metafysisch fundament te grondvesten, maar door te beschrijven hoe ze tot uitdrukking komt of zelfs zich realiseert in een manier van leven, van omgaan met anderen en met zichzelf.

Bieri maakt zijn overtuiging duidelijk dat waardigheid wordt ervaren als we zeggenschap over ons eigen leven hebben, als we zelf het subject van ons handelen en denken zijn, maar ook als we ons wijden aan wat als waardevol aan ons verschijnt en daarbij gevoel voor proporties houden. Dat wil zeggen: weten te onderscheiden tussen wat meer en minder van belang is, dat waardigheid wordt geschonden als mensen zo worden gestraft dat ze daarin worden vernederd, als ze worden gebruikt als materiaal voor het plezier van anderen, ook als ze zichzelf laten gebruiken zoals prostituees of gehandicapten die zich tentoonstellen; en dat erkenning van de waardigheid van een mens eveneens vereist dat we hem of haar een eigen ruimte, een eigen intimiteit, een eigen geheim gunnen; dat ze waarachtigheid impliceert en daarbij het besef van hoe breekbaar alles is waarop die waardigheid zich baseert of waarin ze verankerd is.

We herkennen in Bieri’s betoog duidelijk de kantiaanse these van de mens als doel op zich, en we herkennen de eigentijdse en activistische invulling van de autonomie die daarmee is aangeduid en de even eigentijdse identificatie van moraal met ons handelen ten opzichte van anderen. Maar deze en dergelijke herkenbare ‘posities’ blijven door de manier waarop erover wordt ‘geargumenteerd’ open voor vragen, nuanceringen, tegenwerpingen; want ‘de ervaring van de waardigheid noch de levensvorm waarvan ze deel uitmaakt en waarin ze tot uitdrukking komt, bestaat uit één stuk.’ Dankzij de literaire verbeelding ontstaat zo echte filosofie.

Wereldbibliotheek, Amsterdam, 2015
ISBN 9789028426054
384p.

Geplaatst op 16/12/2015

Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.