Samenleving, Signalement

Seculier en totalitair

Het onbenoembare heden

Roberto Calasso

Wat typeert het moderne bewustzijn? Als een basso continuo weerklinkt deze vraag in het oeuvre van Roberto Calasso (°1941). De Italiaanse auteur worstelt met dit vraagstuk en confronteert het met het geloof dat de moderne wetenschappen gebouwd zijn op de rationaliteit van een verlichte rede, zonder dat de goden ooit uit de literatuur en de kunsten zijn verdwenen. Anders geformuleerd: de moderne cultuur doet er goed aan voeling te blijven houden met de verhalen uit de wereld van mythe en religie.

Deze overtuiging wordt eens te meer verkondigd in zijn jongste boek Het onbenoembare heden, dat een geschiedfilosofische reflectie op de twintigste eeuw biedt. Dit boek is in twee grote hoofdstukken verdeeld. In het eerste hoofdstuk, getiteld ‘Toeristen en terroristen’, schetst de auteur een beeld van de hedendaagse westerse samenleving. Hij noemt die seculier, maar geeft een verrassende definitie van secularisatie. Een geseculariseerde samenleving wordt volgens hem niet zozeer gekenmerkt door de scheiding van het politieke en het religieuze, maar wel door een totaal onbegrip voor het goddelijke en het heilige. De seculiere mens verbant het geloof in het goddelijke uit zijn leven en denkt op die manier elke vorm van geloof uitgewist te hebben. Hij vergeet dat zijn seculiere bestaan berust op een geloof dat even principieel is als het geloof van de religies: volgens Calasso gelooft de seculiere mens in wetenschap en vooruitgang, in de eigen soevereiniteit en zelfredzaamheid. Een nieuwe cultus wordt gevierd: de cultus van de zelfvergoddelijking, van de samenleving die enkel in zichzelf gelooft. Zo werpt de seculiere samenleving zichzelf op als het ultieme referentiekader voor elke betekenis: eigenlijk heeft ze zichzelf beroofd van het vermogen om buiten de samenleving te zoeken naar iets wat betekenis geeft aan wat erbinnen plaatsvindt.

Volgens Calasso brengt de seculiere samenleving twee soorten mensen voort: toeristen en terroristen. Beiden zijn ontworteld. De toerist voelt zich nergens thuis, leeft van de holle slogans die de reclame hem aanbiedt, en is om zijn ontworteling te verhullen verslaafd aan zappen en linken. De terrorist haat weliswaar de seculiere samenleving, maar kent haar zwakke plek: het onvermogen om iets buiten zichzelf te erkennen en een offer te brengen. Daarom dwingt hij de seculiere samenleving om te offeren: hij zaait dood en vernieling, wetend dat de seculiere samenleving er niet in zal slagen om daaraan betekenis toe te kennen.

In het tweede hoofdstuk, getiteld ‘Het Weense gasbedrijf’, keert Calasso terug naar de korte geschiedenis van het Derde Rijk: vanaf 30 januari 1933, toen Hitler benoemd werd tot Rijkskanselier, tot begin mei 1945, toen Russische troepen onder bevel van maarschalk Zjoekov het verwoeste Berlijn veroverden. Nazi-Duitsland is volgens Calasso de eerste seculiere samenleving,  die enkel in zichzelf geloofde en alles en iedereen functioneel inzette om zichzelf op te bouwen – met het gekende gevolg: de totale vernietiging. De titel van dit hoofdstuk verwijst naar het Weense gasbedrijf dat gasleveringen aan Joden opschortte. Het gasverbruik van de Joodse bevolking leverde het bedrijf immers verlies op: de grootste verbruikers, de Joden, betaalden hun rekeningen niet, omdat ze het gas bij voorkeur gebruikten voor zelfmoord.

Deze cynische anekdote die Calasso uit een brief van Walter Benjamin haalt, en andere hallucinante voorvallen vormen de bouwstenen van het tweede hoofdstuk, naast dagboekfragmenten en citaten van Heinrich Himmler, Joseph Goebbels, Ernst Jünger, Louis-Ferdinand Céline, Robert Brasillach, Pierre Drieu La Rochelle, Arthur Koestler, Virginia Woolf, en vele, vele anderen. Sommige van hun uitspraken zijn intussen meer dan bekend, maar Calasso zorgt toch voor enkele verrassingen. Zo wordt Céline niet als antisemiet opgevoerd, maar als criticus van de idee dat het voor een mens, en bij uitbreiding voor een volk, volstaat om enkel in zichzelf te geloven. Het blijft bovendien verbijsterend om Goebbels in een dagbladartikel te horen betogen dat het Joodse vraagstuk moet worden opgelost, omdat de Jood met zijn imitatievermogen het Duitse volk besmet: ‘de Jood kan zo goed imiteren dat de geïmiteerden op hem zullen lijken’. Of om Himmler op 6 oktober 1943 te horen zeggen: ‘Mijne heren, de zin “De Joden moeten worden uitgeroeid” is makkelijk gezegd. Voor degenen die moeten uitvoeren wat dit vereist, is het de hardvochtigste en zwaarste die bestaat.’ Vervolgens vraagt hij de verzamelde Gauleiter die verantwoordelijkheid te aanvaarden en als een geheim mee te nemen in hun graf. Van een diabolische zelfvergoddelijking gesproken…

De opeenvolging van beide hoofdstukken met de suggestie dat de hedendaagse westerse samenleving veel gemeen heeft met het totalitaire regime van Hitler is choquerend. Of die zuivere nevenschikking, die niet beargumenteerd wordt, enkel geponeerd, helemaal overtuigt, is een andere zaak. Uiteindelijk blijft het betoog van Calasso erg associatief en aforistisch. Vertoont de verhaallijn in het eerste hoofdstuk nog een minimale redenering, het tweede hoofdstuk is een soort mozaïek: in een bijna lukrake opeenvolging van data die personen opvoert met uiteenlopende meningen over nazi-Duitsland, wordt een (versplinterd) beeld geschetst van Europa tussen 1933 en 1945. Toch verdient Calasso’s fundamentele intuïtie alle aandacht: dat de seculiere samenleving een totalitair karakter vertoont en door zelfvernietiging bedreigd wordt, zoals blijkt uit de twaalfjarige geschiedenis van het Duizendjarige Rijk. Maar die intuïtie was allicht beter gediend door een meer klassiek betoog.

Wereldbibliotheek, Amsterdam
ISBN 9 789028 427587
190p.

Geplaatst op 13/10/2019

Tags: Derde Rijk, Het onbenoembare heden, Nazi-Duitsland, Politiek, Religie, Roberto Calasso, Terrorisme, Toerisme

Categorie: Samenleving, Signalement

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.