Interviews

Werkelijk en waarachtig. De literaire bekentenissen van Jeroen Olyslaegers

Op 21 januari 2021 werd het literaire estafetteboekje Really and Truly: A Book of Literary Confessions geveild. In het werk gaven schrijvers als Virginia Woolf, Rose Macaulay en Hillaire Belloc telkens een antwoord op 39 vragen over hun literaire zielenroerselen. In deze interviewreeks vult De Reactor dit concept op een eigenzinnige manier in. Dit zijn de literaire bekentenissen van Jeroen Olyslaegers.

 

Jeroen Olyslaegers is nooit schrijver geworden. Hij is een verteller en dat is hij altijd al geweest. De middelbare school ervoer hij als zeer agressief en acuut bedreigend voor zijn innerlijke wereld, alsof hij gedwongen werd om te leven in een strafkolonie op een andere planeet waar hij de taal niet sprak. Om daarin te kunnen meedraaien, verzon hij verhalen die hem rust brachten. Vandaag doet hij dat nog steeds, maar dan als auteur van historische succesromans, theaterteksten, columns en berichten op sociale media. Hij is een verteller. Hieronder leest u zijn bekentenis.

 

  1. Altruïsme of egoïsme: schrijf je voor de lezer of toch vooral voor jezelf?

Olyslaegers: Ik heb in mijn leven een paar poëticale switches gemaakt. Metamorfosen in mijn persoonlijke leven leiden tot een transformatie in mijn werk. De vorm en de vent gaan hand in hand. Er waren periodes waarin ik hoopte dat de lezer woedend werd. Ik heb gehoopt dat de lezer mij als een groot intellectueel beschouwde of dat vrouwen geil werden van bepaalde dingen die ik schreef. Totaal absurd is dat.

Nu is het voor mij het belangrijkste dat mensen een gevoel van troost en herkenning ervaren bij het lezen van mijn werk. Daarnaast wil ik hen ook entertainen. Ik probeer mensen te geven wat ik zelf ook graag van een schrijver ontvang. Ik heb er ook behoefte aan in deze vreemde tijden.

 

  1. Megalomaan, ijdel, hautain… Weinig schrijvers staan erom bekend bescheiden te zijn. Dicht jij jezelf weleens genialiteit toe?

Olyslaegers: Het is vrijwel onmogelijk om mezelf genialiteit toe te dichten, maar er zijn wel stukken tekst waarbij ik het gevoel heb: hier was ik toch iets hogers aan het kanaliseren. Wat ik hier blijkbaar aan het doen was, dat kan ik niet. Dat soort piekervaringen geven een ongelooflijke kick, maar je kan dat niveau niet continu aanhouden natuurlijk. Het leuke is dat je dat meer en meer krijgt als je ouder wordt. Je voelt dat je ambacht kennelijk het niveau heeft bereikt waarop je dit soort teksten kan genereren. Je bezit de vaardigheid om op een hoge level of the game te opereren.

Maar om op je vraag terug te komen: hoewel ik mezelf bezwaarlijk genialiteit kan toedichten, beleef ik de werkelijkheid natuurlijk ook vanuit mijn eigen beperkte menselijke psyche die net als die van iedereen vatbaar is voor narcistische tendensen. Je kan jezelf dingen gaan wijsmaken en worden meegesleept. Bij mij heeft dat veel te maken met mijn schrijfstijl, geloof ik. Ik durf nogal gemakkelijk te stellen dat niemand schrijft zoals ik en dat er ook niemand echt in mijn buurt komt. Bij De Bezige Bij zeggen ze weleens: dit is echt Olyslaegersiaans. Dat streelt natuurlijk. Maar dat is ook het rare, hè: je stijl is je stem, maar tegelijk wordt die stem ook door zoveel verschillende dingen gevormd waarvoor jij geen rekenschap kan nemen.

Eerlijk gezegd heb ik het ook wel nodig om mezelf te kunnen beschouwen als een unieke stem. Toch heeft het wel een tijdje geduurd voordat ik die gevonden heb. Pas vanaf Wil had ik iets waarmee ik me succesvol van de rest kon onderscheiden. Eigenlijk mag het een geluk heten dat ik toen al achtenveertig was. Als dat succes mij op mijn dertigste was overkomen, zou dat geen goede zaak zijn geweest. Ik zou mezelf veel te ernstig hebben genomen en een totale eikel zijn geworden. Succes zou ik ongetwijfeld hebben beschouwd als iets waarop ik recht had. Nu weet ik dat het niet op die manier werkt. Je hebt nergens recht op. Ik weet nu ook goed dat ik niet te veel moet drinken van het succes, de aandacht en de zaken die me nu overkomen.

 

  1. Vanitas betekent zowel ijdelheid als leegheid. Zou je nog schrijven als elk boek anoniem werd gepubliceerd?

Olyslaegers: Ongetwijfeld. Zo scherp gesteld zou ik toch altijd voor mijn verbeelding kiezen.

 

  1. Stel: ergens in een geheime kluis zit een harde schijf met daarop al je ongepubliceerde werk – geschrapte fragmenten, ideetjes, onafgewerkte dingen. Na je dood wordt de inhoud zonder uitzondering publiek gemaakt. Zou je je schamen?

Olyslaegers: Nee, daar hoef ik me echt niet voor te schamen. Degenen die het snappen zien de poging, degenen die mij verafgoden lezen er alleen maar genialiteit in en degenen die me haten vinden het prutswerk.

 

  1. Herlees je je eigen werk weleens?

Olyslaegers: Ik lees het in voor het audioboek, maar dat is eigenlijk de enige keer dat ik het echt herlees. Voor mij is dat ook de enige aanvaardbare manier. Het voordeel is natuurlijk dat ik daardoor nog weleens verrast kan zijn. Soms sturen mensen me iets door wat ik geschreven heb – een zin, of een passage – en af en toe kan ik dan wel echt onder de indruk zijn.

Toch heb ik bijna nooit het gevoel dat ik degene was die de woorden neerschreef. Daarom herlees ik mijn eigen werk ook niet graag. Het maakt op mij een heel vervreemdende indruk. Het schrijfproces is zo mysterieus. Waar komen die woorden en zinnen vandaan? Je kan natuurlijk zeggen: Jeroen, dat is je talent, je verbeelding en je discipline. Maar dan raak je alleen aan het mechanische aspect van het schrijven. En dat is niet noodzakelijk het interessantste.

Het mysterieuze van het schrijfproces is zo ongrijpbaar. Verhalen zijn als organische wezens die zich door mij materialiseren. Ik kies mijn onderwerpen niet. Mijn onderwerpen kiezen mij. Eigenlijk waren ze in de eerste plaats al niet echt van mij. Het behoort tot mijn rol als schrijver om als een soort filter op te treden en ordening aan te brengen. Met andere woorden: het is mijn taak om te vertellen. Maar door het te hebben over narratief, stijl of zelfs discipline kan je nog niet de diepe kracht van je zinnen verklaren.

 

  1. Als de literatuur een religie is, welk boek heeft jou dan bekeerd?

Olyslaegers: Op mijn twaalfde las ik voor het eerst The Once and Future King van Terrence White. Ik herlees het nog regelmatig. Het is een fantastisch ridderverhaal boordevol wijsheid en heel veel duisternis. Het gaat over de Arthur-verhalen, maar het wordt met bijzonder veel humor verteld. Samen met Suske en Wiske heeft dat boek me meer dan elk ander boek tot de literatuur bekeerd.

 

  1. Pandemische toestanden dwingen je tot een levenslange quarantaine. Je mag wel een boek meenemen. Waarvoor kies je?

Olyslaegers: (denkt na) Waarschijnlijk Metamorfosen van Ovidius, toch de zwarte doos van het Westers mythopoëtisch bewustzijn. Mythologie is voor mij heel belangrijk en dit is bij wijze van spreken het handboek bij uitstek. De hele antieke mythologie komt er op zo’n fantastische manier in aan bod. Bovendien is de tekst bijzonder beeldend en tegelijk zo mysterieus. Daar zou ik op kunnen teren.

 

  1. Welke schrijver zou je het liefst van zijn voetstuk stoten?

Olyslaegers: Dat vind ik een onmogelijke vraag. Ik kan mij in die termen niet uitspreken over andere schrijvers. Begrijp me niet verkeerd. Ik ben niet tegen kritiek, maar als schrijver weet ik maar al te goed wat het betekent om iets te creëren en daar je liefde in te stoppen. Wie ben ik om te zeggen: jij hoort erbij en jij niet. Ik ben geen poortwachter.

 

  1. Volgens de Duitse filosoof Immanuel Kant geldt de morele plicht voor iedereen. Ook voor de schrijver?

Olyslaegers: Het probleem met die vraag is: als ik zeg dat een schrijver een morele plicht heeft, dan word ik dogmaticus. Als ik zeg van niet, dan lieg ik. Maar eigenlijk is een schrijver wat dat betreft niet anders dan wie dan ook. Ikzelf heb ook gewoon mijn waardenset en die tracht ik op een slinkse manier uit te dragen in mijn werk. Dat heeft niets te maken met goed en kwaad. Op dat vlak ben ik een absolute Nietzscheaan.

Er zijn natuurlijk evenveel Nietzscheanen als interpretaties van zijn werk, maar ik heb het over de Nietzsche van Jenseits von Gut und Böse. Ik ga voorbij aan goed en kwaad om de wereld te kunnen vatten. Dat is mijn moraliteit. Het heeft natuurlijk wel consequenties: als ik een moreel oordeel over anderen vel, moet ik eerst bij mezelf te rade gaan en kijken naar de donkerste kanten van mijn werkelijkheid, mijn denken en mijn agressie. Dat is mijn morele set.

In de grond komt het neer op een paar simpele regels: ik zal niemand iets aandoen wat ik zelf niet zou willen ervaren, dat soort dingen. Humanistische waarden eigenlijk. Maar daar zijn natuurlijk ook donkere kanten aan. Het humanisme blijkt niet adequaat om te kunnen gaan met enkele problemen waarmee we vandaag geconfronteerd worden. De reden is niet ver te zoeken: het woord zegt het zelf. De mens is de maat van alle dingen, maar dat valt moeilijk vol te houden. We zijn geen heersers. Als het coronavirus iets heeft geïllustreerd, is het dat wel. We zijn conciërges en het is de bedoeling dat we de woning beter doorgeven dan hoe we ze hebben aangetroffen.

 

  1. Over een eeuw zijn er geen schrijvers meer. Is de wereld er slechter aan toe? Zijn schrijvers, met andere woorden, belangrijk?

Olyslaegers: Net als water of lucht is verbeelding belangrijk. Schrijvers zijn de veruitwendiging van die verbeelding en in die zin zijn ze belangrijk.

 

  1. Schrijven is stelen, zegt men. Heb je weleens een idee, een formulering of iets anders gestolen van een andere auteur?

Olyslaegers: Natuurlijk, ik steel voortdurend. Maar dat stelen is wel een raar proces, omdat het eigenlijk meer om verwerken gaat dan om stelen. Dat is zo mysterieus. Je kan er je vinger niet op leggen: hoe, wanneer, waar, van wie en in welke mate heeft iemands taal zo op je ingewerkt? Ik vind het wel fijn als mensen die dingen in mijn plaats zien of te weten komen. Maar als je er goed over nadenkt, betekent het eigenlijk dat je werk mislukt is. De diefstal dient dus ongemerkt te gebeuren. Aan de andere kant zou het wel aangenaam zijn voor mijn intellectuele ego mochten sommige mensen de invloeden in mijn boeken kunnen aanduiden. Maar de overgrote meerderheid ziet helemaal niks.

 

  1. Hoeveel lof verdient de redacteur?

Olyslaegers: Heel veel. De eerste versie van Wildevrouw, bijvoorbeeld, was een vertelling, maar nog lang geen roman. Er moest nog heel wat aan gebeuren. Mijn eindredacteur heeft me er destijds op gewezen en dat heeft me enorm geholpen. Hij vervult voor mij tegelijk de rol van vroedvrouw, coach en therapeut. Ik heb daar grote behoefte aan. Ik schrijf ambitieuze boeken die heel wat research vereisen. Daardoor loop je soms het gevaar dat je in je eigen project gaat verdwalen. Dan heb je echt een redacteur nodig.

 

  1. Wat schuift dat zo, schrijven? Kan je ervan leven?

Olyslaegers: Sinds Wil kan ik ervan leven. Eigenlijk zie je pas achteraf de moeite die je jezelf hebt getroost. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik vrij royaal heb kunnen leven, hoewel ik mezelf van bij het begin een heleboel dingen heb ontzegd waar andere mensen erg naar uitkijken. Mijn reizen bleven bijzonder bescheiden en op een huis heb ik niet zitten hopen. Ik heb er nu wel een, maar mijn levensstijl is altijd redelijk sober geweest. Materieel comfort heb ik twintig jaar lang zo veel mogelijk genegeerd. Het meeste geld gaf ik uit aan boeken.

 

  1. Van uitstel komt afstel. Ben je gedisciplineerd in je schrijven?

Olyslaegers: Ja (volmondig). Ik ben weldegelijk gedisciplineerd. Vanaf het moment dat ik met een boek bezig ben, ben ik er ook mee bezig. Dat wil niet per se zeggen dat ik zoveel uren per dag aan een tafel achter mijn laptop zit, maar ik heb wel geleerd om van mijn discipline een spel te maken. Het bezorgt me geen stress. Als het niet lukt, dan lukt het niet. Daar staat tegenover dat ik wel altijd heel erg voorbereid ben vooraleer ik ga zitten. Ik weet wat ik daar kom doen. Dat is mijn discipline: het denkwerk op voorhand. Ik heb een plan en pas dan begin ik eraan.

Discipline moet je wel leren. Het is de praktijk van je te leren focussen. Ik ben bijvoorbeeld net begonnen met een nieuwe columnreeks voor Gazet van Antwerpen en deze opdracht vraagt om een totaal ander ritme en aanpak. Dat is een frustrerende stap in het proces, omdat je het nog niet bevat. Ik ben het mezelf dus echt aan het aanleren: wat moet ik doen opdat ik probleemloos kan doen wat er van mij wordt verwacht, namelijk een column schrijven. Het is noodzakelijk. Doe ik het niet, dan heb ik te weinig materiaal. Daar moet ik dus toch echt op letten.

Wanneer ik nu een idee heb, weet ik dat ik het op dat moment moet uitschrijven en ik niet moet wachten tot vrijdag als de deadline eraan komt. Die dingen leer je jezelf. Er zijn natuurlijk ook baaldagen waarop je echt geen zin hebt om te schrijven. Als ik er te lang aan toegeef en een paar dagen niet schrijf, dan word ik echt ambetant. Maar je leert dus om het knopje te vinden. Je kan bijvoorbeeld een boek lezen of gaan wandelen. Na een half uurtje merk ik dan vaak dat het begint te klikken.

 

  1. Literatuur of seks?

Olyslaegers: Eigenlijk vraag je dan wat voor jou het belangrijkste is: je innerlijke of je uiterlijke wereld. Seks is iets wat je deelt, hoewel literatuur dat natuurlijk ook is. Aangezien ik een verteller ben, moet ik toch voor de literatuur kiezen. Dat ligt dichter bij de essentie.

 

  1. De vorm of de inhoud?

Olyslaegers: De inhoud, datgene wat ik wil vertellen, is voor mij altijd het belangrijkste. In functie daarvan ben ik al wel vaker van vorm veranderd. Ik ben ook geen typische prozaïst die alleen maar proza schrijft: theaterteksten, columns en eigenlijk zelfs Facebook-statussen reken ik allemaal tot mijn literaire vermogen. Ik heb al veel dingen gedaan en altijd met de vorm geëxperimenteerd, maar aan de inhoud blijf ik veel meer gehecht. Het wij-gevoel is in mijn werk heel belangrijk. Ik heb er veel over nagedacht en in mijn persoonlijke leven heb ik een aantal dingen meegemaakt die me steeds weer doen terugkeren naar de vraag: hoe val ik samen met mezelf? Hoe verhoud ik mezelf tot mijn peergroep en ben ik zoals ik echt ben?

 

  1. Poëzie of proza?

Olyslaegers: Ik bewonder de dichter, maar ik begrijp hem niet. Poëzie vind ik interessant en soms kan het ook een emotionele impact op mij hebben, maar veel ervan ontglipt me. Op een intellectueel niveau kan ik het niet doorgronden, waardoor het voor mij gevoelsmatig vaak niet werkt. Proza kan ik wel doorgronden.

 

  1. De waarheid of de leugen?

Olyslaegers: De waarheid is een leugen, de leugen is een waarheid. Je kan het onderscheid niet maken. Wie meent dat dit wel kan, heeft het volgens mij niet helemaal begrepen. Dat betekent niet dat ik de waarheid in een soort postmodern spel wil deconstrueren, maar het is wel zo dat die twee door elkaar heen lopen. In de kern van de waarheid zit de leugen vervat en vice versa.

 

  1. Heb je verder nog iets te bekennen?

Olyslaegers: Misschien wel dat ik een charlatan ben. Een verhalenverteller is een charlatan. Ik ben een speler. In de Kabbala zijn er verschillende esoterische paden die de verbindingen vormen tussen een geheel van energieën. Een van die paden heet ‘The Path of the Fool’, het pad van de zot. De zot heeft iets verschrikkelijk onbezonnens, maar hij is toch vooral een speler. Hij weet zelf eigenlijk ook niet zo goed wat er op hem afkomt en bovendien zit hij, net zoals wij allemaal, opgesloten in wat Roberto Calasso ‘the unnamable present’ noemt. Maar daar maakt de zot zich geen zorgen over.

Binnen de esoterie is het pad van de zot wel het hoogste waarnaar ik kan streven. Af en toe koester ik de illusie dat ik dat pad bewandel. Wie mij wil vatten kan mij best op die manier benaderen, denk ik: als een speler. Elk boek, iedere column, elke tekst en elk interview is voor mij telkens weer een spel. Dat betekent niet dat ik aan het faken ben, maar wel dat ik me er heel erg bewust van ben dat het een spel is. En wat voor mij het allerbelangrijkste blijft, is de ontwikkeling van mijn werk en de liefde die ik godzijdank mag ervaren.

 

Jeroen Olyslaegers

Jeroen Olyslaegers
– © Stephan Vanfleteren

 

Interview door William Roelant

Geplaatst op 18/08/2021

Categorie: Interviews

Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.