Signalement: Het principe verantwoordelijkheid – Hans Jonas

Het principe verantwoordelijkheid

Hans Jonas

Het principe verantwoordelijkheid van Hans Jonas (1903-1993), na 32 jaar eindelijk in vertaling verschenen, is zeker voor de huidige tijd met zijn toenemende ecologische problematiek (stiefmoederlijk bedeeld in de actualiteit, maar daarmee niet minder dreigend) een belangrijk boek. Zonder scherpslijperij analyseert de Duitse filosoof hoe de mensheid de bedreiging die zij stilaan voor de natuurlijke wereld, en daarmee voor zichzelf vormt, tegemoet zou moeten treden. Zijn uitgangspunt ligt bij een pessimisme dat steeds het grootste gevaar durft te denken, zonder daarbij echter iets af te doen aan een door Jonas zorgvuldig blootgelegde categorische imperatief: dat er een mensheid moet bestaan. Uit zulke omzichtige bezorgdheid bestaat de verantwoordelijkheid die een politicus op zich heeft te nemen, als was hij de ouder van degenen die aan hem zijn toevertrouwd.

Een flinke sectie van het boek bestaat uit een scherpe analyse van zowel het kapitalisme als, vooral, het marxisme. Die twee nazaten van Francis Bacons geloof in de macht van de techniek over de natuur houden hetzelfde gevaar in: een technologische onderwerping van mens en natuur, die zich uiteindelijk in eigen voet schiet door haar ‘steeds gewetenlozer plundering van de planeet.’ Maar hoe moet je dan het menselijke samenleven inrichten, met zijn geürbaniseerde massamaatschappij? Naar zo’n algemeen antwoord is Jonas niet op zoek. Het gaat hem uitdrukkelijk niet om utopieën: die lopen op hun contradicties stuk. Jonas onderzoekt enkel de ethische ‘horizon van mogelijkheden’ waarbinnen men zich nog mag bewegen.

Daaronder gaapt wel een afgrond. Volgens Jonas had de premoderne stad nauwelijks invloed op de natuur. Slechts de moderne technologie zou bedreigende dimensies hebben aangenomen. Toch reduceerde al de Mesopotamische beschaving, de premoderne moeder van alle urbanisatie, een weelderige natuurlijke leefomgeving tot de zandbak die nu Irak heet. Dus wat als het werkelijke probleem niet bij technologie, maar bij urbanisatie, civilisatie in het algemeen ligt? Wat betekent dat voor een politiek handelen dat alle eventuele grootschalige gevolgen op lange termijn moet verdisconteren, uitgaande van het slechtste scenario?

Jonas duidt iets van een richting aan, als hij tot besluit van een uitvoerige kritiek op de marxistische filosoof Ernst Bloch (wiens Het principe hoop in Jonas’ titel doorklinkt) de ‘wilde natuur’ die vorm van natuur noemt die de mens aanspreekt. Maar hoeveel geürbaniseerde mensheid kan de wilde natuur op den duur nog verdragen? Moet de hele mensheid blijven bestaan, of slechts dat deel dat toch al thuis was in de ‘wilde natuur’? Wat betekent dan verantwoordelijkheid voor ‘echt menselijk leven’?

Die afgrond neemt niet weg, dat het boek bewonderenswaardig is: op uiterst betrokken, gewetensvolle, helder geordende manier wordt het denken over dit soort kwesties aangescherpt. Uiteindelijk legt Jonas vooral de noodzaak van moed bloot: de moed om in de afgrond te blikken.

De Nederlandse inleiding biedt een niet onkritisch overzicht van Jonas’ grondprincipes, handig als ruggensteun. De vertaling maakt Jonas al bijna tot een meeslepender stilist dan hij in het Duits is. De Nederlandse uitgave heeft nog een ander voordeel: de oorspronkelijke eindnoten zijn voetnoten geworden. Dat is erg praktisch bij deze geconcentreerde tekst, waarvan ieder die zich om de toekomst bekommert, kennis zou moeten nemen.

Uitgeverij IJzer, Utrecht, 2011
ISBN 9789086840496
350p.

Geplaatst op 19/03/2012

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.