Samenleving, Signalement

Symptoom van de crisis die het aanklaagt

De sociaaldemocratie is doodziek

Pleidooi voor een herpolitisering van de politieke orde

Vincent Scheltiens

Van een boek dat als titel De sociaaldemocratie is doodziek. Pleidooi voor een herpolitisering van de politieke orde heeft, verwacht je een analyse waarmee de hakken in het zand gezet worden of een pleidooi dat de lezer vastgrijpt, intrigeert of enigszins inspireert. Helaas is dat niet het geval. Een pleidooi in de ware betekenis van het woord valt in het essay van Vincent Scheltiens (1962) bijvoorbeeld nergens echt te bespeuren. Bladzijden lang verstopt Scheltiens zich achter een historische analyse die ondertussen al enkele decennia gemeengoed is onder iedereen die een beetje interesse heeft in het wedervaren van de Europese linkerzijde.

In zijn essay schetst Scheltiens hoe de West-Europese welvaartsstaten ontstonden tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog, hoe ze floreerden tijdens de eerste dertig jaren, hoe het neoliberalisme vanuit de coulissen tevoorschijn kwam om de welvaartsstaat uit te kleden en hoe de sociaaldemocratie in de daaropvolgende decennia in een ideologische en politieke impasse terechtkwam. Alle voorbeelden, namen, begrippen, termen en cruciale passages die bij deze historische analyse van de crisis der sociaaldemocratie horen, passeren netjes de revue: William Beveridge, het fordisme, de financialisering, Friedrich Hayek, de oliecrisis, de luchtverkeersleiders onder Ronald Reagan, de mijnwerkersstakingen, Tony Blair, de Derde Weg, de bankencrisis, de val van de Muur en, uiteraard, de ‘there is no such thing as society’-quote van Margaret Thatcher.

Het moet gezegd, wat Scheltiens doet, doet hij degelijk. De lezer krijgt een historisch vergezicht aangereikt waarin de geschiedenis van de sociaaldemocratie uitgebreid wordt toegelicht. Een feilloze historische synthese die ter hand kan worden genomen als naslagwerkje. Maar ook niet meer dan dat. Slechts in de allerlaatste bladzijden komt de auteur zelf wat tevoorschijn. Dat doet hij door strategische aanmaningen mee te geven omtrent het traject dat een toekomstige sociaaldemocratie dient te volgen. De sociaaldemocratie van de toekomst moet volgens Scheltiens politiserend zijn, een internationalistische houding aannemen, hervormingen nastreven met een hoogideologische impact en een nieuwe verwachtingshorizon creëren.

Ook in deze aanbevelingen valt helaas weinig origineels te bespeuren. Het pleidooi voor een herpolitisering wordt al sinds de jaren negentig gehouden – de eerste uitgave van The Return of the Political van de Belgische filosofe Chantal Mouffe dateert ondertussen van 1993 – en kan dus bezwaarlijk vernieuwend genoemd worden. En eigenlijk geldt hetzelfde voor het internationalisme, het idee dat links opnieuw een verwachtingshorizon moet scheppen of hervormingen met een grote ideologische draagwijdte moet nastreven. Het zijn aanbevelingen en richtlijnen die de voorbije decennia tot vervelens toe zijn herhaald .

Misschien kan het essay van Scheltiens begrepen worden als een symptoom van de crisis die het beschrijft. Hetzelfde gebrek aan verbeelding, fantasie of gewoon durf dat dit essay karakteriseert, is immers representatief voor een (Vlaamse) politieke linkerzijde die zich in haar eigen besluiteloosheid heeft vastgereden. Een twintigtal jaar geleden was het misschien nog gedurfd om publiekelijk te verkondigen dat de sociaaldemocratie doodziek was, vandaag is dat een open deur intrappen. Zelfs onder sociaaldemocraten.

Een gebrek aan verbeelding spruit meestal voort uit de negatie van wat (on)mogelijk is. De historische mogelijkheid die Scheltiens expliciet en impliciet ontkent is dat links iets meer of anders zou kunnen zijn dan de sociaaldemocratie in de brede zin van het woord. Dit uit zich onder meer in het feit dat ‘links’ en ‘sociaaldemocratie’ in de tekst als inwisselbare begrippen worden gehanteerd en dat Scheltiens een heropstanding van links enkel denkbaar acht via een heropleving van de sociaaldemocratie.

Door het lot van de sociaaldemocratie kritiekloos te vereenzelvigen met het lot van links verliest Scheltiens verschillende zaken uit het oog. De sociaaldemocratie opvatten als links, laat staan als de voornaamste vaandeldrager van dat links, is vanuit historisch oogpunt discutabel. De linkerzijde is altijd veel rijker geweest dat de sociaaldemocratische manifestatie ervan en de dood van de sociaaldemocratie impliceert niet de dood van links, net zoals de geboorte van links evenmin historisch samenvalt met de geboorte van de sociaaldemocratie. Maar dat inzicht serieus nemen lijkt voor Scheltiens een taboe. Wie de sociaaldemocratie terminaal wenst te verklaren, bezondigt zich immers aan leedvermaak en sektarisme: ‘De sociaaldemocratie mag dan wel in een existentiële crisis verkeren, vanop links of zelfs vanuit het oogpunt van de democratische hygiëne kan en mag dit in geen geval tot leedvermaak leiden. Zo een negatieve reactie zou enkel ingegeven zijn door suïcidale neigingen of door een sektarische mentaliteit’, zo schrijft Scheltiens.

Wie ieder alternatief op de sociaaldemocratie meteen wegzet als sektarisch of suïcidaal, is natuurlijk gedoemd tot de kritiekloze reproductie van de axioma’s van de sociaaldemocratie. Maar wat als het net die axioma’s zijn die vandaag op hun limieten botsen? Zijn we niet geneigd om dit tijdsvak als een crisis te catalogiseren net omdát we geconfronteerd worden met het feit dat politieke macht zich niet langer laat verzilveren door verkiezingen te winnen? Worden we vandaag niet meer dan ooit gewezen op het failliet van een parlementair-democratisch bestel en op de ongeloofwaardigheid van emancipatorische hoop die dat bestel ooit wist uit te dragen? Stoten we vandaag niet meer dan ooit op de grenzen van het naoorlogse compromis dat ongelijkheid en vervreemding temperde door middel van overconsumptie?

Scheltiens schuift de al te geruststellende these naar voren dat de sociaaldemocratie haar greep op de politieke macht is verloren door weg te drijven van haar roots. Het komt er slechts op aan, zo verkondigt hij, de sociaaldemocratie weer in haar oorspronkelijke bedding te krijgen. Maar wat als die bedding zelf voorgoed is uitgevlakt? Er zijn genoeg feitelijke vaststellingen waarmee die hypothese gestaafd kan worden. Daarom zou ze op zijn minst moeten worden overwogen als vertrekpunt voor een analyse over de sociaaldemocratie en links.

Maar die denkpiste lijkt dus geen optie voor de auteur van De sociaaldemocratie is doodziek. Iedere vluchtlijn die wegleidt van de sociaaldemocratie wordt angstvallig genegeerd of ontkend. Misschien heeft het met een generatieverschil te maken, maar Scheltiens lijkt ervan uit te gaan dat een dergelijk debat ons meteen zal terugvoeren naar de drammerige discussies tussen ultralinkse groupuscules die kenmerkend waren voor de jaren zeventig. Op die manier wordt de intellectuele opening om de principes van de sociaaldemocratie in naam van een bredere, linkse traditie kritisch te onderzoeken voorbarig gesloten. En dat is jammer. Al is het maar omdat het leidt tot een essay dat in weinig opzichten prikkelend kan worden genoemd.

 

VUBPRESS, Brussel, 2019
ISBN 9789057188657
106p.

Geplaatst op 26/09/2019

Tags: De sociaaldemocratie is doodziek, Links, Politiek, Vincent Scheltiens

Categorie: Samenleving, Signalement

Deel:

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.