Proza, Recensies

Verwording in Spaans Amerika

Pas helemaal aan het eind van de roman Orkaanseizoen van de Mexicaanse schrijfster Fernanda Melchor wordt duidelijk tegen welke achtergrond de gebeurtenissen zich afspelen. ‘Ze zeggen […] dat de politiemannen de voorhoede van de Raza Nueva tegen het lijf liepen, die uit het Noorden kwam om de puinhoop op te ruimen die de Grupo Sombra in de oliestadjes had aangericht.’ Bendeoorlogen, drugskartels en een machtsvacuüm waarin alleen het recht van de sterkste geldt: dat is de werkelijkheid waarin zelfs de politie deel uitmaakt van de alomtegenwoordige wetteloosheid. Dat geldt ‘ook [voor] de commandant zelf, wiens lijk binnenkort wel zal opduiken op de plek van een of andere schietpartij, misschien ook wel in stukken gesneden’.

Net als Melchor beschrijft de Venezolaanse Karina Sainz Borgo in haar roman Nacht in Caracas een gedemoraliseerde samenleving, waarin deze keer echter de overheid zelf verantwoordelijk is voor de ineenstorting van recht, orde en rechtvaardigheid. In het Venezuela van Hugo Chavez en meer nog zijn opvolger Nicolás Maduro maken groepen als ‘Kinderen van de Revolutie’ en ‘Motorrijders voor het Vaderland’ de dienst uit. Zij beheersen de distributie van de voedselpakketten waarvan de bevolking afhankelijk is. Zij arresteren en martelen ieder die zich tegen hen verzet. Zij dwingen onwilligen met geweld en chantage zich bij hen aan te sluiten, om hen bij het minste teken van ‘verraad’ gruwelijk om het leven te brengen.

Beide boeken werden geschreven door jonge, beginnende schrijfsters. Orkaanseizoen is Melchors tweede roman, Nacht in Caracas Sainz Borgo’s debuut. Beiden klagen zij de infernale chaos aan waarin hun land terecht is gekomen. En beiden werden zij daarvoor genomineerd voor belangrijke internationale literaire prijzen: Melchor voor de International Booker Prize, Sainz Borgo voor de Europese Literatuurprijs.

 

Achterdocht

Toch zijn deze twee romans totaal verschillend. Nacht in Caracas wil in romanvorm een soort reportage zijn. Het boek beschrijft het rauwe leven in een moreel en economisch failliet land, waarin het geld door torenhoge inflatie zelfs het papier niet meer waard is waarop het wordt gedrukt. Primaire levensbehoeften zijn een voorwerp geworden van een dagelijkse speurtocht, en tussen buren, vrienden en familieleden heeft zich een verwoestende achterdocht gevestigd. Vrijwel elk sociaal verkeer is aangetast door het egoïsme van de eigen overlevingsdrang: waar heeft de buurvrouw haar levensmiddelen vandaan – en hoe maak ik haar minstens een deel daarvan voor mijzelf afhandig?

Karina Sainz Borgo toont deze verloedering in de vorm van het persoonlijke verhaal dat kenmerkend is voor een roman. Haar ik- en hoofdpersoon is een vrouw van middelbare leeftijd, gedegen opvoeding en een solide goede smaak, die door een groepje slonzige ‘revolutionaire’ volksvrouwen uit haar woning wordt gezet en zich uit armoede verschuilt in het leegstaande appartement van haar buurvrouw. In deze Adelaide Falcon krijgt de geschiedenis een naam en een gezicht. Zij is correctrice van literaire teksten, liefhebster van de grote Latijns-Amerikaanse schrijvers (Vargas Llosa, García Márquez), wier boeken harteloos aan flarden worden gescheurd door het bezettende vrouwencomité dat alleen belangstelling heeft voor de oorverdovende herrie van de stompzinnigste reggaeton.

Fernanda Melchor bewandelt echter een heel andere weg. In Orkaanseizoen kiest zij niet voor een gepersonaliseerde schildering van een failed state waarvan de verloedering expliciet door de protagonist wordt aangeklaagd. Ze kruipt radicaal onder de huid van de personages van haar drama, die zich over de alledaagse ontmenselijking van hun bestaan al lang niet meer verwonderen. Voor hen is de wereld eenvoudigweg zoals zij is. In de lange, meanderende en monologue intérieur-achtige zinnen waarmee zij die werkelijkheid oproept, laat zich alleen marginaal en af en toe hun verlangen gevoelen naar een beter bestaan – waarvan de betrokken personages zich nauwelijks meer dan een clichévoorstelling weten te maken.

Ook deze roman heeft een welomschreven plot, al vertelt Melchor haar verhaal op een meer impressionistische wijze dan Sainz Borgo. De chronologische vertelvorm die voor Nacht in Caracas kenmerkend is, is bij haar geheel afwezig. Orkaanseizoen begint zelfs bijna aan het eind van de gebeurtenissen, met de vondst van het lichaam van een vrouw die in de loop van het boek in werkelijkheid een travestiet blijkt te zijn. Levend aan de rand van de kleine samenleving van het plaatsje waar het drama zich afspeelt, heeft zij de reputatie (en naam) van ‘Heks’ gekregen. Ze heeft een afschrikwekkend uiterlijk, werkt als aborteuse, organiseert in haar huis wilde orgieën met de plaatselijke jongemannen – en zou er in het geheim warmpjes bij zitten.

Die reputatie wordt haar ondergang. Zij wordt overvallen door twee van haar ‘jongens’, die uit zijn op het geld dat zij in haar huis verborgen heeft gehouden. Min of meer per ongeluk wordt zij vermoord door één van hen, die haar bovendien kwalijk neemt zonder zijn medeweten de zwangerschap van zijn vriendin te hebben afgebroken. Met de wagen van een derde medeplichtige, die nauwelijks weet wat er aan de hand is, wordt zij gedumpt in een rietveld, gevonden door spelende kinderen – wat aanleiding geeft tot een politieonderzoek.

Melchor vertelt al die gebeurtenissen kriskras door de tijd heen, nu eens uit de mond van de ene, dan weer van de andere betrokkene. Daaruit rijst een caleidoscopische werkelijkheid op, bijna even hallucinant en verbrokkeld als die van een bad trip. Bijna alle mannelijke figuren in deze roman vergrijpen zich onafgebroken aan drank en drugs. Dat is het enige dat hen op de been houdt, naast de alomtegenwoordige seks. Die kan hetero- of homoseksueel zijn, maar vindt vrijwel steeds plaats in een sfeer van prostitutie, waarmee ook het gros van de vrouwelijke personages in enig levensonderhoud voorziet.

De moord op de ‘Heks’ levert uiteindelijk niemand iets op. Zelfs de politie, die minder geïnteresseerd is in de dader dan in de mogelijke bergplaats van de ‘schat’, keert onverrichter zake uit haar totaal gesloopte huisje terug. Aan het eind van het boek laat Melchor daarover alleen nog geruchten klinken: dat de agenten na de vondst van het geld elkaar zouden hebben vermoord, of de commandant zijn manschappen, of dat zij allemaal zouden zijn omgelegd door een rivaliserende bende.

Maar één ding is zeker: iedere persoon in dit troosteloze universum eindigt in een naamloos massagraf. Met een kerkhofscène besluit Melchor haar boek. De doodgraver ‘moest opschieten, de lichamen verder bedekken, eerst met een laag kalk en daarna met een laag zand, […] en daarna het kippengaas over de kuil leggen en daarop de stenen, zodat de loslopende honden ’s nachts de lichamen niet zouden komen opgraven.’ Alleen de sterren wenken nog. ‘Daar moeten jullie heen, legde hij [de doden] uit; daar is de uitgang uit deze put.’

 

Straatrumoer

Tegen het literaire vernuft van Orkaanseizoen steekt Nacht boven Caracas nogal simpel af. Zo eenvoudig als de structuur van het boek is, zo eenvoudig is ook de rolverdeling tussen goed en kwaad. Er zijn de misdadige ‘Kinderen van de Revolutie’, aangestuurd en boven de wet gesteld door onzichtbare politieke bovenbazen, en er is het vrouwencomité, geschilderd in heel hun fysieke en morele wanstaltigheid: ‘De strakke spijkerbroeken benadrukten hun dikke benen, die uitliepen in een paar elefantiasistische voeten in plastic slippers.’

En er zijn de beschaafde burgers, van wie de elegante en belezen Adelaide er één is, net als Santiago, een broer van een van Adelaides vriendinnen, door de revolutionairen opgepakt bij een betoging, gefolterd en verdwenen in een van de detentiecentra. Totdat hij plots voor haar neus staat, bij een poging te ontsnappen aan de revolutionaire bende die hem heeft gedwongen deel te nemen aan de straatterreur. Hij duikt een nacht onder bij Adelaide en wordt later vermoord teruggevonden.

Via hem kan Karina Sainz Borgo niet alleen een ‘ooggetuigenverslag’ geven van de verschrikkingen in de detentiecentra, maar haar verhaal ook van een zekere morele ambiguïteit voorzien. Santiago kan alleen het vege lijf redden door zich aan te sluiten bij de ‘Kinderen van de Revolutie’. Ook Adelaide zelf ontkomt niet aan die illegaliteit. Om zich na de naasting van haar appartement schuil te kunnen houden in het huis van haar overleden buurvrouw, moet ze zich van haar lichaam ontdoen door het stiekem te verbranden. Ook haar identiteit ontrooft ze haar. Onder de naam van de buurvrouw weet ze het land te ontkomen om een toevlucht te zoeken bij ‘haar’ familie in Madrid.

Die morele nuancering verhindert het pamflettistische karakter van deze roman niet, die leest als een aanklacht tegen een misdadig en iedereen corrumperend bewind. Als zelfs goede mensen door deze verrotting worden aangestoken, dan moet de oorzaak daarvan wel het absolute kwaad zijn. Daarin schuilt het onderliggende manicheïsme van deze roman, die in dat opzicht eerder in de 19de dan in de 21ste eeuw thuishoort.

Dat geldt ook voor het romanprocedé dat Sainz Borgo gekozen heeft. Aan de hand van de wederwaardigheden van één figuur tracht zij de treurige werkelijkheid van het Venezuela van vandaag te schilderen. Datzelfde deden in hun dagen romanciers als Honoré de Balzac, Émile Zola of Pérez Galdós, al schreven vooral die eerste twee veel beter dan zij. Zij wisten via hun fictie veel dieper door te dringen in de maatschappelijke werkelijkheid dan Sainz Borgo. Nacht in Caracas is geen analyse-instrument, maar biedt een tamelijk oppervlakkige beschrijving van een ontegenzeglijk schokkende realiteit.

Dat laatste is waarschijnlijk de voornaamste oorzaak van het succes van het boek, waaraan literair echter weinig te verhapstukken valt en dat niet opvalt door trefzeker of fraai taalgebruik. Het boek zit vol ‘straatrumoer’ waaraan (in de persoon van Adelaide) wel een gezicht maar geen betekenis wordt gegeven omdat Sainz Borgo blijft steken in een simpele tegenstelling tussen goed en (erg) kwaad. Dat de ‘camera’ aan het einde van de roman uit Caracas, naar Madrid zwenkt, is daarvan een veelzeggend voorbeeld. Niet langer gaat het om de situatie dáár, maar om het persoonlijke lot van Adelaide híer, waarmee de roman als een nachtkaars uitgaat.

Melchor kiest daarentegen voor een ondubbelzinnig literaire aanpak. Terwijl Sainz Borgo blijft zwalken tussen de wijde blik van de reportage en de nauwe focus op het singuliere romanpersonage, trekt Melchor de radicale conclusie uit het feit dat zij een roman schrijft. Ook zij analyseert niet, maar ze radicaliseert de transformatie van de werkelijkheid tot het taal-kunstwerk waartoe de moderne roman zich ontwikkeld heeft. Dat maakt Orkaanseizoen veeleisender, maar ook beklijvender dan Nacht in Caracas. Over tien jaar zal er nog weinig reden zijn om dat laatste boek nog te herlezen. Voor Melchor liggen de kaarten er veel beter voor.

 

 

Fernanda Melchor, Orkaanseizoen. Vert. Bart Peperkamp. Wereldbibliotheek, Amsterdam, 2020, 302 p. /  ISBN 978 90 284 2779 2

Karina Sainz Borgo, Nacht in Caracas. Vert. Arie van der Wal. Meulenhoff, Amsterdam, 2020, 239 p. /  ISBN 978 90 290 9353 8

Recensie: Orkaanseizoen van Fernanda Melchor & Nacht in Caracas van Karina Sainz Borgo door Ger Groot.

Geplaatst op 23/05/2020

Tags: criminaliteit, Fernanda Melchor, Karina Sainz Borgo, Mexico, Nacht in Caracas, Orkaanseizoen, Venezuela

Categorie: Proza, Recensies

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.