Proza

De eieren in de taart

Nederhalfrond

Johan Herrenberg

De beste manier om je een indruk te geven van Nederhalfrond, is middels een citaat:

Een ambulance, geel als mayonaise, vloog zojuist de brug over, loeit en zwaailicht in de richting van de Kinkerstraat. En het is een oersaai suïcidagje hier in Amsterdam, wat er dan ook mag zijn gebeurd: wintergrauw drilt de gracht met haar ingepakte bootjes en de meeuwen hokken nijdig op hun hijsbalk. Wordt dat nieuwe millennium nog een beetje interessant? Hé! Aan gene (noordelijke) zijde van de Jacob van Lennepkade zwiert hij langs de puien: een bebaard figuur in een blauw spijkerpak schaatst daar gewoon over het trottoir op zijn vals geworden benen. Iemand, groot, breed, komt de deur uit, achterste naar voren, moeizaam, een moeder met een buggy… en hield nog net op tijd in. En de man zwalkt verder, naar de hoek van de Jan Pieter Heije, blijft stilstaan bij die bruine lantaarnpaal, wankel, één hand eraan vast, en… moet dan overgeven?

Dit is noodgedwongen de bespreking van maar een half boek: Nederhalfrond is het eerste deel van Door het oog van de cycloon, waarvan het tweede deel, Opperhalfrond, volgend jaar verschijnt. Maar voor wie overweegt dit boek te gaan lezen: ik denk niet dat het plot de doorslag zal geven. Na het lezen van het fragment hiervoor zit een deel van jullie te glunderen achter je laptop, terwijl de rest een spontane allergische reactie heeft door die overdosis informatie.

Wat je bijblijft van Johan Herrenbergs (1961) debuutroman is de  springerigheid, eruditie, snelheid en precisie en elke zin is geschreven met de nodigeaandacht en zorg. Wie houdt van Pynchon, Lanoye, het latere werk van Joyce of het vroege werk van David Foster Wallace gaat een hoop vinden dat hen aanspreekt in deze roman. Andersom zal het een lange zit worden voor wie niet van het werk van deze schrijver houdt.

De roman lijkt voorbestemd om een cultklassieker te worden. In de komende twintig jaar zullen de exemplaren van de eerste druk worden uitgeleend tot ze gebutst zijn en er met allerlei verschillende soorten pen in is geschreven. De naam Herrenberg zal een begrip worden onder jonge schrijvers die zich willen afzetten tegen de traditie van ‘kaal’ schrijven. Tweedejaars taalstudenten  zullen het zwart-witte boek triomfantelijk uit de kast trekken om discussies mee te winnen (‘Ja, maar heb je Herrenberg dan wel eens gelezen?’).

Een andere reden om een samenvatting van het verhaal te vermijden, is dat er nog een hoop in de lucht hangt op het einde van dit eerste deel. Ik zeg ‘verhaal’ in plaats van ‘plot’ omdat er niet echt een narratieve motor in Nederhalfrond zit, eerder een setting.

De centrale locatie is het John Lennon Marktcollege in Hoefbeek, een fictieve stad die een stand-in en satire moet zijn van elke middelgrote stad in Nederland. Op dit college (waarvan de naam op het dak wordt vergezeld van een enorme, lichtgevende bril, een detail waar vreemd veel aandacht aan wordt geschonken) vindt de jaarlijkse Lennteparty plaats. In het jaar waarin het boek zich afspeelt begint dit feest met een recreatie van de albumcover van Two Virgins, waarbij twee studenten naakt in kooien boven de aula worden gehangen, als een soort bizarre levende kerststal. Dit wordt gevolgd  door een optreden van Bor von Singlecell t/m Europa, een popster en het personage dat het meest in de buurt komt van een traditionele hoofdpersoon.Tijdens zijn show volgen we een aantal studenten die elkaar voorzichtig (of als weddenschap) proberen te versieren, wat allemaal wordt bekeken door de rectrix via een nieuw surveillancesysteem dat aan haar wordt gedemonstreerd door een misantrope vertegenwoordiger.

Maar dit alles is een leugen: het boek gaat eigenlijk over John Derlage, een schrijver met een biografie die erg veel op die van Herrenberg lijkt, die Hoefbeek en het Marktcollege verzonnen heeft. Het grootste deel van het boek bevindt hij zich in een gesloten inrichting, waar hij terecht is gekomen na een manische episode waarin hij ervan overtuigd raakte dat hij de Messias was en zichzelf Jezetha (lees: J. Z. H.) van Zanareth noemde. Dit zijn nog maar een paar van de vele plots en subplots in het chaotische, decentrale, postmoderne systeem van deze roman. Er gaan vast een hoop scripties worden geschreven over hoe de hele constellatie in elkaar zit, en wat dit precies betekent.

Op zijn blog noemt Herrenberg James Joyce als zijn ‘prozavader’. Die liefde komt duidelijk terug in het boek, hoewel Nederhalfrond qua energie meer lijkt op de jaren zestigromans van Thomas Pynchon, vooral die in The Crying of Lot 49. De twee boeken delen eenzelfde soort hyperactieve maar precieze stijl, een obsessie voor popcultuur en de invloed die dit heeft op de wereld en een ambitie om iets te zeggen over respectievelijk Nederland en Amerika, in plaats van alleen het verhaal van een paar personages te vertellen. Bors band, The Rusty Bike Platoon, zou  een directe verwijzing kunnen zijn naar Sick Dik and the Volkswagens uit Lot 49.

Als ik dit boek postmodern noem, bedoel ik dat op de meest letterlijke manier: het past modernistische technieken toe op de huidige wereld. In dat opzicht voelt het boek zowel zijn tijd vooruit als gedateerd. De humor en obsessies zijn typisch voor de eerste golf Amerikaanse postmodernisten – het boek eindigt met een uitgebreide Lord of the Rings-parodie, fer cryin’ out loud – maar er zitten ook sporen in van de jaren 90, waarin Herrenberg aan het boek begonnen is, en van de twee decennia die het hem heeft gekost om het af te maken.

Die gestatietijd zie je terug in de enorme hoeveelheid werk die in elke zin is gestopt, maar tegelijkertijd zijn daardoor enkele van de observaties over de Staat van de Wereld minder krachtig, simpelweg omdat we ze al zo vaak hebben gehoord van sneller publicerende auteurs.

Nederhalfrond is geen ideeënroman, maar het bevat wel een paar lange passages over politiek en media, waarin Herrenberg zijn linkse ideeën uiteenzet. Op het Marktcollege is een vak dat ‘Consumptieleer’ heet. Software waarmee satellietbeelden van de wereld kan worden bekeken, heeft als bijnaam ‘Ogle Earth’. Jezetha denkt op een gegeven moment ‘dit is doodgewoon een script! Die studentikoze ploerten acteren! O, zie de Dolgeregisseerde Rotwerkelijkheid en haar dunne, breekbare lijst! De wereld – is verkunst! De wereld heeft – mediatraining ondergaan!’ De herhaalde benoeming van ‘de totale markt’ als de nieuwe religie maakt het af. Herrenbergs visie is interessant, maar niet fundamenteel anders dan die van de meeste linkse auteurs van zijn generatie. Zijn ideeën lijken veel op die van Arnon Grunberg, met als belangrijkste verschil dat Grunberg de menselijke zwakte tragisch en deprimerend vindt en Herrenberg die eerder geestig vindt.

Maar zoals gezegd, is de stijl uiteindelijk belangrijker dan de ideologie. Nederhalfrond is Herrenbergs romandebuut, na bijna twintig jaar verhalen te hebben gepubliceerd in het tijdschrift nY. Ondanks zijn leeftijd voelt het vooral als een jong boek, met zijn energie, cynisme en neiging om overal een grap van te maken. Wie let op de werkwoorden in dit boek zal merken dat er zelden iets wordt gezegd. In plaats daarvan wordt het geschreeuwd, gemurmeld, gelogen, gebriest, gesnord, gebluft of uitgeroepen.

Dit maakt het boek zo spetterend, maar hier en daar lijkt het alsof Herrenberg minder op zoek was naar het juiste woord en meer naar het meest originele, het meest vitale woord. Hier en daar overstemt de stijl  de personages. Neem deze passage, gesproken door één van Bors technici:

Oh – My – GOD! proestte de knecht. Basi toch! Wat stroopte jij dat oude karakter weer wondergaaf! Hahaha! Daarom ging je natuurlijk anders af! Geweldig, echt! Nog effe, man, nog effe, en Jeuzus Kruistus, ik had je om veiligheidsredenen gewoon in de steek moeten laten: kopexplosie! Hahaha!

Naast het feit dat niemand zo praat (behalve misschien J.Z. Herrenberg) worden hier zoveel idiomen aangeboord dat het moeilijk is om een idee te krijgen van wie deze persoon is, waar hij vandaan komt en waar zijn woordenschat is ontstaan.

De Amerikaanse schrijver Ta-Nehisi Coates prees in één van zijn essays de stijl van James Baldwin door te stellen dat die niet de icing on the cake was van zijn werk, maar de eieren in het beslag van die cake.  Dit lijkt mij de hoogste maatstaf die stijl kan hebben in een literair werk, en er zijn momenten waarop Herrenberg die haalt, zoals de passage waar ik mee begon. Maar op andere momenten voelt het meer alsof hij zichzelf dwingt om energiek te blijven, zoals in die eerdergenoemde Lord of the Rings-parodie, die vooral aanvoelt als uit de hand gelopen meligheid. Nederhalfrond beheerst een heleboel literaire technieken, behalve het understatement.

Nog een laatste punt, over gender. In de verhalen van Joyce zie je een oprechte poging van een mannelijke auteur om zich in zijn vrouwelijke personages in te leven, ze van binnenuit te begrijpen. In Nederhalfrond zien we vrouwelijke personages vaak in eerste instantie van buitenaf. Het geldt niet voor het hele boek, en Herrenberg geeft zijn vrouwen veel meer innerlijk leven dan sommige andere mannelijke auteurs, maar toch. Het valt op. En het is jammer om terug te zien in een werk dat zo vaak voor het minder begane pad kiest.

En nu, om niet op een negatieve noot te eindigen, mijn favoriete zin uit het boek:

De Boeing 747-400 begon en bloc, met klikgeluiden als van computermuizen, de gordels om te gespen.

Wereldbibliotheek, Amsterdam, 2018
ISBN 9789028427495
400p.

Geplaatst op 10/03/2019

Tags: 2018, Door het oog van de cycloon, James Baldwin, JamesJoyce, Johan Herrenberg, Lord of the Rings, Nederhalfrond, Ta-Nehisi Coates, The Crying of Lot 49, Thomas Pynchon

Categorie: Proza

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.