Proza, Signalement

Signalement: Drift

Drift

Bregje Hofstede

‘De vulkaan bewaarde Pompeii door het grondig te vernietigen, in één en dezelfde beweging’, schrijft Bregje Hofstede in Drift. In haar nieuwe roman doet Pompeii meermaals dienst als decor. Hofstede beschrijft gipsen afgietsels van doden, verkoolde broden, knobbelige glazen flesjes, bewaard ‘omdat ze imperfect zijn’. De stad is nauw verbonden met de thematiek van Drift: de drang om ons verleden te documenteren en te interpreteren. De onverhoedse samenhang tussen bewaren en vernietigen vormt de crux van Hofstedes derde werk.

De hoofdfiguur in Drift is Bregje Hofstede, een jonge schrijfster die midden in de nacht haar jeugdliefde en echtgenoot Luc verlaat en niets anders meeneemt dan een trekkersrugzak vol dagboeken. Beladen met tien jaar geschiedenis belandt Bregje in verschillende Airbnb-kamers, gevuld met hartjes van gevlochten riet, roze muren en bamboethema’s. Op zo’n plek ‘waar alles klopt en waar [ze] keurig naar de kloten’ gaat, buigt ze zich over haar dagboeken, op zoek naar verklaringen voor haar vluchtgedrag, naar de haarscheuren in een huwelijk.

De haarscheuren manifesteren zich in details, die Bregje de lezer in hoge dosissen toedient. Dat oog voor detail past bij haar beroep op de dienst Toegepaste Kunst van een veilinghuis. Met dezelfde scherpe, soms klinische blik waarmee ze catalogusbijdragen over parafernalia schrijft, observeert ze haar relatie in zijn alledaagsheid. Ze deelt dagboekpassages over scheerschuimwangen, onderhuidse frustraties op Sinterklaasfeestjes, scheve tanden en goedmaakseks. Al die kleine scènes legt ze met fluwelen handschoenen onder het vergrootglas, om ze daarna nietsontziend te analyseren. Het teruglezen ervan biedt haar echter geen antwoorden:

De ‘ik’ op de bladzijde wordt me steeds vreemder. We kunnen nauwelijks dezelfde zijn, want welk mens doet dit nou: pagina’s lang hopen op de eeuwigheid en vervolgens het einde in gang zetten.

Ook bij de lezer roept die ‘ik’ vragen op, want is een verteller die de naam van de auteur draagt niet per definitie onbetrouwbaar? Hofstede vermengt feit en fictie tot een onontwarbaar kluwen en vergroot dit spel door in Drift te vertellen over haar debuutroman: niet De hemel boven Parijs (2014), wel De welp, een fictief coming of age-verhaal dat zich in losse hoofdstukken tussen de vloed herinneringen nestelt. Bovendien wordt het personage Bregje geïnterviewd over De welp, waarbij ze wordt gevraagd naar het waarheidsgehalte van de roman. Hofstede grijpt die gelegenheid aan om toekomstige vragen over de autobiografische authenticiteit van Drift zelf te pareren: ‘Het is de waarheid min de feiten. De waarheid met extra ruimte voor mij, omdat ik geen plaats hoef te maken voor andermans kijk op de dingen.’ Dat spanningsveld tussen feit en fictie verkende Hofstede al in De hemel boven Parijsdoor te kiezen voor een hoofdpersonage dat, net als Hofstede, uitwisselingsstudent in Parijs was.

Er zijn meer parallellen tussen de De hemel boven Parijs en Drift. Zo is de grote aandacht voor lichamelijkheid typerend voor Hofstedes werk. Het lichaam is daarin de eerste indicator van de problemen die zich voordoen: het vertoont rode vlekken, het schilfert, het weigert te slapen. Vervolgens is het aan het hoofd om de oorzaken te achterhalen. ‘Ik kan niet terugkomen’, zegt Bregje tegen haar echtgenoot. ‘Ik slaap weer.’ Een rationele of emotionele reden is er nog niet, de lichamelijke volstaat voor het moment. Die vervreemding van de geest ten opzichte van het lichaam vormde eerder al het centrale uitgangspunt van de essaybundel De herontdekking van het lichaam (2016), waarin ze de rol van het lichaam bij een burn-out onderzoekt.

Ook de essayistiek uit haar eerdere werk krijgt een prominente plaats in Drift. Hofstede onderzoekt in bespiegelende passages het doel en de kneedbaarheid van herinneringen. Herinneren ‘is een vorm van verbeelding’, schrijft ze. Ons geheugen maakt geen opname van ons verleden, maar bouwt de herinnering elke keer opnieuw op: ‘memory lane wordt gemetseld waar je bij staat, en in de richting die je uit wilt’. Herinneringen zijn onbetrouwbaar, antwoorden schuilen niet in dagboekfragmenten. De stad Brussel komt eveneens aan bod in haar beschouwingen. Over de hoogteverschillen van de Brusselse gebouwen schrijft Hofstede:

Dat verspringen van schaal en register gebeurt eindeloos, waar je maar kijkt. Ik houd van Brussel om het Alice in Wonderland-gevoel dat dit me geeft, maar de laatste dagen, terwijl ik mijn vracht door de absurde straten sleep, komen de schaalverschillen me voor als waanzin.

Het is knap hoe de auteur haar decors naadloos met het thema verbindt: tegenover Pompeii, de stad onder een stolp, staat Brussel, dat geen zier geeft om haar herinneringen. Bruxellisation is de tactiek om ‘oude gebouwen expres [te] laten verkommeren, zodat ze in verval raken en slopen uiteindelijk de enige optie is.’ Met diezelfde argeloosheid klasseert Luc zijn herinneringen. ‘Vergeetgraagte’, zegt Bregje.

Anders dan in De hemel boven Parijs is de essayistiek in Drift niet afgelijnd. Dagboekfragmenten, metaforen en essayistische passages vloeien in elkaar over. De hele opzet omlijst Hofstede met een mythologisch kader. Het gaat om de monomythe van de gewone held, de hedendaagse Orpheus die op missie gestuurd wordt naar de onderwereld en die hoopt om met nieuwe kennis en zijn overleden bruid terug te keren naar het alledaagse. Er is één enkel verbod: hij mag niet achterom kijken. ‘Drie keer raden wat er gebeurde’, zegt Hofstede onheilspellend in de proloog. Als in een verhaal één enkel verbod wordt opgelegd, ligt het slot dan reeds besloten in de premisse of kun je ontsnappen aan een verhaal waarvan het scenario al vast ligt? Leg daarnaast nog de gefingeerde debuutroman en het spel met feit en fictie en je krijgt een zeer gelaagde roman. Die veelheid aan lagen komt voort uit het ontstaansproces. Hofstede schreef eerder twee manuscripten, gooide ze allebei weg en besefte dat ze niet om haar eigen verhaal heen kon: Drift ontstond in een half jaar tijd. ‘Het boek moest noodzakelijk zijn,’ zegt Hofstede op de site van Das Mag. Er blijven wel sporen uit de vorige boeken zichtbaar, bijvoorbeeld in de atypische paginering. De hoofdstukken uit De welp krijgen hun eigen nummering, maar sluiten niet op elkaar aan.

‘Het is zoals kintsugi, het Japanse gebruik om gebroken keramiek te repareren met goudpoedervernis’, zegt Bregje over een broek die ze hersteld heeft met een lap stof uit een van Lucs oude boxers. Hetzelfde geldt voor Drift: er worden stukken aan elkaar gelijmd, maar de onderliggende constructie ligt bloot. We hebben te maken met fictie en wel goed doordachte fictie.

Das Mag, Amsterdam, 2018
ISBN 9789492478719
398p.

Geplaatst op 01/02/2019

Tags: 2018, Alice in Wonderland, Bregje Hofstede, Brussel, De hemel boven Parijs, De welp, Drift, Huwelijk, Parijs, Pompeii, Vulkaan

Categorie: Proza, Signalement

Deel:

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.