Proza, Recensies

Fictie en realiteit: een grijze grens

De grijzen

Vincent Merjenberg

In april 2021 kwam Vincent Merjenbergs debuut De grijzen uit. In deze roman onderzoekt de jonge journaliste Lena ‘de vondsten’, grijze lichamen die nu en dan worden opgegraven in een grensstad die ooit bevolkt en doorkruist werd door vluchtelingen. Het boek werd genomineerd voor de Bronzen Uil, en niet onterecht. De grijzen is namelijk niet de zoveelste roman over de vluchtelingencrisis, maar een boek dat doet nadenken over de vraag wat ons dichter bij de waarheid brengt: realiteit of fictie?

‘De herinneringen komen uit de diepte. Sinds de eerste vondsten werden gedaan en ik er voor het eerst over las (…), worden ze scherper, pijnlijk scherp, en ze komen steeds vaker bovendrijven, of ik het nou wil of niet. (…) En toch volg ik de berichtgeving over de gruwelijkheden op de voet: de speculaties, de zogenaamde ooggetuigenverslagen, de beschuldigingen die steevast volgen op iedere nieuwe ontdekking.’

De aanhef van Merjenbergs debuut is raadselachtig. Een oude schrijver kijkt vanop zijn hooggelegen appartement terug naar zijn jonge jaren, die hij liever wil vergeten. Zijn verleden wordt namelijk bevlekt door gruwelijke herinneringen die te maken hebben met de mysterieuze ‘vondsten’ in de grensstad, een gebied waar ooit hopeloze vluchtelingen de oversteek wilden maken naar een oorlogsvrij gebied. De vondsten zijn grijze, rechtopstaande lichamen die worden gevonden tijdens het graven van metrotunnels en andere bouwwerken.

Nadat er in de journalistieke wereld van de hoofdstad al jaren pogingen werden ondernomen om de waarheid achter ‘de grijzen’ te achterhalen – door bijvoorbeeld de verdwenen journalist Glas – wordt de jonge, ambitieuze journalist Lena naar de grensstad gestuurd om de zaak te onderzoeken. Meer dan het dossier van Glas en haar eigen herinneringen aan de grensstad, die ze tijdens haar kinderjaren wel eens met haar verdwenen vader bezocht, heeft ze niet. Haar grenzeloze durf brengt haar echter op een gevaarlijk spoor dat het web van intriges alleen maar ingewikkelder maakt.

Even ingewikkeld, maar daarom ook gelaagd, is de structuur van deze roman. Drie vertelperspectieven worden afwisselend met elkaar verweven: het perspectief van een anonieme ik-verteller die als schrijver terugblikt op zijn verleden; het perspectief van Lena die over haar avonturen in de grensstad rapporteert en het perspectief van het jongetje Jona, die in zijn geboortedorp in de grensstad kennismaakt met de vreemde Havas. Deze laatste is een kunstenaar die op zoek gaat naar holtes, die hij opvult met een grijze substantie. Zo kan hij grijze afgietsels van mensen creëren – hij noemt de beelden ‘de grijzen’.

Pas wanneer Havas ook opduikt in het relaas van de oude schrijver, en wanneer Lena een ongepubliceerd manuscript van de verdwenen auteur Onalov op het spoor komt, wordt het duidelijk dat Jona’s verhaal verzonnen werd door deze laatste. Net zoals Lena had Onalov de waarheid achter de vondsten – waaraan hij meer schuld heeft dan hij kan toegeven – willen blootstellen aan het publiek. Omdat die realiteit echter te gruwelijk was, kon hij die enkel reveleren aan de hand van een fictief verhaal.

 

Uit het grijze komt alles voort

Net wanneer Lena denkt de zaak opgelost te hebben – en de lezer samen met haar – wordt duidelijk dat zelfs die waarheid op de losse schroeven van fictie staat. Even geef je Lena nog het vertrouwen dat zij wel weet hoe ze het fictieve sleuteldocument van Onalov moet interpreteren, maar haar presentatie voor journalistiekstudenten op het einde van de roman verklapt iets anders. Wanneer een donkere schim haar het vuur aan de schenen legt en verwijtend opmerkt: ‘Onalov geloofde in elk geval nog in zijn eigen wanen, maar jij… Jij weet dat je alles verzonnen hebt’, bekent Lena kleur: ‘Havas bestond niet meer. Hij had misschien wel nooit bestaan, behalve in het verhaal van Onalov. Een verhaal dat was ontstaan uit zijn peilloze schuld en waar Lena misschien wel meer op baseerde dan het verdiende.’

Dit gebrek aan ondubbelzinnige antwoorden op de vragen die zich opstapelen naarmate de roman vordert, past perfect in Merjenbergs poëtica. Zijn roman mag dan wel ‘ingenieus gecomponeerd’ zijn, maar gedetailleerde, concrete beschrijvingen of karakteriseringen krijgt de lezer niet. Merjenbergs verhaalwereld is een naamloze grensstad vol kleurenblinde mensen en kleurloze honden, die wordt bevolkt door karakterloze holtes die niet worden opgevuld door concrete personages, maar door grijze schimmen die ‘geloofden in het grijze en (…) het witte en het zwarte [afvoeren]. Uit het grijze kwam alles voort.’

Dat geldt ook voor de ontrafeling van de roman: alles komt voort uit vaagheid, niets wordt benoemd. Zelfs Lena lijkt zich daar na een tijdje aan te storen wanneer ze beseft dat het manuscript van Onalov slechts een verzinsel is en daarom onvoldoende sluitend: ‘Maar hoewel weinig dingen in het leven meer indruk maken dan toeval, is er niets wat zo weinig betekenis in zich draagt. Dus zou ze meer moeten vinden dan alleen het tegelijkertijd bestaan van wat herinneringen van de een, de verzinsels van de ander en de eigenschappen van een grensstad. Even overviel haar een gevoel van moedeloosheid, dat alles zo vaag was, zo onduidelijk bleef.’

 

Circulariteit

De grijzen is dan ook geen symbolische vluchtelingenmythe met choquerende onthullingen. De roman gaat eerder over het verzinnen van verhalen om betekenis te geven aan het onverklaarbare. De zelfverklaarde ‘liefdesverklaring aan fictie’ uit zich dan ook in de verschillende intertekstuele lagen van het boek. Door de jonge, kordate en eenzame Lena die aankomt in een grimmige grensstad heeft de roman veel weg van een Scandinavische krimireeks; Lena’s voortstuwende zoektocht zou zo in een thrillerachtige whodunit à la Paula Hawkins passen en in zijn vage, woestijnachtige schrijfstijl weerklinken de stemmen van Tommy Wieringa en Fernanda Melchor. De aard van de drie vertelinstanties zijn hierbij ook relevant, want alle drie komen ze voort uit literaire productie: de mysterieuze schrijver (Onalov), de schrijvende onderzoeksjournaliste en de verteller uit een ongepubliceerd manuscript.

Dat Lena’s zoektocht naar de waarheid achter de vondsten in feite een zoektocht naar het manuscript van een fictief verhaal is, en dat dit verzinsel de enige manier is waarop Onalov zijn waarheid achter zijn medeplichtigheid kan overbrengen, verkondigt dan ook de (misschien ietwat clichématige en kant-en-klare) boodschap dat we altijd verhalen verzinnen wanneer we betekenis zoeken achter raadselachtige feiten. Die altijd mag letterlijk worden genomen, zo verraadt de circulariteit van de roman. Het verhaal begint en eindigt met de mysterieuze zin: ‘De herinneringen komen uit de diepte’. Aan het einde van de roman verraadt deze zin dat ook Onalovs relaas op gedrukt papier zal verschijnen. Op die manier doet Vincent Merjenberg je in dit overtuigende debuut niet alleen nadenken over de vraag of je zijn roman wel goed begrepen hebt, maar ook over de grens tussen realiteit en fictie, en hoe vaag – hoe grijs – die zowel in werkelijkheid als in de literatuur kan zijn.

 

recensie: De grijzen van Vincent Merjenberg door Eline Hadermann

Atlas Contact, 2021

Geplaatst op 12/10/2021

Categorie: Proza, Recensies

Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.