Recensies, roman

Toeval & boete

De geboorte van schuld

Bart Smout

‘Zie je deze pijn? Deze pijn is echt. Deze pijn komt door jou’.

Fatale foutjes

Aristoteles schreef in zijn Poëtica dat een ware held in een tragedie goed van karakter moet zijn, maar niet perfect. Dit stelt ons in staat mee te leven wanneer zijn lot omslaat als gevolg van een inschattingsfout. Zou hij geheel goed zijn, dan zou hij deze fout niet eens gemaakt hebben. Zou hij geheel verdorven zijn, dan zouden we geen medeleven voelen en kon er geen katharsis optreden. Van Oedipus tot Creon tot Antigone: stuk voor stuk rechtschapen helden die een fataal foutje maakten.

Niet al te kwade, doch gemankeerde personages populeren het werk van de Tilburgse schrijver Bart Smout. De hoofdpersoon in zijn debuutroman Lege Lijnen (2009), een ‘bildungsroman zonder Bildung’, is naamloos en wordt consequent aangeduid met ‘de jongen’. Een doodgoede knul met beste bedoelingen, die een beetje aan de zijlijn van het leven rondlummelt. De dingen overkomen hem. Nu is er De geboorte van schuld (2019), met monstertruckchauffeur Dylan Rutven als tragische antiheld. Dylan is een lonely cowboy. Hij heeft een zoontje genaamd Benji, en een moeizame relatie met zijn ex, met de Smout kenmerkende afstandelijkheid aangeduid als ‘de moeder van Benji’. Dylan bestuurt een monstertruck (‘een snuivend beest van staal en rubber’) voor demonstraties. Hij draagt daarbij altijd de zwartleren handschoenen die hij erfde van zijn onbekende vader. Hij bezoekt soms een stripclub. Dylan weet zelf eigenlijk ook niet hoe hij gekomen is waar hij nu is, hij kijkt zelden terug: ‘“Hoe word je dat eigenlijk, monstertruckchauffeur?” Ik zei dat ik geen idee had.’

Dylans lot slaat om wanneer hij een demonstratie geeft bij de première van een kinderfilm over monstertruck Ben. Hem werd gevraagd vier rondjes over een plein in Rotterdam te rijden en met de truck over een autowrak te springen. Easy money, zo verzekert zijn opdrachtgever Henri hem. Bij de tweede sprong hapert echter het rempedaal, en, zo blijkt achteraf, hapert Dylan zelf vijf seconden voor hij de noodknop indrukt. Vijf doden en vier gewonden zijn het gevolg en er wordt een ingrijpend onderzoek gestart dat Dylan R., zoals hij vanaf dat moment door het leven gaat, als ‘dader’ van het ongeluk helemaal doorlicht. De rest van de roman is een bloedstollende en vervreemdende speurtocht met als doel de schuldige aanwijzen, en bepalen wat hier eigenlijk de misdaad is.

Deze tragedie is op feiten gebaseerd: op 28 september 2014 reed in Haaksbergen chauffeur Mario D. op het publiek in tijdens een monstertruckdemonstratie, met drie doden (waaronder een vijfjarig jongetje) en 23 gewonden tot gevolg. Uit het technisch onderzoek bleek dat de toen 48-jarige Mario niet of nauwelijks heeft geremd en dat hij zijn voertuig niet onder controle had. Hoewel al gauw duidelijk werd dat de internationale richtlijnen niet goed nagevolgd werden (er mocht bijvoorbeeld geen publiek staan in de rijrichting van de stunt) en dat de organisatie de veiligheidsrisico’s niet genoeg in acht nam, was het van belang dat er eenduidig een dader werd aangewezen. In mei 2019 werd bekend dat Mario 15 maanden gevangenisstraf moet uitzitten. Slachtoffers en nabestaanden waren enerzijds opgelucht dat het drama nu afgesloten kan worden, en gaven anderzijds te kennen dat deze straf te mild was. Als gevolg van het ongeluk zijn de protocollen aangescherpt, en is de regelgeving voor het organiseren van evenementen in Twente zeer ingewikkeld geworden.

Vrijheid en noodwendigheid

En zo gaat het vaker bij rampen: ze hebben vooral meer regels tot gevolg. Volgens filosoof Jos de Mul in De Domesticatie van het Noodlot (2006) komt dit omdat we niet goed meer kunnen leven met het noodlot. Anders dan bij de oude Grieken en toen het christendom in het Westen het wereldbeeld bepaalde, zouden we in de hedendaagse technologische samenleving het noodlot graag uitbannen. Technologische vooruitgang biedt ons de illusie van de maakbaarheid en beheersbaarheid van het leven, de dood, het lot en de toekomst. Medische vooruitgang laat ons langer leven, en door de sigaret in te ruilen voor superfood zorgen we ervoor dat zo gezond mogelijk te doen; we cureren het perfecte beeld van onszelf met social media en we streven lichamelijke perfectie na in de sportschool; we maken duurzame keuzes in een poging de planeet te redden. Maar het noodlot laat zich niet afschaffen: diezelfde technologie die we daartoe inzetten laat zich niet volledig beheersen en brengt daarom het tragische op meedogenloze wijze terug in onze samenleving. Met een verwijzing naar Nietzsche noemt De Mul dit ‘de wedergeboorte van de tragedie uit de geest van de technologie’.

De kranten staan vol met zulke tragedies. Denk aan de crash van vlucht MH17 op 17 juli 2014, waarbij 298 passagiers en bemanningsleden om het leven kwamen als gevolg van een inschattingsfout van het Oekraïense leger. De Duitse co-piloot die in 2015 een Airbus van Germanwings moedwillig liet neerstorten, heeft dit kunnen doen door een technische aanpassing die na de aanslagen van 9/11 werd ingevoerd. De deur van de cockpit kon van binnenuit worden vergrendeld om vliegtuigkapers buiten te houden, maar deze piloot gebuikte die feature om zijn gezagvoerder buiten te sluiten na een toiletbezoek. Andere voorbeelden zijn de Bijlmerramp van 1992 en het ongeluk met de elektrische bolderkar van het merk Stint in Oss in 2018, met de dood van vier kinderen als gevolg. In zulke gevallen is de respons – naast shock, ongeloof en nationale rouw – vooral het bedenken van meer regels, protocollen, en technologische innovatie.

De Franse cultuurtheoreticus Paul Virilio schreef in Cybermonde, la politique du pige (1997) dat we met het ontwikkelen van steeds complexere technologie ook onvermijdelijk fouten in de machine inbouwen die leiden tot ongelukken. Waarop nieuwe technologische ontwikkelingen weer orde in de ontstane chaos moeten brengen en het ongeluk uit moeten bannen:

Het ongeluk is een omgekeerd wonder, een seculier wonder, een openbaring. Het schip uitvinden is schipbreuk uitvinden; het vliegtuig uitvinden, de vliegtuigcrash uitvinden; de trein uitvinden is de ontsporing uitvinden en elektriciteit uitvinden, is ook electrocutie uitvinden… Elke technologie draagt zijn eigen negativiteit.[1]

Het ongeluk in Haaksbergen is tragisch omdat het een onbedoeld en onvoorzien gevolg was van menselijk handelen: een noodlottige samenkomst van technische en menselijke foutjes, een spanning tussen vrijheid en noodwendigheid. De mens, zoals Sartre schreef, is gedoemd tot vrijheid, en daarin schuilt de tragedie. Smout neemt dit gegeven als katalysator voor de actie. Toch is De geboorte van schuld eerder een ideeënroman dan een actualiteitenroman, meer fictie dan feit. Het is een meditatie over kwesties zoals schuld en toeval. Soms, zo laat Smout zien, is er geen aanwijsbare dader, zijn er enkel slachtoffers. Anders dan de oude Grieken zijn we niet goed in staat dat te accepten. Er moet wel een schuldige zijn, anders wint het noodlot: ‘Zolang nog niet bewezen is dat de verdachte de dader is, zal de vader evenmin rust hebben’.

Dylans leven is na het ongeluk in een klap voorbij, hij mag zijn zoon niet meer zien en steekt zijn geliefde Ford Mustang in brand: ‘Het voelde alsof ik een van de vijf doden was’. Hier schuurt de roman dicht tegen de realiteit, waarin Mario D. recent te kennen gaf: ‘Misschien verzacht het voor slachtoffers en nabestaanden dat mijn leven een nachtmerrie is geworden’. Er ontspint zich een groter verhaal, of eigenlijk een verzameling verhalen, over mens en technologie en de aanvaarding van het onbeheersbare.

Patroonherkenning

De roman is doorspekt met kleine ongelukjes die het leven van de personages in ingrijpende mate bepalen. De moeder van het slachtoffer Jonathan is op de dag van het ongeluk nog met haar hoofd bij een ander ongeluk dat het einde van haar relatie inluidde: ‘Nog altijd dacht ze: het kwam niet door ons. Het kwam door het krijsen van het metaal. Door het zijspiegeltje, dat even bleef hangen, en viel’. Ook het voorval dat ertoe leidt dat Dylan van rijden zijn carrière zal maken, is een ongeluk waarbij hij in een reflex (een omgekeerde hapering) iemands leven redt. Hij baseert zijn levenspad dus op een toevallige gebeurtenis met een positieve uitkomst. Sterker nog, zijn gehele bestaan heeft hij te danken aan een dubbel ongeluk: onbeschermde seks, gevolgd door een toevallige ontmoeting die zijn moeder ervan weerhoudt de geplande abortus door te laten gaan.

Vooral rechercheur Tahiri, in zijn briljante vreemdheid, is een memorabel personage. Deze Sherlock knabbelt voortdurend op pistachenootjes en zonnebloempitten en peutert velletjes van zijn lippen: ‘De noot stimuleert de hersens meer dan de sigaret, meneer Rutven’. Tahiri gaat op onderzoek uit naar toevallige details in Dylans leven die zijn schuld onderstrepen: Hoe kan het dat hij vijf seconden nodig had om de noodknop te bedienen? Hing hij de avond voor het ongeval te lang in een stripclub? Hoe zit het met zijn nalatigheid als vader? Ook Dylan zelf graaft terug naar de ‘oerzonde’ die moet verklaren waarom zijn noodlot toegeslagen heeft:

Had ik niet in de monstertruck moeten gaan zitten? Wat had ik nog meer moeten nalaten? Hoeveel misstappen had ik gemaakt die ik nooit had gezien? […] Tijdens mijn leven had ik een spoor van schuld getrokken dat na al die jaren langzaam uit de donkere aarde tevoorschijn kwam.

‘Dat is jouw denkfout’, merkt de nuchtere stripper Leda op, die zelf weigert een rol te spelen in het schuldverhaal dat haar door haar ouders is opgelegd. ‘Jij wilt een patroon ontdekken dat hiertoe heeft geleid. Zodat je kunt begrijpen waarom het leven je op dit moment zo hard in je reet aan het neuken is.’ Volgens haar heeft Dylan simpelweg ‘de meest logische keuzes […] gemaakt in een verder onlogische wereld.’ Bestaat er zoiets als aangeboren schuld? Is Dylan, in de terminologie van de roman, de sneeuwbal die een lawine veroorzaakt, of juist de skiër die meegevoerd wordt?

Deze verhalen boeien vooral door Smouts afstandelijke, uitgeklede maar trefzekere schrijfstijl: er staat geen woord teveel in De geboorte van schuld. Smout is op zijn best in zijn vlijmscherpe dialogen, vooral het verbale kat- en muisspel tussen Dylan en rechercheur Tahiri waarin de machtsbalans langzaam verschuift.

‘[K]unt u er niet tegen als de dingen zijn zoals ze zijn? Zonder verband, zonder logica, zonder een plekje in de grote legpuzzel. [… ] Wat ziet u eigenlijk als u mij volgt? … Een lege huls, die gevuld moet worden met schuld? […] U kunt in mijn verleden graven, of mijn ex aanhoren als ze vertelt dat ik een slippertje heb gemaakt. En dan kunt u zeggen dat u geweldig speurwerk hebt verricht. Maar wat u vindt is uw eigen vonnis dat u allang geleden heeft geveld’.

Hoewel de vertelling afstandelijk is geschreven, is de auteur nergens onempathisch: Smout heeft mededogen met zijn gemankeerde personages.

Een vieze spiegel

De door Smout geschetste wereld kenmerkt zich door een vreemde, unheimische sfeer. We hebben hier duidelijk te maken met hedendaags Nederland, maar het is een verwrongen Nederland, alsof we het in een vieze spiegel gereflecteerd zien. Dylans schimmige opdrachtgever Henri wordt geschetst als een maffiabaas uit een film noir, steevast verscholen in de schaduwen van de luxaflex in zijn kantoor dat onvindbaar blijkt: ‘een grote, uitgesmeerde vlek, die me soms belde en opdrachten gaf waarmee ik geld kon verdienen, om daarna weer in het niets te verdwijnen’. Wat is zijn aandeel in de tragedie, waarom wordt hij niet gezocht? Dergelijke vragen maken het boek tot een anti-detective: het heeft een thrillerachtige opzet maar de dader ontbreekt. Smout bedient zich van filmische details en terugkerende visuele motieven zoals de zwartleren handschoenen en de poster van een oude gebombardeerde brug. Deze details zijn ‘als stukjes van verschillende puzzels die op onverklaarbare wijze in één doos terecht zijn gekomen’. Ze zijn significant, maar hoe? Wat maakt feiten tot feiten en hoe vormen ze bouwstenen voor de verhalen waarmee we de wereld duiden?

Keer op keer wordt een groter verband gesuggereerd, maar nergens word het uitgetekend. Als lezer krijg je zelf paranoïde neigingen: je ziet patronen, legt causale verbanden, wordt verleid tot samenzweringsdenken en apofenie, geconfronteerd met je eigen confirmation bias. Zo zijn er opvallende parallellen tussen de moeder van Jonathan en de vader van Benji, het slachtoffer en de dader: ‘We namen afscheid en het voelde niet alsof we dader en slachtoffer waren, maar alsof we samen het slachtoffer waren van iets wat veel groter en sterker was dan we ooit konden begrijpen’. En hoe toevallig is het dat Dylan en Leda, de stripper die hem een lapdance gaf de avond voorafgaand aan het ongeluk, beiden in de stad Mostar in Bosnië-Herzegovina  verbleven in dezelfde periode? Hebben ze elkaar daar toen ontmoet en wat heeft dat met het ongeluk te maken? De complex in elkaar grijpende verhalen vormen een rorscharchtest voor de lezer: zie jij hier toeval in, domme pech, of het noodlot? Bestaan schuld en onschuld eigenlijk wel?

Het is jammer dat Smout de hedendaagse communicatietechnologie vrijwel buiten beschouwing laat, afgezien van een enkel appje. Ik ben benieuwd hoe de schuldvraag op social media zou worden uitgespeeld. Zou de Nederlandse burger hier in de verleiding komen om zelf aan waarheidvinding te doen en voor eigen rechter te spelen? Hoe zouden de algoritmes van Facebook en Google met de beschikbare ‘feiten’ aan de haal gaan? Maar Dylan R., true to character, sluit de wereld buiten en weigert zichzelf te Googlen.

Het ligt in de lijn der verwachting dat de beklaagde zal proberen te vluchten; iets wat hij eigenlijk al zijn hele leven heeft gedaan. Maar Griekse tragedies leren ons dat zij die het noodlot proberen te ontlopen, er juist tegenaan lopen. Is dat wat met Dylan R. zal gebeuren? Of zal hij berusten in de rol die hem is toebedeeld? Voor aanvang van de rechtszitting eindigt het verhaal, en zo wordt de lezer op de plaats van de rechter gezet. Oordeel zelf.

[1] Vertaling door IvdV. Het origineel luidt: ‘L’accident est un miracle à l’envers, un miracle laïc, un révélateur. Inventer le navire, c’est inventer le naufrage; inventer l’avion, inventer le crash; qu’inventer le train, c’est inventer le déraillement et inventer l’électricité, c’est aussi inventer l’électrocution … Chaque objet technique véhicule sa propre négativité.’

De Geus, Amsterdam
ISBN 9789044542066
223p.
Prijs: 20
Meer info: singeluitgeverijen.nl/de-geus/boek/de-geboorte-van-schuld/ p.

Geplaatst op 16/10/2019

Tags: 2019, Bart Smout, Inge van de Ven, Recensie

Categorie: Recensies, roman

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.