Archeologie van de ontheemding

De ontheemden

Amin Maalouf (vert. Marianne Gossije)

De inhoud van De ontheemden, de recentste roman van de Frans-Libanese schrijver Amin Maalouf (1949), is snel verteld. Door een onverwacht telefoontje van zijn stervende vriend Mourad keert Adam na een jarenlange afwezigheid terug naar zijn geboorteland (dat nooit bij naam genoemd wordt, maar de verwijzingen naar een verscheurende burgeroorlog maken duidelijk dat het om Libanon gaat). Daar ontmoet hij zijn jeugdvriendin Semiramis, met wie hij haast onmiddellijk een relatie begint, met medeweten van zijn vaste vriendin Dolores in Parijs. Op verzoek van de weduwe van Mourad begint Adam met het organiseren van een reünie van een groep jeugdvrienden die aan de universiteit een hechte bende vormden en omwille van hun eindeloze discussies als ‘De Byzantijnen’ bekendstonden. Hoewel ze inmiddels totaal verschillende levens leiden, vaak ver van hun geboorteland, slaagt Adam erin de hele groep over te halen om nog één keer samen te komen, Maar enkele uren voor de reünie krijgt Adam een zwaar verkeersongeval en in de laatste regel van het boek ligt hij nog steeds in een diepe coma. Op die manier verteld, heeft de roman weinig spannends te bieden. Het overgrote deel van het boek bestaat daarenboven uit lange mails die tussen Adam en zijn vrienden heen en weer gaan, aangevuld met de vele dagboekaantekeningen die Adam maakt gedurende de vijftien dagen die hij in Libanon verblijft. Zelfs de liefdesdriehoek Dolores-Adam-Semiramis is spanningsloos en psychologisch nauwelijks uitgediept. Op dit anekdotische niveau is het boek weinig boeiend. Maar gelukkig is er meer aan de hand.

Er bestaat weinig twijfel over dat Adam een alter ego is van Maalouf. Adam is een historicus die zijn geboorteland verlaat en zich in Parijs vestigt. Maalouf, geboren in Beiroet, studeerde sociologie en economie, werd journalist en emigreerde in 1976 naar Parijs om het geweld in zijn land te ontvluchten. Dat achter het personage Adam het denken van Maalouf schuilgaat, verklaart ook de talrijke beschouwende passages in de roman. Het is de essayist Maalouf – de schrijver van onder andere Moorddadige identiteiten (2009) en De ontregeling van de wereld (2010) – die op vele bladzijden aan het woord is. In de roman klinken die passages bij vlagen belerend en zelfs enigszins pedant uit de mond van Adam, die in gesprekken en in mails voortdurend zijn analyses geeft van de toestand in het Midden-Oosten. In tegenstelling tot Maaloufs historische romans, zoals De geograaf van de paus, Leo Africanus (2006) of De omzwervingen van Baldassare, 1666, het jaar van de anti-christ (2003), waarin hij een hele wereld oproept (al ontbreekt het beschouwende element ook hier niet), gaat het in De ontheemden vooral over een botsing van wereldbeelden. Misschien is de collagestructuur van het boek (een montage van mails en dagboekfragmenten) een logische consequentie: de werkelijkheid kan niet langer als een overzichtelijk geheel beschreven worden – zeker niet de werkelijkheid van het Midden-Oosten, waarvoor het intern verscheurde Libanon symbool staat. De collage geeft aan verschillende stemmen de mogelijkheid om zonder onderbreking hun punt te maken.

In het slothoofdstuk vernemen we voor het eerst de precieze datering van het verhaal en die is niet onbelangrijk voor een beter begrip ervan. De geplande reünie tussen de vrienden zou plaatsvinden op 5 en 6 mei 2001. Enkele maanden dus voor de aanslagen van 9/11 en de rampzalige gevolgen daarvan voor de hele Arabische wereld. Net als in zijn historische romans, die zich concentreren op sleutelmomenten in de geschiedenis van de Arabische wereld en het Westen (de kruistochten, de reizen van Leo Africanus in de eerste helft van de zestiende eeuw, het Ottomaanse Rijk in de zeventiende eeuw), focust Maalouf ook in De ontheemden op een cruciaal ogenblik in het gemeenschappelijke verleden van Oriënt en Occident.

Maalouf doet aan een vorm van eigentijdse archeologie. Hij probeert aan de hand van het verhaal van de ontheemde vrienden en hun mislukte reünie iets te zeggen over de diepe crisis waarin het Midden-Oosten de voorbije decennia terecht is gekomen. De verschillende levenskeuzes die de vrienden hebben gemaakt, staan voor de verschillende opties die de generatie van de burgeroorlog had: blijven of weggaan, partij kiezen of neutraal blijven, de wapens opnemen of intellectueel verzet plegen, radicaliseren of zich isoleren,… Adam ziet zichzelf als een last man standing. Dat gevoel wordt al in de openingsparagraaf van de roman verwoord: ‘Mijn voornaam verwijst naar het begin van de mensheid, maar ik hoor tot een groep mensen die uitsterft, zal Adam twee dagen voor de dramatische gebeurtenis in zijn dagboek noteren.’ Verder in de roman zegt Adam over zichzelf: ‘ik stam uit een ander tijdperk, dat te vroeg afgelopen is.’ Niet alleen Adam, ook enkele andere vrienden verwoorden datzelfde gevoel met een mengeling van nostalgie en onbehagen: het gevoel uit het paradijs te zijn verdreven, recht in de armen van de apocalyps. Dat paradijs is voor Adam in de eerste plaats de tolerante en open discussiecultuur uit zijn studententijd. Maar is dat paradijs geen projectie vanuit het heden op het verleden? Was de wereld niet altijd beter toen we jonger waren en nog idealen hadden? Dat geldt ongetwijfeld ook voor deze vriendengroep, maar ook hier wordt de anekdote overstegen door de verwijzing naar een groter conflict: de Libanese burgeroorlog die van 1975 tot 1990 duurde en het land in meer dan één opzicht ruïneerde en een einde maakte aan de vreedzame multiculturele, multi-etnische en multireligieuze lappendeken die Libanon was. Die periode omvat ook de doorbraak van het fundamentalisme (met de Iraanse Revolutie in 1979) en de ontwrichting van het Midden-Oosten (door de escalatie van het Joods-Palestijnse conflict en de oorlog tussen Iran en Irak). De wereld van de jeugdvrienden bestaat niet langer: ‘het land is veranderd, onze wereld is niet meer hetzelfde. De avant-garde van vroeger is afgedankt en de achterhoede is opgerukt naar de voorste linies’, aldus Adam. In een van zijn vele belerende beschouwingen legt Adam uit dat het jaar 1979 een sleuteljaar is omdat er zich dan, zowel in het Westen als in het Midden-Oosten, een nieuw fenomeen voordoet: dat van de ‘conservatieve revolutie’. In Iran is die verbonden met de naam van Ruhollah Khomeini, in het Westen met de namen van Margaret Thatcher en Ronald Reagan. In China begint Deng Xiaoping een nieuwe revolutie die zich van het socialisme afkeert en een spectaculaire economische groei met zich meebrengt. En de nieuwe Paus, Johannes-Paulus II, is eveneens tegelijk conservatief en revolutionair: ‘Rechts is veroveringslustig geworden en links is alleen maar bezig geweest de sociale verworvenheden te behouden’, aldus nogmaals Adam.

De groep jeugdvrienden die aan de universiteit urenlang enthousiast over politiek discussieerde, staat voor het Libanon voordat het door de burgeroorlog onherstelbaar in stukken werd gescheurd. De oorlog en wat daarop volgde maakte van alle vrienden, ook degenen die bleven, ‘ontheemden’. Mourad heeft zich door geldzorgen en verkeerde keuzes laten compromitteren met lokale machthebbers. Zijn verraad heeft de groep diep geschokt. Adam heeft jarenlang geen contact meer met hem, maar de uitnodiging van de stervende Mourad om hem te komen bezoeken, kan hij niet weigeren. De morele vraag of hij zijn jeugdvriend op diens doodsbed al dan niet moet vergeven, hoeft Adam niet te beantwoorden, want Mourad sterft terwijl hij onderweg is. Ook de andere ‘Byzantijnen’ werden niet gespaard door het lot. Bilal was een oorlogsslachtoffer. Semiramis, verloofde van Bilal, was maandenlang in shock, maar slaagt er later in haar leven opnieuw in handen te nemen. De jood Naim leidt voor zijn familie en voor de meeste van zijn vrienden een verborgen leven als homoseksueel. Adam zelf verliest door een vliegtuigongeval zijn beide ouders. Hij verlaat later zijn geboorteland en vestigt zich in Frankrijk. Een vaag gevoel van schuld blijft hem achtervolgen. Ramez is een rijke zakenman geworden, maar voelt dat hij ‘tot een verslagen volk, een verslagen beschaving’ behoort: ‘Dat gevoel heb ik veel minder in Azië, in Afrika of in Latijns-Amerika, want die zijn zelf ook toegetakeld door de geschiedenis. Maar in Europa merk ik het wel.’ Ramzi, voormalig zakenpartner van Ramez, heeft zich na een mislukt huwelijk in een christelijk klooster teruggetrokken onder de naam Broeder Basilius. Hij wordt door Adam met veel sympathie beschreven. Dat ligt veel complexer met een figuur als Nidal (broer van Bilal), die een moslimfundamentalist geworden is. Met hem heeft Adam de scherpste discussies. Meer dan eens valt Adam heftig uit naar de fundamentalistische duisternis die over de regio valt. In de discussie van Adam met zijn vrienden komt een hele reeks van historische en maatschappelijke problemen uit het Midden-Oosten ter sprake: het Israëlisch-Palestijns conflict, de positie van de vrouw, de plek van de religie, het recht op vrije meningsuiting, migratie, identiteit, enzovoorts.

Vooral bij de historicus Adam leeft het besef te behoren tot een generatie die in de Arabische wereld aan het uitsterven is. De religieuze diversiteit die het Midden-Oosten eeuwenlang kende – niet zonder problematische kanten, maar over het algemeen leefbaar – is volledig aan het verdwijnen: de religieuze minderheden (christenen en joden) trekken weg of worden verdreven, etnische grenzen worden scherper getrokken dan ooit. Het moorddadige identiteitsbeest houdt het Midden-Oosten (en niet alleen dat deel van de wereld) in een vernietigende greep.

De ontheemden is in de eerste plaats een ideeënroman. De personages komen niet echt tot leven. Ze zijn er vooral om bepaalde levenskeuzes te articuleren en Adam de gelegenheid te geven over politiek en maatschappij na te denken. Zo zijn de twee vrouwen in het leven van Adam (Dolores en Semiramis, tussen wie hij niet kan kiezen) het best te begrijpen als een beeld van zijn culturele en geografische verscheurdheid. Ook de structuur van de roman – een losse montage van mails, gedachten, dromen, brieffragmenten, enzovoorts – staat een levendige vertelling in de weg, ten voordele van de beschouwing en de analyse. Maar op dat niveau heeft Maalouf wel veel te bieden. De ontheemden is geen passionele vertelling, zoals de titel lijkt te suggereren, maar een essayistisch portret van een verloren generatie.

Op het einde van de roman laat Maalouf Adam door een ongeval in een coma terechtkomen:

Dolores, die hem met een speciaal uitgerust vliegtuig naar een kliniek in Parijs heeft laten overbrengen, en die niet van zijn bed wijkt, zegt liever dat hij uitstel van executie heeft. ‘Net als zijn land en als deze planeet’, voegt ze eraan toe. ‘Uitstel van executie, zoals wij allemaal.’

Is de coma van Adam de coma van de redelijkheid? Indien dat het geval is, wanneer zal de rede dan opnieuw ontwaken? Enkele maanden na Adams ongeval storten twee vliegtuigen zich in de Twin Towers en begint een van de donkerste decennia sinds de Tweede Wereldoorlog. De impact ervan beginnen we nog maar pas te meten. Maalouf schreef zijn roman in 2012. De Arabische Lente was op dat ogenblik al in zijn tegendeel aan het keren en het is sindsdien alleen maar rampzaliger geworden in Egypte, Syrië en Irak. Adams coma zou nog wel eens heel lang kunnen duren.

Links

De Geus, Breda, 2013
ISBN 9789044526196
409p.

Geplaatst op 14/06/2014

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.