Volgzaam en opstandig

En liefde in mindere mate. Dagboeken 1961-1987

Doeschka Meijsing

Het dagboek is een uniek genre geschrift. Alles wat wij schrijven, van boodschappenlijstjes tot brieven en van dagbladartikelen tot epische romans, is onderweg naar een lezer. Alleen het dagboek is een geschrift dat niemand mag lezen. Het is een biecht die doorgaans zelfs door de dagboekanier nooit meer wordt teruggelezen. Laat staan dat derden erin kijken. Vandaar het slotje op het klassieke tienerdagboek.

Ook Doeschka Meijsing (1947-2012) had in haar jeugd een dagboek met een slotje, dat toch heimelijk door haar moeder werd gelezen. Het eerste deel, een keuze uit de dagboeken van de jaren tussen 1961 en 1987, verscheen onlangs in de reeks Privé-Domein, onder de titel En liefde in mindere mate. Het laat meteen zien waarom de meeste mensen hun dagboeken nooit herlezen. De benefit of hindsight bestaat vooral uit meewarigheid om ons vroegere, naïeve zelf.

Zo noteert Meijsing in de zomervakantie van 1966, achttien jaar oud, aan de vooravond van de examenklas gymnasium, dat ze nooit zo’n schrijver wil worden als Gerard Reve of Jan Wolkers. Ze heeft geen zin in die zelfpromotie, de heisa om boeken in de winkel te krijgen:

Ik wil intens goede boeken schrijven, mooie boeken, lelijke boeken, waarheid, waarheid etc., maar ik voel een afschuwelijke weerzin om mezelf te moeten verkopen, om op stapels te liggen in de boekwinkel en door elke groenteboer gelezen te worden.

Hier spreekt het nette burgermeisje dat het ordinair vond om je in de media groot te maken. Maar we zien ook hoe onze literatuur is veranderd. Hoe auteurs in 1966 optraden is niets vergeleken bij het huidige mediacircus.

Ook Meijsing kreeg daar tegen het eind van haar leven mee te maken, toen ze geliefd was als de ‘grumpy old lady’ die de AKO Literatuurprijs kreeg voor Over de liefde (2008). Die titel verkocht al goed, maar na de bekroning werd het een bestseller van het type dat de tiener Meijsing allicht had verworpen. Ze was een andere schrijver geworden dan ze vroeger had gedroomd. Wanneer het tweede deel van de dagboeken verschijnt, zullen we van begin tot einde getuige zijn van deze ontwikkeling.

Meijsing was altijd opstandig en tegelijk ‘autoriteitengevoelig’, zoals ze het zelf formuleert. In haar schooltijd uitte dit zich in verliefdheden op leraren waarop de schrijfster de rest van haar leven teerde. In haar werk zorgde die volgzaamheid ervoor dat het etiket van het Revisor-proza langer aan haar bleef plakken dan goed voor haar was. Ze stond in 1977 op het omslag van de Haagse Post voor een groepsportret met De Revisor-redacteuren Nicolaas Matsier, Frans Kellendonk en Dirk Ayelt Kooyman. Zelf was ze nooit redacteur geweest, en volgens deze dagboeken had ze ook weinig contact met Kellendonk of Kooyman.

Ze begon als een Simon Vestdijk-adept (net als veel schrijvers in de vroege jaren zeventig), Vladimir Nabokov was haar grote held en haar meesterwerk, De weg naar Caviano (1995), was een zeldzaam perfecte roman geweest als er niet zoveel werd verwezen naar Italo Calvino. Dat was onnodig, omdat Meijsings werk vanaf het begin een eigen karakter heeft. Toch duurde het lang voor ze alle ballast had verloren; ze moest haar volgzaamheid kwijtraken.

De wetten van de Verbeelding

Meijsing was geen cliché-debutant die nauwelijks kan geloven hoe leuk schrijven is. Steeds wanneer er een boek van haar uitkwam, noteerde ze haar teleurstelling. Het was niet geworden wat ze had gedacht, en het enige wat ze eraan kon doen is doorzetten en een nieuw boek beginnen.

Naast romans schreef Meijsing kritieken in Vrij Nederland. Samen met Carel Peeters runde ze tien jaar de boekenbijlage van dat weekblad, tot ze werd wegbezuinigd met het laffe excuus dat ze toch meer een boekenschrijver was.

Daarna schreef ze om de week een boekbespreking in Elsevier. Ze had een scherp oog voor waar het in andermans werk om ging, maar het was (zeker in haar Elsevier-tijd) gewoon brood op de plank. De meeste boeken die ze besprak was ze al vergeten voor het stuk in het tijdschrift stond, vertelde ze me eens.

Op veel betrokkenheid bij de literatuur en collega-schrijvers is ze in haar dagboeken niet te betrappen. Kellendonk en A.F.Th. van der Heijden debuteerden drie jaar na haar, maar ze verschijnen amper op haar radar en hetzelfde geldt voor Oek de Jong. Ook daarin was Meijsing geen echte De Revisor-auteur, want die lazen en bespraken elkaars werk nauwkeurig. Meijsing voelt duidelijk affiniteit met het werk van Matsier; ook omdat ze hem graag mag. En ze volgt het werk van haar broer Geerten Meijsing met gespannen aandacht. In hun kinderlijke rivaliteit schuilt een fascinerende dubbelbiografie. Andere tijdgenoten doen haar weinig, als we moeten afgaan op En liefde in mindere mate.

Meijsings opstandigheid spreekt ook uit haar dagboeken. Zo zon ze lang op een afrekening met Louis Ferron en diens De keisnijder van Fichtenwald (1976). Deze roman was bij Meijsing in het verkeerde keelgat geschoten, zeker nadat Ferron in een interview had gezegd dat er in de oorlog geen goede of foute Nederlanders waren geweest. Volgens hem waren het allemaal rotzakken en opportunisten. Tegen die houding wil Meijsing ‘ten strijde’ trekken. Maar het lukt niet. Ferron schreef ook in Vrij Nederland, en De keisnijder van Fichtenwald was alom goed ontvangen, dat maakte Meijsings aanval al precisiewerk. Maar uiteindelijk lijkt Meijsing vooral in de knoop met zichzelf te zitten. Wat voor schrijver wil zij worden?

‘Ik ben nu al maanden met Ferron bezig,’ schrijft ze in januari 1977.

Zit de hele vakantie eraan te denken, schrijf er deze week aan één stuk door over en kom er niet uit. De keisnijder is een verwerpelijk boek. Ik voel dat aan ‘m’n theewater’ en toch kom ik er niet uit te analyseren wat er niet aan deugt.

In diezelfde tijd houdt Meijsing zich samen met haar toenmalige liefde, de vertaler en recensent Gerda Meijerink, intensief bezig met de Oost-Duitse politieke zanger Wolf Biermann die de DDR niet meer in mocht vanwege zijn subversieve teksten. Er zijn veel spanningen in huis met Meijerink, want Meijsing worstelt met de roman die uiteindelijk, na veel werktitels, De kat achterna (1977) zou gaan heten, terwijl ze niet zeker is welke richting haar schrijverschap zal nemen.

Ze wonen stil op het platteland, maar het geringste geluid in huis stoort Meijsing mateloos en er wordt een extra werkruimte gebouwd. In Over de liefde zou Meijsing de relatie met Meijering karakteriseren met vier woorden. ‘Macht en onderdanigheid, wreedheid en wedijver.’ Probeer dan maar een roman te schrijven. Maar ook in Amsterdam wordt aan alle kanten aan haar getrokken. Ook publiceert haar Vrij Nederland-collega Peeters zijn eerste essayboek, Het avontuurlijk uitzicht (1976).

In de jaren zeventig bespraken critici niet alleen boeken. Ze schreven ook stukken waarin ze vertelden hoe de literatuur er moest uitzien, want het spook van de radicale vernieuwing waarde nog door de kunsten. Zo meende Peeters dat na de spannende eerste helft van de twintigste eeuw ‘de verbeelding voor een diepgaande totale vernieuwing is uitgeput.’ Hedendaagse schrijvers konden hooguit teruggrijpen op vroeger en invloeden mixen. Geen schrijver die zo werkt, maar zo ziet het er van buiten uit. Later zou Peeters een mooi essay schrijven over Meijsing in Houdbare illusies (1984); alleen bracht hij haar voorlopig in verwarring. Hoe kon ze een groot schrijver worden als het allemaal al voorbij was?

‘Mijn nieuwe idee is een schrijver te worden met zijn verantwoordelijkheid tegenover zijn wereld,’ schrijft Meijsing in diezelfde winter.

Hoe, dat weet ik nog niet precies. Maar mijn oude droom is de verbeelding. Zal ik die verbeelding ooit helemaal kunnen loslaten? Ik heb er zo vaak heimwee naar en zin om me er weer in te verdiepen en De wetten van de Verbeelding uit te werken. Daaroverheen dat idee dat ik een visie op de werkelijkheid dien te geven. Daarbij de idee dat ik een groot schrijver moet worden. Het maakt me zo moedeloos soms.

Het is al niet makkelijk om ‘intens goede boeken’ te schrijven, maar hoe word je een ‘groot schrijver’? Door mannelijke voornaamwoorden te gebruiken als je het over jezelf hebt? Misschien lukt een groot schrijverschap het beste als je niet steeds kijkt hoe groot je al bent, en dat is mogelijk de reden dat Meijsing in haar dagboeken nauwelijks aandacht besteedt aan haar directe collega’s. De enige met wie ze zich constant meet is haar broer Geerten. Ze spelt zijn werk en ziet hoeveel krediet zijn van eruditie overlopende debuut Erwin (1974) krijgt.

Een mislukt bestaan

De creatieve crisis van de winter 1976-1977, samenhangend met De kat achterna, vormt het hart van En liefde in mindere mate. In die winter onderzoekt Meijsing wat voor schrijver ze zal worden, al zal het nog jaren duren voor ze het beoogde peil verovert – in Vuur en zijde (1992) en De weg naar Caviano en alle titels die daarna komen. Op het dieptepunt van de crisis vlucht ze alleen naar Göttingen, met Meijerinks exemplaar van Heinrich Heines Die Harzreise (1826) als haar enige gezelschap. Het blijkt haar redding.

Ze strijkt neer in een pension voor oudere dames. Ze is nog geen dertig jaar, kinderloos, moederloos, en Meijerink kan dat vacuüm niet vullen. Schrijven is het enige wat helpt.

Wat ik moet leren is: de tijd nemen, langzaam te leven. De hand langzaam, de pen langzaam, het hart langzaam. Wat ik moet leren is: lak te hebben aan mijn omgeving.

Ze is niet gespeend van zelfmedelijden. ‘Er was een kind dat Doeschka heette en dat wel wat van het leven verwachtte en er vitaal tegenaan ging,’ schrijft ze in het pension. ‘En daar is niets van over: eine mislungene Existenz.’ Ze overweegt te stoppen met schrijven. Het geeft haar geen vreugde meer en het is nooit goed genoeg. Het woord zelfmoord valt, want wat je in je dagboek schrijft zal niemand ooit lezen. Maar aan het eind van de week is de oude droom om een groot schrijver te worden weer hersteld. In de Theaterstraße koopt ze een dure Montblanc-vulpen en probeert hem uit in haar dagboek en schrijft de mooiste pagina in En liefde in mindere mate:

Hij was vrij duur, maar ik heb het mezelf toegestaan, als teken dat ik hier weer wat vertrouwen in mijn schrijverschap heb gekregen. Ik merk dat ik er nog enigszins mee moet leren schrijven. Dat de woorden nog niet gelijkmatig naast elkaar willen gaan staan. De pen moet eerst aan mij wennen en door mij getemd worden. Hij is ook vrij zwaar. Maar daardoor leer ik dan langzaam te schrijven, me niet op te laten jagen. Merk op dat de pen vaak de halen naar boven niet wil maken: dat beschermt me dan tegen het al te metafysich denken. […] Ook daardoor zal ik behoed worden voor het al te makkelijke neerzetten van gloedvolle zinnen.

En zo gaat het een hele pagina door: de schrijver die zichzelf opnieuw leert schrijven. Vrijheid. Het valt niet altijd mee om deze dagboeken zonder gêne te lezen. Wanneer En liefde in mindere mate begint, is Meijsing nog een tiener. Gejaagd door de wind (1937) is haar lievelingsboek (‘idioot goed’) en van de jongen met wie ze jaren dweept, weet ze later niet veel meer te zeggen dan dat hij een mooie fiets had. Ook de verwikkelingen met Meijerink krijgen gaandeweg iets vermoeiends. Zelfs Meijsings inzicht dat haar geliefde nooit de moeder kan worden die ze nooit echt heeft gehad, stopt het verlangen en de verongelijktheid niet.

Uiteindelijk draait het in deze dagboeken om Meijsings ontwikkeling als schrijver. We zien hoe ze het nette gymnasiummeisje ontgroeit. Hoe ze een factor wordt in het literaire bedrijf, en hoe ze daarin vastloopt. Op het laatst kan ze haar collega’s van Vrij Nederland niet meer luchten of zien. En we lezen hoe ze in de knoop raakt met de poëtica die haar naar De Revisor had gebracht. Te cerebraal en indirect voor wat Meijsing wilde vertellen. In deze dagboeken zien we wat een strijd het kan zijn voor een schrijver – vooral als die zo ‘autoriteitsgevoelig’ is als Meijsing – om de goede richting te vinden. Daarom is het te hopen dat het tweede deel niet lang op zich laat wachten. Want daar is Meijsing de schrijver die ze in En liefde in minder mate wil zijn. Het is alleen nog de vraag of Meijsing dat zelf zo zag.

De Arbeiderspers, Amsterdam, 2016
ISBN 9789029539463
742p.

Geplaatst op 23/05/2016

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.