Essaybundel, Signalement

Spreken zonder woorden

Ongehoord

Over kleine interacties wanneer woorden niet vanzelfsprekend zijn

Leni van Goidsenhoven

Voor wie veel met literatuur bezig is, lijkt de gesproken en geschreven taal een vanzelfsprekendheid. Maar voor mensen die niet, moeilijk of anders spreken, is talige expressie en communicatie minder evident. Deze mensen worden vaak niet erkend als competent verteller, terwijl zij wel degelijk veel te melden hebben. Ongehoord, een essaybundel samengesteld door literatuur- en cultuurwetenschapper Leni Van Goidsenhoven, verkent hoe zij zich uitdrukken via niet-woordelijke communicatie. Hoe kunnen we momenten creëren waarin de verhalen van deze mensen vorm krijgen?

De bundel brengt inzichten en ervaringen van theatermakers, schrijvers, kunstenaars, therapeuten en orthopedagogen: soms geschreven door iemand die op alternatieve wijze communiceert, soms geschreven over hen.

Meer dan alleen spraak

In veel van de essays, zoals dat van Thijs Dillen over zijn broer Jan, komt de gedachte naar voren dat taal soms zeer beperkend is. Door de wereld om ons heen strikt te willen vatten in woorden sluiten we ons af voor het niet-talige en affectieve. Daardoor missen we tal van essentiële ervaringen. Voor wie op een alternatieve wijze communiceert is de focus op woordelijke taal des te lastiger. De bundel werpt de vraag op in welke hoedanigheid geschreven tekst iets kan bijdragen wanneer taal juist beperkend is. Draaien we het (gesproken) woord niet beter tijdelijk de rug toe en richten we ons tot de bijbehorende tentoonstelling in Museum Dr. Guislain in Gent (nog te zien tot en met 4 juli 2021)? In de museale context kunnen we namelijk ook via meer visuele vormen zoals film en beeldende kunst inzicht krijgen in de niet-woordelijke communicatie. Of is het ook de moeite waard om de taal juist op gelijk terrein te benaderen, bevragen en transformeren?

Dat communicatie veel meer is dan alleen spraak wordt direct duidelijk uit de tekst van Sofie De Schryver, student moraalwetenschappen die voornamelijk spreekt met behulp van op maat gemaakte communicatieboeken met meerkeuzevragen. Een ondersteunend assistent stelt vragen, Sofie antwoordt door in een ‘kijkraam’ te kijken naar de richting die correspondeert met haar antwoord. De tekst benadrukt sterk het samenspel tussen Sofie en haar begeleider en de spanning om de juiste interpretatie. De dialogen tussen Sofie en haar begeleider zijn op levendige wijze overgebracht in de tekst:

Wil je iets zeggen, Sofie?

Ik kijk naar rechts. Dat wil zeggen: ja.

Is het je snelle communicatiekaart?

Ik kijk naar links. Dat wil zeggen: nee.

Is het je filosofiekaart? Ja of nee?

Ik kijk naar rechts. Dat wil zeggen: ja.

[…]

Welke kleur? Geel (links), blauw (midden), rood (rechts)?

Ik kijk naar links. Dat wil zeggen: geel.

Welke rij? 1e (links) 2e (midden) 3e (rechts)?

Ik kijk naar links. Dat wil zeggen: 1e.

Dan komen we uit bij het symbool: moraalfilosofie.

Is dat het symbool dat je nodig hebt, Sofie?

Ik kijk naar rechts. Dat wil zeggen: ja. Het symbool ‘moraalfilosofie’ heb ik nodig.

Wat vooral indruk maakt is de eerste vraag die wordt gesteld: het is een uitnodiging aan Sofie om iets te kunnen zeggen. Wanneer niemand die vraag stelt, zal ze zich veel moeilijker kunnen uiten. Het toont de verantwoordelijkheid van de luisteraar in dit gezamenlijke proces.

Leidenvolgen

Ongehoord is meer dan een bundeling van persoonlijke verhalen. Het boek verkent ook in tekstuele vorm alternatieve manieren van communicatie. De dialogen in het stuk van Sofie zijn daarvan een illustratie. Maar de focus van de bundel ligt niet strikt bij het naar voren brengen van alternatieve manieren van communiceren en de potentie daarvan. Veel van de verhalen gaan ook over het wederzijdse zoekproces van communicatie zelf. De centrale vraag draait vooral om het proces dat zich afspeelt tussen verteller en luisteraar en de non-hiërarchische dynamiek tussen deze twee. Leidenvolgen wordt dat idee door Van Goidsenhoven genoemd, in navolging van filosofe Erin Manning. Dat is een actief proces waarbij een inter-afhankelijke band tussen de deelnemers bestaat en waarbij vaak ook bewust momenten worden gecreëerd waarin de communicatie kan ontstaan.

Hoewel veel teksten in de bundel door een ‘mediator’ of begeleider zijn opgeschreven, dringt de stem van de eigenlijke auteur wel door in de tekst. En taal hoeft niet alleen een beperking te zijn in communicatie. Het essay van Aagje Swinnen over haar poëzieinterventies voor dementerenden laat zien dat spelen met taal buiten de klassieke regels om ook voor ontmoeting en verbinding kan zorgen. In het taalspel van haar workshops wordt iedere talige uiting – inclusief klank – erkend als een intentionele taalhandeling in plaats van een toevalligheid zonder betekenis. Dat bestrijdt ook meteen het idee dat de cognitieve achteruitgang door de dementie gepaard gaat met het verlies van identiteit.

Het essay van Bjorn Vervecken over de schoonheid van dansen met een fysieke beperking maakt duidelijk wat een geschreven tekst bij zoiets visueels als dans kan toevoegen. We worden zo namelijk deelgenoot van zijn gedachten en gevoelens tijdens de dans. Vervecken vertelt dat zijn lichaam vaak enkel wordt benoemd en gezien in medische termen en nooit als iets moois, plezierigs of erotisch. Door te dansen leert hij zijn lichaam – en zijn mededansers met hem – op een andere manier kennen: de lichamelijke beperkingen worden niet gecorrigeerd maar dienen juist als startpunt om een samenspel met betekenis te creëren.

Voorbij de grenzen van disciplines

Veel verhalen in de bundel gaan over de spanning tussen een medische/diagnostische benadering en een artistieke/ingeleefde benadering van (communicatie)beperkingen. Het diagnostische verhaal wordt vaak als beklemmend ervaren omdat het geen ruimte laat voor andere vormen van subjectiviteit en expressie. Maar kan een kunstzinnig verhaal recht doen aan de pijn die mensen met een (psychische) beperking of kwetsbaarheid ook ervaren? Het essay over outsiderkunstenaar Paul Blockx toont de onvermijdelijkheid waarmee de medische realiteit zich soms opdringt aan zijn artistieke proces.

Zangeres Mariske Broeckmeyer beschrijft hoe een kunstzinnig verhaal misschien juist het meest geschikt is voor het overbrengen van de geleefde werkelijkheid met een beperking. In haar doctoraatsproject in de kunsten probeert ze de haast onbewijsbare en onzeglijke pijn van migraine te vangen en een instrument te ontwerpen dat haar migraine-ervaring kan uitdrukken. De bundel geeft zo ook inzicht in de overwegingen van kunstenaars wanneer zij ruimte voor alternatieve communicatie creëren. Het geschreven gesprek tussen moraalfilosoof en orthopedagoog Hanne Vandenbussche en documentairemaakster Ellen Vermeulen laat daarbij goed zien hoe een maakproces vaak ook een ‘leidenvolgen’ tussen kunst en filosofie is, waar het een nooit belangrijker is dan het andere. Die wisselwerking maakt het ook mogelijk om de grenzen van de disciplines voorbij te gaan.

Ongehoord is opgedeeld in vier delen met elk een eigen thema: stem en stilte, ontmoeting, het creëren, en luisteren. De delen worden van elkaar gescheiden door een tussenblad met enkele vragen en reflecties. Deze passages geven een interessante leeswijzer mee voor de daaropvolgende essays en de thema’s geven duidelijk de lijn van de bundel weer. In de praktijk verkennen veel van de bijdragen echter al deze categorieën in plaats van slechts één. Ze zijn heel verschillend van toon: er zijn conventionele stukken die er precies uitzien zoals we zijn gewend van het literaire essay, maar er zijn ook persoonlijke verhalen geschreven in een directere stijl. Ze dragen elkaar en vullen elkaar aan: zo raakt de bundel niet uit balans. Het vraagt wel wat van de geoefende literaire lezer. Je moet soms actief je gebruikelijke leeshouding uitzetten en ieder essay in zijn context op waarde schatten. Zo word je als lezer ook onderdeel van het proces van ‘leidenvolgen’ en deel je in de verantwoordelijkheid om de boodschap van de bundel aan te nemen.

Een signalement door Lisanne Meinen over de bundel Ongehoord onder redactie van Leni Van Goidsenhoven.

EPO, Antwerpen, 2021
ISBN 9789462672888
232p.

Geplaatst op 24/06/2021

Tags: Disability, essaybundel, Essays

Categorie: Essaybundel, Signalement

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.