Een bijzonder geval van oplettendheid

Waakzaam

Maarten Inghels

Poëzie en maatschappelijke betrokkenheid, het blijft een moeilijke evenwichtsoefening. Schrijven en jezelf in één beweging daadkrachtig positioneren, nog zoiets. Of als een seismograaf van de eigen tijd verzen in de wereld zetten die elke aardverschuiving tijdig opmeten. Weinig dichters zijn in staat waakzaam de tijdsgewrichten te noteren, weinig jonge dichters wagen het. Maarten Inghels gooit met Waakzaam, zijn tweede bundel, gedichten in de strijd die oplettend de tijd vangen en blaken van het engagement.

Poëzie en compagnie

Herinner u een beschouwend stuk over de jongste dichtersgeneratie, niet zo heel lang geleden. In het laatste nummer van Rekto: verso verscheen het essayIt’s all in the family, over poëzie en compagnie’ van Bart Van der Straeten en Tom Van Imschoot. In dit essay hebben de twee auteurs het over poëzie, gemeenschapsvorming en, grofweg, onderwerpen als profilering en engagement bij de jongste generatie Vlaamse dichters. Hun stelling is dat er heel wat groeit en bloeit, maar dat het, aldus de auteurs, allemaal nogal vrijblijvend blijft. Het stuk is opgebouwd als een verslag waarop de aangeschreven jonge dichters konden reageren. Velen deden dat, maar niet iedereen. Bij de naam Maarten Inghels staat eenvoudigweg dat hij zich aansluit bij de reactie van Michaël Vandebril. Jammer, denk ik dan, met zijn pas verschenen tweede bundel in de handen, want als er in de jongste dichtersgeneratie een dichter is opgestaan met een duidelijke maatschappelijke betrokkenheid en een uitgesproken drang tot positionering, is het Inghels wel.

Maarten Inghels heeft zich snel na zijn debuut opgeworpen als meer dan alleen maar een dichter. Heel gauw werd in de media de komst van een roman aangekondigd. De jongste leeuw was aanwezig op zowat alle spraakmakende poëziefestivals en ging ze vervolgens zelf organiseren, waarna Inghels zijn zeldzame talent om niet-aflatend in de belangstelling te staan ten volle benutte op Facebook en op Twitter en sinds kort ook in opiniestukken in verschillende bladen. Niet enkel ten gunste van zichzelf, zo bleek. Merkwaardig genoeg was hij het ook die een Vlaamse tak van het Eenzame Uitvaartproject uit de grond stampte. Een kwaadwillig criticus zou dit kunnen zien als nog maar eens een manier om de aandacht te trekken en een nieuw publiek aan te boren, maar, om het met Inghels zelf te zeggen, ‘wij moeten immer waakzaam blijven’. Ook voor onze eigen vooroordelen.

Eenzame Uitvaart

De Eenzame Uitvaartgedichten staan in Waakzaam niet bij elkaar, maar vallen op als sterke momenten in de bundel. Het project galmt hier na, maar ook zonder extra achtergrond vallen deze gedichten op als momenten van medemenselijkheid. In het gedicht ‘een moskee’ speelt Inghels zijn gebruikelijke spel van spot en beeldspraak. Te weinig betrokken? ‘Misschien had je met al het opgespaarde leed / een letter kunnen kopen, om zo je verhaal te vertellen.’ Of uit het gedicht voor J. K.: ‘uiteindelijk gaat alle leven om een afstand: / de lap vlees tussen twee ogen, de pendelende / pas van land tot land, het gekruip van de dood / over het plein dat te weinig hoeken kent’. Maarten Inghels heeft in zijn eerste bundel Tumult zijn recept gevonden om met bravoure een publiek in te pakken, zowel op als naast het podium. Onverwachte statements, wrange humor, het maakt allemaal deel uit van het recept. Maar, wij,… Waakzaam. Dat dus.

De seismograaf

Maarten Inghels is een vertolker van zijn tijd. Met veel gemak gebruikt hij alle nieuwe media, worstelt hij zich door de jaren 2000. Het tijdsbeeld van de laatste decennia verklankt hij in zijn gedichten. ‘Wij genieten van documentaires maar niet van natuurrampen als een vorm / van esthetische ontspanning. / Wij geloven in sociaalnetwerkwebsites als de applausmeter van onze ambities’. Of ‘Ik gruwel van: / het feit dat we God doodverklaarden en mindfulness in de plaats kozen, / onze spookpensioenen, tumoren die op elk moment uit je hoofd kunnen / poppen, prostaatgepraat, #hashtags, mummies / en adoptiebureaus met hun rootsreizen in groep.’ Inghels gebruikt met verve de taal van deze tijd, maar de vrijblijvendheid lonkt: ‘Experimenteel theater is zoiets als een voorbindpenis / aan je hobbelpaard naaien. Het schommelt wel fijner / maar het blijft een slechte grap’. Inghels’ talent wordt in sommige passages zijn vloek. Ook hier is waakzaamheid geboden. In de eerste cyclus van zijn bundel lijkt het even alsof Inghels niet uit zijn cirkel van humor en eigentijdsheid kan ontsnappen.

De tweede bundel

Jongen, ik zou willen weten: wat maakt het de moeite waard verder
te blijven schrijven tot men je debuut vergeet wanneer
onze vinger niet meer dient om naar de maan te wijzen maar je vier
lezers liever knuffeljunks googelen.

De tweede bundel is de bundel waarin de dichter het debutantenvel afwerpt en zich als volwassen en rijpe dichter op de kaart zet. De tweede bundel bevat de moeilijke oefening de grootse beloftes uit de eerste bundel in waarheden om te zetten, te bewijzen dat de dichter klaar is voor het echte werk.

Voor Maarten Inghels heet die tweede bundel Waakzaam. Waakzaam is een sterke bundel, waarin zich een talentvolle dichter toont, die vele richtingen uit kan. Maar er is één opmerking, en misschien wel een belangrijke. Inghels heeft zijn spoor nog niet gekozen, het pak gedichten mist nog samenhang. Inghels toont in deze bundel nog zijn volledige potentieel, maar juist daardoor mist deze bundel richting. Grofweg drie sporen laat hij open. Als lezer kun je enkel hopen dat hij het juiste kiest. Laat mij het daarom hebben over de cyclus die mij het meest inspireert en die mij zelfs ontroerd heeft in zijn wonderlijkheid: ‘Het abattoir van het afscheid’.

Het abattoir van het afscheid


‘Het abattoir van het afscheid’ verscheen eerder in de reeks De Vlaamse Maat van drukker Dick Wessels in september 2009. Aanleiding voor deze cyclus was het gedicht ‘Bezoek nr 12 617’ dat eerder verscheen in Tumult. De bibliofiele bundel bevat tien gedichten, van ‘Bezoek nr 12 618’ tot ‘Bezoek nr 12 627’, die met hun lange versregels vroegen om een oblongformaat. Het is een mooi boekje, op geschept papier, met veel aandacht gezet en de gedichten behoren zonder meer tot het sterkste werk dat Maarten Inghels tot nu toe publiceerde.

Het is niet evident dat deze cyclus ook volledig is opgenomen in Waakzaam. Zo maakt Maarten Inghels immers de vorige, bibliofiele, publicatie van deze verzen ongedaan en schept hij in Waakzaam een tussenruimte waarin een heel andere poëtische stem spreekt dan in de rest van de bundel. De keuze is echter verdedigbaar, want Inghels klinkt in deze cyclus rijper, subtieler, coherenter dan in zijn andere werk. Ook hier gaat het over afscheid, maar het is een afscheid dat zowel een afscheid tussen geliefden als een stille dood zou kunnen zijn. Het gaat ook hier over het eigentijdse, maar het is een eigentijdsheid die zowel van vandaag als van gisteren zou kunnen zijn. In deze cyclus slaagt Inghels erin zich te bevrijden uit de oppervlakte en iets universeels aan te raken. In het abattoir van het afscheid toont Inghels zich als een bijzonder geval van oplettendheid. De verzen spreken voor zich: ‘Ik herschik de rozen in de viskom, oefen voor de spiegel mijn / gezicht.’ Of ‘Mijn hart tikt dan wel, maar het klopt / niet.’

Naast het wak schilder ik een stilleven 
dat uitkijkt op de bloedplaats, ik kijk langs het trapgat


naar beneden en zie de trillende zwartvissen liggen 
op de bodem. Ik hoor geen ambulances, rollende gordijnen,


er wordt geen krant gedrukt en niets geschreven,

geen smiley knipoogt. Het landschap legt zacht zijn


slapelozen het zwijgen op. Geen hond blaft

als het wintert, het ijs kraakt zijn lakse gevecht.

In de balzaal van haar blikken heb ik haar ontmoet. En als

mijn hart daar wil smelten, kan ik haar verliezen als het moet.

‘Het abattoir van het afscheid’ toont Maarten Inghels op zijn best: waakzaam maar oprecht. Een seismograaf van zijn tijd, maar dan wel een die ook de zachtheid van haar trillingen kent, en meet. Een priester van het ongerijmde die stilstaat bij elk afscheid dat meer is dan een moment. Hopelijk is het deze dichter die we in zijn volgende bundel mogen tegenkomen. Laat ons kortom Inghels verlossen van het juk van zijn succes en hem vrijkopen als dichter. Of toch op zijn minst zijn verzen, en ze opslaan in het hart van deze tweede bundel. Laat ons hopen dat Inghels niet verstrikt raakt in zijn eigen netten, maar waakzaam blijft. En schrijft.

Links

De Bezige Bij Antwerpen, Antwerpen, 2011
ISBN 9789085422570
69p.

Geplaatst op 12/04/2011

Reacties

  1. marc tiefenthal

    Vreemd, vervreemd ben ik van binnen en van buiten, onderuitgehaald en net niet van mijn sokken geblazen. Vind ik Maartens werk de huidige tijd overstijgen, dan lees ik hier dat hij zijn eigen tijd schrijft. Seismograaf van zijn tijd, ga weg. Priester van het ongerijmde, zeker. Zonder drang naar positionering, gewoon in positie gezet. In dit beschouwend stuk kan behoorlijk wat worden geschrapt om dichter bij de dichter uit te komen.

    Beantwoorden

  2. Lies Van Gasse

    He één en het ander spreekt elkaar niet per definitie tegen. Het is niet omdat Inghels de vinger aan de pols van deze tijd houdt, dat hij die niet tegelijkertijd in zijn betere werk kan overstijgen. Dat is zo wat het seismograaf-idee.
    Ook ontkennen dat Inghels duidelijk bezig is met zich te positioneren, profileren, lijkt mij vreemd. Dat doet hij immers met verve, ook in zijn werk.

    Beantwoorden

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.