Proza, Signalement

Mensen zijn vloeibaar

De nieuwe rivier

Eva Meijer

Latijns-Amerika functioneert de laatste jaren als een zone van uitersten binnen globale discussies over natuur, milieu en klimaat. Enerzijds worden landen als Costa Rica en Ecuador gezien als progressieve voorbeelden van milieubescherming door ambitieus klimaatbeleid of de erkenning van rechten voor ecosystemen, anderzijds vindt in Brazilië een harde strijd plaats tussen machtige landbouwers en de lokale bevolking. Documentaires en exposities laten deze tegenstellingen zien, vaak ook met aandacht voor de overtuigingen en leefwijzen van de lokale (inheemse) bevolking.

De nieuwe rivier van Eva Meijer (1980) sluit naadloos aan bij dit discours, zij het dat de plaats van handeling te vaag is voor een heldere geografische positionering. Als ik alleen het landschap of de fauna (nandoes, guanaco’s, gordeldieren) in overweging neem, zou ik het verhaal in het noorden van Argentinië situeren, maar andere geografische of culturele elementen zorgen voor een openheid die in eerste instantie verrassend is. Meijers ‘nieuwe land’ lijkt betoverend en desoriënterend, met plaatsen als Koraalboom en Sint-Frank, personages die Maia of Petronella heten en verwijzingen naar al dan niet bestaande mythes en legendes. Desondanks zijn we onmiskenbaar ergens in Latijns-Amerika. Er is een tijdsverschil van zeven uur met Londen, de mensen spreken Spaans en gebruiken de peso als munteenheid. Maar de politiek-historische invulling is minder verrassend. Meijers fictieve land kende jarenlang een dictatuur, nu is er veel corruptie en zijn er gewelddadige drugsbendes. Zulke uitgangsposities sluiten aan bij beelden die we al lang kennen, ook uit recente romans uit de regio zelf van bijvoorbeeld Rodrigo Blanco Calderón (over politieke repressie en geweld in Venezuela) of Yuri Herrera (over drugsbendes in Mexico).

 

De westerse buitenstaander

De discussie over culturele toe-eigening gaat vaak over een reële cultuur, witte westerse schrijvers of kunstenaars die zich herkenbare karakters of situaties toe-eigenen, maar wat als je een land verzint dat voor een grotere geografische ruimte lijkt te staan? Wat wordt dan toegevoegd en vooral uitgewist? Ik stel deze vragen omdat de ethiek van het vertellen impliciet een rol speelt in het verhaal zelf. De jonge Engelse journalist Janet van The Guardian is naar Koraalboom gereisd om over de mysterieuze ‘nieuwe rivier’ te schrijven. Ze heeft dit artikel nodig om een belangrijke stap in haar carrière te zetten. Janet is ambitieus en progressief, begaan met milieuproblematiek, maar maakt ook ongevraagd foto’s, bijvoorbeeld van het interieur van een huishoudster of van de nagelaten poëzie van een net overleden boer: ‘Ze leest in het zwijgen geen verzet. Zoals de toeristen al jaren foto’s maken van de inheemse mensen hier, zich zelfs de betekenis van hun uitdrukkingen toe-eigenen.’ De rivier kan voor Janet een boeiend verhaal opleveren omdat deze een paar jaar geleden plotseling uit de grond ‘ontsprong’ en nu het kleine dorp Koraalboom in tweeën snijdt. Al snel verschuift Janets aandacht echter naar de moord op een plaatselijke sojaboer, Hugo Frys. Ze denkt: ‘Dat zou nog wat meer sjeu aan het verhaal over de rivier geven. De lezers kennen de globale klimaatproblematiek ondertussen wel, maar menselijk leed blijft ze altijd interesseren.’

Janet maakt kennis met de andere bewoners van Koraalboom, zoals de agenten Jor en Domino, Jors artistieke dochter Maia, de homoseksuele geograaf Rafel, de activist Wotko en Beatriz, de burgemeester. Door de meervoudig-personale vertelsituatie volgt de roman alle personages en hun gevoelswereld, met gepaste aandacht voor hun persoonlijke geschiedenis en gevoelswereld. De nerveuze Janet voelt zich duidelijk niet op haar gemak in Koraalboom. Een compleet gevoel van verbondenheid met de omgeving is voorbehouden aan sommige bewoners. Illustratief is een passage waarin Rafel voor het eerst deelneemt aan een kolencactusbijeenkomst, vergelijkbaar met een Ayahuasca-ceremonie, en zich even bevrijd voelt van de vooroordelen waarmee hij als homoseksuele man te maken krijgt terwijl het land en haar geschiedenis aan hem voorbijtrekt. Of de passage waarin Maia ongesteld wordt, die een vergelijkbare sensatie van verbondenheid oproept:

 

De pijn is rafelig, kartelig, brandt. […] Maar misschien is het niet overdreven, is dit de waarheid: de wereld kruipt Maia’s lichaam in, haar huid is een grens, maar net als alle grenzen is hij ook poreus, ze is helemaal gevuld met gevoel, neemt de kleur van haar omgeving aan, weet precies wat goed is en wat niet goed is en wie goed is en wie slecht en alles wat gebeurt heeft direct effect.

 

Meijers stijl is zintuiglijk en intuïtief. Haar zinnen en zinsdelen zijn gejaagd, maar wel doeltreffend. Soms zijn haar keuzes te nonchalant ‘Nederlands’, zoals wanneer Domino afscheid neemt met ‘toedeledoki’ of bij te cartooneske namen van personages als hoofdcommissaris Slingerbal en Tobias Vleerman.

 

Continuïteit

De nieuwe rivier leent duidelijk elementen van het detectivegenre. De moord op Frys lijkt in verband te staan met het geweld van drugsbendes die met steun van het dictatoriale ‘oude regime’ (of wat daar nog van over is) boeren onder druk zetten om grond te verkopen voor de cocateelt. In een sinistere Borgesiaanse bibliotheek met steeds veranderende gangen en opstellingen leest Janet over de drugsbendes en het regime. Veel wijzer wordt ze niet, want het oude en het nieuwe regime lopen in elkaar over en het nieuwe is nog ondoorzichtiger, omdat het volledig achter de schermen opereert. Jorge Luis Borges schreef dat het detectiveverhaal de orde redt in een tijd van wanorde waarin ook onze literatuur naar het chaotische neigt. De detective heeft volgens hem nog een heldere plot met een begin, midden en einde. Lees je Meijers roman als zo’n klassieke detective, dan komt de plot bij de zoveelste verdwijning en achtervolging tot stilstand. Ergens in het midden, zo lijkt het. Voor Meijer is het raadsel echter belangrijker dan de oplossing en de speurtocht naar de dader heeft geen duidelijk einde zoals de nieuwe rivier die ook niet heeft. Niemand weet precies waar hij uitmondt.

Net als in haar vorige roman Voorwaarts (2019) is Meijer geïnteresseerd in continuïteit. Hét einde bestaat simpelweg niet. In Voorwaarts beschreef ze hoe een eigentijdse commune voortbouwt op de ideeën van een vorige. In De nieuwe rivier transformeert een dictatoriaal ‘oud’ regime tot nieuwe vormen van repressie, maar ook activisme weet zich te hernieuwen. Uiteindelijk vormt zich om de rivier in Koraalboom een actieve democratische gemeenschap van bewoners die onder leiding van Wotko aan haar oevers vergadert en naar manieren zoekt om haar te beschermen. Iets vergelijkbaars gebeurt in Voorwaarts, als de commune van Sam uiteenvalt en dreigt te mislukken, maar plaatsmaakt voor een gemeenschap van activisten die strijden voor het behoud van een bos. Beide romans draaien om de gedachte dat mensen vloeibaar zijn en in contact staan met al het andere leven. Terwijl in Voorwaarts dit idee vooral analytisch werd benaderd, waardoor dat verhaal soms wat gekunsteld aanvoelde, opent De nieuwe rivier een meer associatieve romanwereld, zowel onthecht als verdicht. Onthecht omdat je niet helemaal weet waar je bent, verdicht omdat er zoveel in is gestopt, zoveel ideeën, mythes en legendes, die veelal mooi aansluiten bij de gebeurtenissen en gedachten van personages.

 

Vernieuwing

In het slothoofdstuk van De morgen loeit weer aan (1988) laat de Curaçaose schrijver Tip Marugg een gewelddadig, dictatoriaal en onrechtvaardig Zuid-Amerika door God vernietigen. Het continent wordt van kust tot kust samengebald en door vloedgolven overspoeld. Een enorme ijsberg die vanaf Antarctica noordwaarts drijft, herbergt een kans op een nieuwe start. Voor De nieuwe rivier is Eva Meijer subtieler te werk gegaan. Zij schept een ‘nieuw’ land ergens in Latijns-Amerika, hoewel haar politieke invulling ook leunt op een wat verzadigd narratief van dictatoriale regimes, geweld en corruptie. Maar de rivier die Koraalboom sinds een paar jaar in tweeën splijt, opent mooie inzichten in de overlevingskracht van mens en natuur, de eindeloze mogelijkheden voor vernieuwing, en dat maakt deze roman tot een waardevolle reflectie op een veranderende leefomgeving.

Das Mag, 2020
ISBN 978-94-931682-4-4
296p.

Geplaatst op 22/06/2020

Tags: De morgen loeit weer aan, De nieuwe rivier, detective, Ecologie, Eva Meijer, Jorge Luis Borges, Latijns-Amerika, Milieu, Tip Marugg, Voorwaarts

Categorie: Proza, Signalement

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.