Interviews

Werkelijk en waarachtig. De literaire bekentenissen van Delphine Lecompte

Op 21 januari 2021 werd het literaire estafetteboekje Really and Truly: A Book of Literary Confessions geveild. In het werk gaven schrijvers als Virginia Woolf, Rose Macaulay en Hillaire Belloc telkens een antwoord op 39 vragen over hun literaire zielenroerselen. In deze interviewreeks vult De Reactor dit concept op een eigenzinnige manier in. Dit zijn de literaire bekentenissen van Delphine Lecompte.

 

Toen ze op de lagere school haar eerste woorden kreeg, voelde dat voor Delphine Lecompte aan als een geschenk. Vandaag is het experiment met taal nog steeds het enige wat haar voldoening schenkt. Het is meer dan enkel iets intellectueels. Tijdens het schrijven is ze bezig met iets natuurlijks, zegt ze, en kan ze zich kinderlijk en spontaan en tegelijk stokoud en bedachtzaam voelen.

Haar gedichten komen in gulpen. Ze laat zich er graag door meeslepen. Het is soms bijna manisch, zegt ze. ‘s Ochtends hoeft ze zich niet meer af te vragen wat ze die dag zal doen: ze staat op, gaat zitten en begint te schrijven. Ondertussen is ze auteur van tien poëziebundels en voert ze wekelijks op onnavolgbare wijze het woord in columns en opiniestukken.

 

  1. Megalomaan, ijdel, hautain… Weinig schrijvers staan erom bekend bescheiden te zijn. Dicht jij jezelf weleens genialiteit toe?

Lecompte: Af en toe. Iedere schrijver kent dat wel, denk ik. Dat moment waarop je je echt laat meeslepen in die stroom en je je inbeeldt dat het geniaal is. Maar onlangs las ik terug wat ik de afgelopen weken heb geschreven en ik was echt teleurgesteld in mezelf (lacht). Enfin, een beetje toch. Geniaal is het zeker niet. Maar ik denk wel dat er vijf gedichten per jaar zijn waarvan ik denk: dit is echt sterk. Dit is voor mij onverwoestbaar.

 

  1. Vanitas betekent zowel ijdelheid als leegheid. Zou je nog schrijven als alle boeken anoniem werden gepubliceerd?

Lecompte: Ik zou zeker nog schrijven, maar ik zou wel treuren en hopen dat mijn stijl tegen dan door een aantal hardnekkige lezers wordt herkend. Er zit dus toch een stukje ijdelheid bij.

 

  1. Stel: ergens in een geheime kluis zit een harde schijf met daarop al je ongepubliceerde werk – geschrapte fragmenten, ideetjes, onafgewerkte dingen. Na je dood wordt de inhoud zonder uitzondering publiek gemaakt. Zou je je schamen?

Lecompte: Nee, echt niet. Ik denk dat de overdaad bij mij hoort. Fouten vind ik niet erg, ik laat ze gemakkelijk toe. Toen ik begon te schrijven zat er wel nog wat sentimentaliteit in mijn werk. Daar heb ik een hekel aan. In alle kunstvormen, maar zeker bij mezelf. Waarschijnlijk was dat een beginnersfout. Maar of ik me daar echt voor schaam? Nee. Ik ben ook nooit heel klef geweest. Er zaten altijd wat weerhaakjes en zelfspot bij.

Ik heb me gelukkig ook nooit laten verleiden tot gelegenheidsgedichten voor familieleden. Mijn moeder heeft wel versjes van mij als kind bewaard. Na mijn voordrachten hoor ik haar mijn versjes declameren. Ze plagen mij er dan mee. Het is waarschijnlijk haar kleine wraak omdat ze vaak voorkomt in mijn gedichten (lacht). Maar ze houdt wel van mijn gedichten. Ze is een heel intelligente vrouw die niet rap geschokt is.

 

  1. Altruïsme of egoïsme: schrijf je voor de lezer, of toch vooral voor jezelf?

Lecompte: Met de lezer ben ik bijna nooit meer bezig. Te weinig, hoor, maar dat komt door slaapgebrek. Ik ben in een soort half psychotische schemertoestand terechtgekomen en het schrijven is heel erg ongebreideld geworden. En nu de voordrachten zijn weggevallen is de lezer vager, anoniemer en verder verwijderd. Maar ik vind dat niet slecht. Ik heb nooit echt geschreven voor een lezer. Als ik er al een in gedachten heb, is het misschien mijn beste vriend Tom Amerika. Hij is geen redacteur, maar hij houdt van literatuur en leest veel. Naar hem of naar mijn moeder zend ik soms mijn gedichten. Maar haar durf ik niet alles op te sturen. Ze vindt het soms wat te wrang of te tragisch en dan moet ik haar geruststellen: ‘Mama, het blijft natuurlijk wel fictie en poëzie.’ (lacht).

 

  1. Volgens de Duitse filosoof Immanuel Kant geldt de morele plicht voor iedereen. Ook voor de schrijver?

Lecompte: Dat is heel moeilijk. Misschien de morele plicht om zich niet te laten recupereren door een politiek gedachtegoed. Maar er bestaan natuurlijk ook mensen die net wel geëngageerd werk schrijven en dat is ook oké. Lieke Marsman bijvoorbeeld, of Bertolt Brecht (lacht).

Bij mij heeft het escapisme en die hang naar surrealisme, fabelzucht en het groteske er altijd in gezeten en dat is net heel ver weg van het geëngageerde. Dus een morele plicht? Ik denk het niet. Al mijn favoriete kunstenaars verliezen zich ook in het sinistere, het morbide en het lugubere. De enige plicht is om trouw te blijven aan jezelf, te blijven experimenteren en geen kunstjes op te voeren. En wat ik dan af en toe kwijt wil over de wereld, vindt soms zijn weg in opiniestukken.

Ik heb ook altijd zo stellig beweerd dat ik een hartsgrondige hekel heb aan mensen die een poëtica hebben en dat het bij mij allemaal zo instinctief tot stand komt. Maar ja, als je dat genoeg herhaalt, wordt dat op de duur ook een soort poëtica natuurlijk. Bij mij draait het om bezetenheid en voor een groot stuk discipline.

 

  1. Binnen een eeuw zijn er geen schrijvers meer. Is de wereld er slechter aan toe? Zijn schrijvers belangrijk?

Lecompte: Nee, maar niemand is belangrijk en ik vind ook dat niemand belangrijk moet willen zijn. Schrijvers zijn wel veel belangrijker dan burgemeesters en makelaars, maar ook niet heel erg belangrijk. Ik vind de mensheid sowieso redelijk verwerpelijk. Halsbandlemmingen en woestijnratten zijn belangrijker. En vleermuizen (lacht).

 

  1. Als de literatuur een religie is, welk boek heeft jou dan bekeerd?

Lecompte: Het is moeilijk om te kiezen, maar de verzamelde gedichten van Allen Ginsberg heb ik lang gekoesterd en ook Heden ben ik nuchter van Herman Brusselmans heeft een grote impact op mij gehad. Verder zijn de Franse surrealisten heel belangrijk geweest.

 

  1. Schrijven is stelen, zegt men. Heb je weleens een idee, een formulering, of iets anders gestolen van een andere auteur?

Lecompte: Ik hoop van niet. Ik ben altijd erg bang geweest om per ongeluk plagiaat te plegen. Misschien heb ik daarom wel die eigen stijl ontwikkeld. Als beginnend schrijver merkte ik dat ik moeilijker loskwam van andere dichters. Na het lezen van  Jan Elburg of Paul van Ostaijen, bijvoorbeeld, klonk hun stem toch zeer lang na in mijn eigen gedichten. Vandaag lees ik nog altijd heel veel poëzie, maar nu maakt het me geestdriftig en moedigt het me aan. Ik denk zelfs niet dat ik ook maar per ongeluk zou gaan imiteren. Of misschien wel de goede dingen, zoals meer bondigheid of een zeker ritme.

 

  1. Pandemische toestanden dwingen je tot een levenslange quarantaine. Je mag wel een boek meenemen. Waarvoor kies je?

Lecompte: Ik zou het jammer vinden om me te moeten beperken tot één boek, maar de Bijbel herlees ik toch regelmatig. Er zijn sowieso periodes waarin televisieseries en de Bijbel voor mij volstaan. Ik houd erg van de psalmen, want ze zijn zo toegankelijk, lyrisch en vloeiend. Maar ook de eenvoudige verhalen fascineren me: de broedermoord, de beproevingen en de profeten. Zelfs van de dorre en obscure teksten en de stambomen houd ik: de muzikaliteit van die vreemde en exotische namen. Er zit een beetje van alles in. De thema’s komen ook vaak terug in mijn gedichten: boetedoening, zelfkastijding en dat afschuwelijke schuldgevoel.

Mensen reageren wel eens geschokt wanneer ze horen dat ik gelovig ben. Ik schaam me er soms wel een beetje voor. Ik geloof op een soort infantiele, niet-belijdende manier. Het is niet zo dat ik naar veel katholieke misdiensten ga. Ik beleef mijn geloof vooral via religieuze gedichten, van John Donne bijvoorbeeld. Ik voer God ook op in mijn werk. Met ontzag, maar altijd op een plagerige en bijna kinderlijke manier. God is een man in de wolken en met de Jezusfiguur ben ik bevriend. Soms is hij zelfs mijn broer, maar van jezelf de zus van Jezus maken is natuurlijk het toppunt van hoogmoed (lacht).

 

  1. Welke schrijver zou je het liefst van zijn voetstuk stoten?

Lecompte: (denkt na) George Orwell misschien. Zijn stijl spreekt me niet aan.

Ik maak ook altijd ruzie over La Nausée van Sartre met mijn goeie vriend Tom Amerika. Het is zijn lievelingsboek, maar ik vind het zo log. Ik heb het al een paar keer geprobeerd en ik geraak er niet door. Het is zo hopeloos. Ik kan wel wat zwartgalligheid verdragen en erkennen – het zit ook in mij – maar het is echt een en al moedeloosheid. Zo antipathiek.

Van Hemingway houd ik ook niet. Dat protserige, pocherige, pompeuze – kijk eens hoeveel ik kan drinken –  bevalt me niet.  Het is zo macho, dat telkens willen verbluffen en etaleren wat je allemaal weet, kan en hoe virtuoos je dan wel niet bent. Ik vind het te gezwollen.

Verder zijn er veel hypes die ik niet begrijp. Algemeen gesproken vind ik dat er tegenwoordig veel aandacht gaat naar grootse, meeslepende verhalen. Ikzelf houd van het experiment en ben altijd meer geïnteresseerd geweest in schrijvers die stilistisch vernieuwend zijn: Samuel Beckett, William Faulkner, P.F. Thomèse, maar ook Brusselmans. Nu schrijft Brusselmans wel altijd hetzelfde, maar toch heb ik bewondering voor iemand die zo onnavolgbaar zijn eigen stem heeft. Grootse verhalenvertellers, zoals Tommy Wieringa, vind ik niet erg boeiend. Ik wil vooral intellectueel geprikkeld worden. Een verhaal waarin ik me kan verliezen naast een zwembad interesseert me niet zo.

Veel slam poets of dichters die als louche predikanten bulderend en theatraal staan voor te dragen, vind ik ook overschat. Ik kan er zelf ook wel van onder de indruk geraken als iemand daar heel zelfverzekerd staat en oreert, maar vaak zijn de woorden toch maar stumperig. En als de tekst achterophinkt, dan val je uiteindelijk wel door de mand.

 

  1. Hoeveel lof verdient de redacteur?

Lecompte: Sommigen blijkbaar heel veel, of je moet ze net verguizen. Het beroemde voorbeeld is natuurlijk Raymond Carver en zijn uitgever Gordon Lish. Het is fenomenaal: Carvers werk is na Lish’ redactie iets compleet anders geworden. De weduwe van Carver heeft de verhalen nadien ook zonder aanpassingen uitgebracht, maar de consensus blijft dat ze beter zijn met de sterke redactionele hand van Gordon Lish.

Ikzelf heb altijd het geluk gehad, of de pech, dat mijn redacteurs totaal niet ingrepen in mijn gedichten. Met poëzie zijn redacteurs altijd ook wel voorzichtiger en als er iets geschrapt moet worden, gaat dat meestal over een volledig gedicht. Mijn redacteur zal niet snel zeggen: deze strofe loopt mank. Ik weet ook niet of ik dat zou verdragen. Dus ja, mijn redacteur verdient lof, omdat hij mij mijn zin laat doen (lachje). En ook omdat hij mijn werk op een grondige manier leest en laat voelen dat hij het waardeert.

 

  1. Herlees je je eigen werk weleens?

Lecompte: Ik keer wel terug naar mijn gedichten, maar dan verknoei ik ze alleen maar nog meer door eraan te werken. Ik voeg dan dingen toe, terwijl ze vaak al wanstaltig of toch zeker overdadig, barok en grotesk zijn. Dan denk ik: nog een zwervende fluiteend erbij? Nog een onderwaterlasser toevoegen? (lacht) Heel erg. Ik keer ook nooit onmiddellijk terug naar een gedicht. Als ik het meteen herlees of een dag later, verkeer ik vaak in de waan dat het briljant is. Pas na een drietal maanden kom ik dan tot de ontluisterende vaststelling dat dat niet het geval is.

Jammer, want er zitten briljante opflakkeringen in. Echt heel sterke beelden en zinnen, daar ben ik van overtuigd. Maar ze geraken bij mij nogal rap ondergesneeuwd in de overdaad. Ik kan me voorstellen dat mensen daar een afkeer van krijgen, of dat ze aan zo’n blok tekst niet eens willen beginnen. Misschien heb ik toch een soort Gordon Lish nodig, want ik kan de parels er zelf niet uithalen. Ik zie ze wel, maar ik ben te verliefd op het proces. Ik verlies mezelf te graag in het kinderlijke baldadige plezier: nog meer adjectieven, nog meer associaties, nog meer beelden!

 

  1. Ben je gedisciplineerd in je schrijven?

Lecompte: Ja, dat kan ik wel. Door jarenlang te schrijven voel ik dat er een vaardigheid in mijn geest en hand is gekropen. Ik kan nu terugvallen op automatismen. Op een vorm of een skelet. Natuurlijk wil ik niet te veel op automatische piloot schrijven, maar die vaardigheid heb ik nu wel. Dat zou ook wel mogen na al die jaren er elke dag mee bezig te zijn.

Het is iets wat je ontwikkelt. Ik heb het nog niet zo lang. Wanneer er vroeger grote obstakels op mijn pad kwamen – als ik ziek werd bijvoorbeeld, of als iemand stierf – dan merkte ik dat het schrijven niet meer lukte. Maar nu zouden mij heel grote tragedies kunnen overkomen en ik zou nog altijd in staat zijn om te schrijven. Zo voelt het toch aan. Schrijven is zo natuurlijk geworden dat het me zuurstof geeft. Niet schrijven is nu onnatuurlijk geworden. Niets kan me nog zodanig overspoelen dat ik te verdrietig of verlamd zou zijn om te schrijven.

 

  1. De waarheid of de leugen?

Lecompte: De leugen vind ik toch interessanter. Ik zet mensen graag op het verkeerde been. In mijn werk komen veel autobiografische elementen voor en het lijkt dan vaak alsof ik over mijn echte leven spreek. Dat is ook wel een beetje zo, want ik voer bijvoorbeeld de oude kruisboogschutter, de voormalige vrachtwagenchauffeur en mijn moeder op, maar die zijn uiteraard uitvergroot. Vooral hun onaangename karaktertrekken zet ik in de verf.

Ik vertrek soms wel vanuit prozaïsche, dagelijkse of bureaucratische obstakels, maar dan neemt het toch altijd een vlucht en wordt het grotesk. Ik betrek er dieren bij en dingen die gewoon echt niet kunnen, zoals blasfemische horlogemakers en necrofiele tegelleggers.

 

  1. De vorm of de inhoud?

Lecompte: Altijd de vorm. Ik houd heel erg van schrijvers die experimenteren met vorm, zoals Georges Perec die een roman schrijft waarin een letter (de letter e, n.v.d.r.) niet wordt gebruikt, mengvormen van proza en poëzie of schrijvers die de kantlijn benutten. Ik merk dat ik daar almaar meer naar op zoek ga. Voor de inhoud keer ik dan terug naar de oerverhalen: de mythen en sagen van volkeren, de Bijbel en echt hele oude epossen. Of ik bekijk gewoon films (lachje).

 

  1. Poëzie of proza?

Lecompte: Toch poëzie. Ik voel dat ik dan sneller tot de essentie kom en altijd trouw blijf aan mezelf. Het is ook rauwer, instinctiever en koortsiger. Bij proza gaat het trager en bedachtzamer. Het is beredeneerder en daardoor een stuk koeler en afstandelijker. Daarom schrijf ik poëzie ’s nachts of heel vroeg in de ochtend of ’s avonds laat. Proza is het harde werk, het ambacht.

Ik zou ooit wel eens een roman of een toneelstuk willen schrijven, maar het blijft natuurlijk iets heel onzekers: je weet niet of je het zal kunnen voltooien. Anderzijds gaat er niets verloren, want je bent ermee bezig. Maar ik houd wel van die relatief korte vorm van het gedicht. Dan heb ik iets verwezenlijkt en kan ik afsluiten met de gedachte: het was een geslaagde dag, ik heb toch een gedicht geschreven. Heerlijk is dat. En het zit toch in mij om gedichten snel op te sturen naar een literair tijdschrift om dan de bevestiging te krijgen dat het is aangenomen. Niet om de glorie of het prestige, maar meer uit onzekerheid. De vertwijfeling slaat rap toe.

 

  1. Literatuur of seks?

Lecompte: Dan toch literatuur. Dat blijft langer nazinderen (lacht).

 

  1. Heb je verder nog iets te bekennen?

Lecompte: Ondanks het feit dat ik een paar keer heb gefulmineerd tegen de ijdelheid van andere schrijvers, moet ik bekennen dat ik toch al mijn gedichten schrijf in de hoop dat ze ooit gepubliceerd zullen worden. Ik sla ze op twee verschillende usb-sticks op. Er zit dus ook wel een grote ijdelheid in mij. Tegelijkertijd zijn er momenten waarop ik besef dat het allemaal compleet absurd en zinloos is: het schrijven zelf, maar ook het bewaren van mijn gedichten op die usb-sticks. Het enige wat uiteindelijk telt is de vreugde die ik ervaar tijdens het experiment met taal.

 

Delphine Lecompte - © Koen Broos

Delphine Lecompte – © Koen Broos

 

Interview door William Roelant

Geplaatst op 09/08/2021

Categorie: Interviews

Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.