Proza, Recensies

TOSCA (ridendo): ‘Ah, è inutil!’

Ook bomen slapen

Annemarie Peeters

Debuten die op de achterflap van de eerste druk, dus nog voor er maar één recensie verschenen is, de hemel in worden geprezen door een aantal bekende namen wekken altijd mijn achterdocht op. Uiteraard is dat een marketingstrategie in deze tijden waarin steeds meer romans lijken te verschijnen terwijl de media die deze onder de aandacht zouden kunnen brengen steeds minder plaats schijnen te hebben voor literatuur, en in de weinige ruimte die ze eraan besteden ook nog eens steeds dezelfde schrijvers bespreken. Hoe moet je als debutant je boek dan aan de man zien te brengen? Een – bevriende? – BV of BN’er die een lovende quote levert, helpt misschien om opgepikt te worden. Bij het debuut van muzikante en muziekpubliciste Annemarie Peeters zijn Koen Peeters (‘Een knap debuut’), Marc Reugebrink (‘een gedurfd en knap geschreven debuut dat vele lezers verdient’) en Thomas Vanderveken, de sympathieke presentator die niet meteen bekendstaat als een groot literatuurkenner (‘Een spannende en wonderlijke roman’), de leveranciers van de aanbevelingen. Het gevaar dat schuilt in deze goedbedoelde duwtjes in de rug is evenwel dat ze hele hoge verwachtingen oproepen. Al die superlatieven suggereren dat we hier te maken hebben met een meesterwerk van een debutante zoals je dat hoogstens eens in een decennium ziet opduiken.

Dat moet hier helaas meteen gerelativeerd worden. Ook bomen slapen is vooral een sterk geconstrueerde roman, waarbij ‘sterk’ hier niet ‘fraai’ betekent, maar ‘vergaand’ of zelfs ‘overdreven’. Dat er een overwogen structuur aan ten grondslag ligt, is al meer dan wat je van veel romandebuten kan zeggen, maar het boek lijdt onder de opzichtig rondgestrooide puzzelstukjes die uiteindelijk in elkaar vallen, de zwaar aangezette intertekstualiteit en een verteltechnische kunstgreep. En dat alles om een relatief eenvoudig en larmoyant verhaal te vertellen over enerzijds een dirigent en anderzijds een zangeres.

Corneille werkt al een hele tijd niet meer als muzikant, maar als boekhouder in een kledingwinkel in Parijs. Dankzij de brieven die hij aan zijn zoon richt, komt de lezer stapje voor stapje zijn levensverhaal te weten. Als gevierd operadirecteur was hij, tot frustratie van zijn vrouw, meer met zijn werk dan met zijn familie begaan. Wanneer het bestuur vaststelt dat door de eigenzinnige programmatie met voornamelijk hedendaags werk de bezoekersaantallen teruglopen, besluit Corneille een van de bij het publiek meest geliefde stukken uit het genre uit te voeren: Tosca van Giacomo Puccini. Voor de titelrol haalt hij een onervaren Italiaanse schone naar zijn operahuis, met wie hij een affaire begint. Wanneer hij een einde maakt aan de verhouding doet zich tijdens de voorstelling een drama voor waarbij de werkelijkheid de fictie inhaalt en de sopraan aan haar einde komt zoals de zangeres Tosca in de gelijknamige opera.

Die geschiedenis wordt doorweven met het verhaal van Ofelia, een klassieke zangeres die thuiskomt van een buitenlands optreden en besluit om haar leven om te gooien. Ze trekt naar Berlijn waar ze haar afkomst overdenkt en haar carrière een nieuwe wending wil geven. Uit flarden herinneringen blijkt dat ze in een gezin zonder vader werd opgevoed door haar grootmoeder die in haar de liefde voor muziek doet ontbranden wanneer ze haar meeneemt naar… Tosca. Operaster wordt ze niet in de Duitse hoofdstad, wel oogst ze er succes als fenomeen in een nachtclub, waar ze op een vergelijkbare wijze aan haar einde komt als het liefje van Corneille, namelijk als een operapersonage: Dido in Henry Purcells Dido and Aeneas.

Sleutelfiguur is de oma, die zich als een man kleedt, diep geroerd is door de opvoering van Tosca die ze samen met Ofelia bezoekt, en die in een secretaire een reeks lege vellen bewaart waarop enkel de aanhef ‘Mijn vader’ staat en die ondertekend zijn met ‘Je zoon’. Mondjesmaat geeft Peeters aanwijzingen prijs waardoor verschillende verhaalelementen met elkaar verbonden kunnen worden. Als je elders te weten gekomen bent dat de vrouw van Corneille voor ze hem verlaat, vertelt ‘dat ze een man wilde zijn’ en als je aan het einde leest dat hij in zijn brieven beseft dat zijn zoon zelf een dochter heeft, wordt het duidelijk hoe beide verhalen in elkaar klikken. Daarmee is dit het dramatische verhaal van een uit elkaar gevallen familie: Corneille die door een stommiteit zijn gezin heeft verloren, wil het contact herstellen, maar slaagt daar niet in wat tot zijn algehele eenzaamheid leidt; Ofelia, die maar niet begrijpt waarom haar vader er niet meer is, gaat ten onder aan een gebrek aan wortels in het leven. Het lijkt wel het verhaal van een soap opera, verteld met behulp van trucs uit de detective – beide triviale genres – maar dan ingebed in de context van de opera in musica, een van de meest complexe vormen uit de high culture.

Uiteraard is de plot in de meeste opera’s dramatisch en zelfs over the top. Dat geldt in het bijzonder voor het populaire Tosca, waarnaar niet alleen de inhoud van Ook bomen slapen verwijst (het is dit stuk dat zowel professioneel als privé de ondergang van Corneille betekent; het is de opera die Ofelia en haar oma met elkaar bindt en zo met Corneille), maar ook de structuur (in drie aktes). Bovendien strooit Peeters her en der citaten rond van andere opera’s: uit Pelléas et Mélissande van Claude Debussy, uit Purcells Dido and Aneas, uit Hector Berlioz’ Les Troyens en uit Hamlet van Ambroise Thomas. Pelléas et Mélissande is het verhaal van een driehoeksverhouding (zoals in Corneilles verhaal), de opera’s van Purcell en Berlioz gaan over Dido die door Aeneas in de steek gelaten wordt en zichzelf vervolgens van het leven beneemt (te vergelijken met de situatie van Ofelia), en in Hamlet pleegt Ophelia uiteindelijk zelfmoord. Ten slotte is er nog een indirecte verwijzing naar Rigoletto van Guiseppe Verdi, waaruit de bekendste aria ‘La donna è mobile’ luidt – een verwijt dat Corneille een paar keer herhaalt. De in Ook bomen slapen vertelde levensverhalen van de personages hebben te lijden onder de theatraliteit waarvan opera ook vaak het slachtoffer is. Je zou kunnen zeggen dat Peeters de sentimentele intrige op die manier enigszins ironiseert, aangezien opera niet zelden synoniem is voor ongeloofwaardigheid, maar het lijkt er eerder op dat de intertekstuele inbedding gewicht moet geven aan een slap verhaal.

Bovenop de pathetische plot is de vertelwijze geforceerd, voornamelijk in de passages waarin Corneille aan het woord is. Hij schrijft aan zijn zoon zonder ooit antwoord te krijgen en houdt dat vele tientallen bladzijden vol – dat is weinig aannemelijk. De brieven worden door Peeters ingezet om een zelfanalyse van het personage te presenteren, maar het is volstrekt onduidelijk waarom precies dit genre wordt gebruikt en bijvoorbeeld niet een dagboek, een bekentenis op het sterfbed of gewoon een ik-vertelling. De vormkeuze lijkt hier dan ook loos te zijn en enkel een verklaring te vinden in het verschil met de vertelwijze van de Ofelia-hoofdstukken, waarin een personele verteller optreedt. Daar komen nog een aantal talige slordigheden bij zoals ‘op het eerste zicht’ in plaats van ‘op het eerste gezicht’, ‘ze onderlijnde’ waar ‘onderstreepte’ wordt bedoeld, ‘gedachtenexperiment’, wat zonder tussen-n hoort of het voltooid deelwoord ‘mislopen’, maar vooral het als een storende tic terugkerende woordje ‘alsmaar’. En dan is er nog de metafoor van de boom, waarnaar de titel verwijst. Dat is sinds mensenheugenis een symbool voor verbinding (tussen heden en verleden, tussen de aarde en de hemel). Hier is het een beeld voor de ontbrekende schakel tussen Corneille en Ofelia.

Ook bomen slapen is zowel wat de inhoud als de vorm betreft een ambitieuze roman. Peeters verweeft twee levensverhalen en laat die uiteindelijk samenkomen, ze behandelt thema’s als eenzaamheid, ontworteling, liefde en overspel, de relatie tussen fictie en werkelijkheid, en de verhouding tussen mannen en vrouwen in de muziekscene en daarbuiten. Daarvoor trekt ze een blik aan literaire technieken open zoals intertekstualiteit, wisselende vertelstandpunten, de integratie van verschillende genres en het gebruik van een dragende metafoor. Het kan helaas allemaal niet verhullen – TOSCA (ridendo): ‘Oh, è inutil!’ – dat hier in wezen een oninteressant verhaal verteld wordt.

Vrijdag, Antwerpen, 2018
ISBN 9789460016462
320p.

Geplaatst op 05/04/2019

Tags: Annemarie Peeters, Bomen slapen ook, Giacomo Puccini

Categorie: Proza, Recensies

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.