Naar een humanisme van de gewone mens

De spiegel van het Westen. Het nazisme en de westerse beschaving

Jean-Louis Vullierme (vert. Manik Sarkar)

Vaak wordt aangenomen dat de kiemen van de verlichting geen vruchtbare bodem hebben gevonden in de nationaalsocialistische leer. Het racisme van nazi-Duitsland leek immers moeilijk verzoenbaar met het verlichte gelijkheidsideaal, de geplande onderwerping van Oost-Europese volkeren stond haaks op het principe van de vrijheid en de praktijken van de Duitse politiediensten en het leger hadden weinig gemeenschappelijk met het concept van de broederlijkheid. De stelling dat elementen uit de westerse beschaving mee aan de basis liggen van de nationaalsocialistische genocides heeft daarom altijd een verontrustend karakter.

Die stelling staat in Miroir de l’occident: Le Nazisme et la civilisation occidentale (2014), waarvan onlangs een Nederlandse vertaling verscheen. Volgens dit boek, van de Franse jurist en politicoloog Jean-Louis Vullierme (1955), is het gist dat ooit de nationaalsocialistische doctrine deed rijzen vandaag nog in onze samenleving aanwezig.

Vullierme beschrijft hoe anti-Joodse sentimenten zich sinds de vroege middeleeuwen aan de veranderende omstandigheden aanpasten, tot ze onder invloed van de Tweede Industriële Revolutie rijp werden geacht om in Adolf Hitlers doctrine te worden geïntegreerd. Hij beargumenteert hoe het nazisme typisch modernistische ideeën uit Amerika importeerde – het economische anti-judaïsme van Henry Ford, het zuiverheidsdenken van Madison Grant en de koloniale superioriteitsleer die de decimering van de Noord-Amerikaanse indianen met zich mee had gebracht. Vullierme verklaart hoe het indirecte bestuur van middeleeuwse staatshoofden plaatsmaakte voor een natiegedachte, waarin exclusiviteit en rivaliteit centraal stonden.

De mogelijkheid om de medemens niet langer als een wezen met soortgelijke emoties te erkennen (‘anempathisme’) en het moedwillig uitvlakken van de grens tussen burgers en strijdkrachten (‘acivilisme’) ontstonden volgens Vullierme tijdens de kolonisatie van Afrika, maar werden in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog tot een wijdverspreid Europees fenomeen veralgemeend. Zelfs Georg Wilhelm Friedrich Hegels historicisme (de aanname dat de geschiedenis in de richting van een hogere orde evolueert) had een onmiskenbare impact op de nationaalsocialistische praktijk, stelt de auteur, omdat in naam van de verhoopte vooruitgang schijnbaar elke morele barrière kon worden gesloopt. En zoals het liberalisme en het socialisme eerder waren gebogen voor de uitgebreide bureaucratieën waarmee kleine elites in de moderne staten het gros van de bevolking konden besturen en controleren, maakte het nationaalsocialisme voor zijn veroverings- en uitroeiingspolitiek gebruik van – aan het leger en het bedrijfsleven ontleende – onpersoonlijke en resultaatgerichte megastructuren.

Pathologische manifestatie

Vuillerme is niet de eerste theoreticus die in de westerse cultuur op zoek ging naar de bronnen van het nazisme. Giorgio Agamben (Homo sacer. De soevereine macht en het naakte leven, 1995, Nederlandse vertaling 2002) zag in de Romeinse rechtsfiguur van de heilige mens de oorsprong van het westerse streven naar het meesterschap over het naakte leven. Sindsdien, stelt de Italiaanse filosoof, is de uitzonderingstoestand van de homo sacer, die uitsluitend tot het machtsbereik van de soeverein behoort, almaar verbreed – van de middeleeuwse balling, over het individuele en het nationale ‘lichaam’, tot de vluchteling, de verstandelijk beperkte en de comateuze patiënt. Eerst in het concentratiekamp zou de dodelijke uitzonderingstoestand tot algemene regel uitgroeien.

Anderen benaderden hetzelfde thema minder filosofisch, bleven dus dichter bij de historische bronnen, maar kwamen tot soortgelijke conclusies. De Italiaanse historicus Enzo Traverso, bijvoorbeeld, noemde de kampen de versmelting van het achttiende-eeuwse paradigma van de guillotine (die het onderscheid tussen de slachtoffers uitvlakte en zo de dood dehumaniseerde) en dat van de negentiende-eeuwse gevangenisstraf (waar de vrijheidsberoving als straf en foltermethode de Vernichtung durch Arbeit voorafspiegelden).

In The Origins of Nazi Violence (2003) verwees ook hij naar de kolonisatie, de bureaucratisering van de moderne staten en de Eerste Wereldoorlog als katalysator van geweld en ontmenselijking. En hoewel Traverso de kampen eerder zag als een ‘pathologische manifestatie’ dan als de logische voortzetting van de westerse beschaving, lijkt die kwalificatie vooral een moreel label op een voor het overige in grote lijnen soortgelijk fenomeen.

Vulliermes analyse behelst tal van (politieke, economische en socioculturele) domeinen, gespreid over een aanzienlijke tijdspanne. Zijn verklaringsmodel reikt tot de christelijke martelaren uit de eerste eeuwen van de christelijke jaartelling, het rijk van Karel de Grote, Andalusië en de Duitse orde uit de twaalfde en dertiende eeuw. Hij analyseert met oog voor detail, zonder zich te verliezen in het particuliere. Telkens ziet de auteur juist grote trends en evoluties in de eindeloze gegevenschaos waarmee historici altijd af te rekenen hebben.

Vullierme presenteert de zienswijzen van historische actoren (Herder, Renan, Napoleon III, Martin Heidegger, Hitler) en het verloop van historische gebeurtenissen (de uitroeiing van de Herero en de Nama, de vervlechting van de bureaucratie met de oorlogsinspanningen) op een heldere manier.

Diepgang en analyse zijn dus geenszins ten koste gegaan van de omvang van het opzet. Wel problematisch is echter het logge notenapparaat. Ruim 30 procent van de Nederlandse geredigeerde tekst (157 van de 480 pagina’s) bestaat uit noten. Het gros daarvan is niet verwijzend, maar verklarend. In die noten weidt de auteur paginabreed uit over de thema’s die hij in zijn hoofdtekst behandelt. Voor veel stellingen die er in worden verdedigd is een bijkomende inhoudelijke verwijzing nodig. Bovendien zijn enkele noten (hoofdstuk 1 noot 43, hoofdstuk 2 noot 156), wellicht door een redactionele vergetelheid, in de Nederlandse editie verdwenen – een slordigheid die de leesbaarheid geenszins ten goede komt.

Morele autoriteit

De Spiegel van het Westen zet aan tot reflectie over de moderne samenleving en de plaats die we daarin als individu kunnen innemen. Lijken onze hedendaagse instellingen soms niet erg sterk op die uit het verleden, waarin de gehoorde stemmen enkel die van de bestuurders weerspiegelden? Worden culturen van verzoening en ontmoeting op micro- en macroniveau niet al te vaak opgeofferd aan de oude, herkenbare, en dus comfortabele antagonismen?

Indien de traditionele voorstanders van de minimale staat de idee dat staten zich in het leven van hun burgers mogen mengen uit eigenbelang hebben omarmd, is het dan noodzakelijk dat ze dit vandaag en morgen blijven doen? Is in functie van ons optimistisch vooruitgangsdenken werkelijk alles geoorloofd? Indien niet, waar liggen dan de grenzen? En wie zal in de toekomst de morele autoriteit hebben om ze aan te wijzen?

Vullierme houdt zich bij die vragen allerminst op de vlakte. Hij bepleit een humanisme ‘van de gewone mens, die slechts wil leven zonder een ander te beletten ook te leven, die waardig wil zijn en niet wil verwoesten of doden’. Hij roept op om zich los te maken van ideologische gefundeerde groepen en als individu de beleden idealen op een niet-antagonistische wijze voor te leven. Een nieuw handvest, ‘schetsmatige regels, zonder opsmuk, eenvoudig en naïef,’ zoals Vullierme ze zelf noemt, kan daarbij als leidraad dienen.

‘Je zult tot meerdere gemeenschappen tegelijk behoren,’ is zo’n humanistisch gebod; ‘je zult de ander toestaan zich uit te drukken in de eerste persoon enkelvoud’; en ‘je zult strijden tegen vijandige daden en niet tegen degenen die ze begaan.’ Op zo’n manier hebben de Gandhis, de Anne Franks, de Nelson Mandelas en de Martin Luther Kings deze leefregels nooit expliciet geformuleerd. Maar misschien kwamen ze tot uitdrukking in de concrete, praktische levenshouding waarmee deze morele leiders ontelbare naamlozen hebben geïnspireerd.

De Bezige Bij, Amsterdam/Antwerpen, 2015
ISBN 9789023491712
480p.

Geplaatst op 03/12/2015

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.