Proza, Recensies

‘Heimat’ voor gevorderden

Een jaar uit het leven van Gesine Cresspahl

Jahrestage

Uwe Johnson

Het is altijd opletten wanneer je de benaming opus magnum gebruikt om een literair werk van een schrijver te karakteriseren, maar in het geval van de Duitse auteur Uwe Johnson (1934-1984) mag je er toch gerust in zijn. Vijftien jaar lang werkte Johnson aan zijn bijna 2000 pagina’s tellend en oorspronkelijk in vier delen bij Suhrkamp uitgegeven Jahrestage. Aus dem Leben von Gesine Cresspahl (1970-1983). Een zenuwinzinking, een writer’s block, een stukgelopen huwelijk, een stevige alcoholverslaving en een zichzelf opgelegde verbanning naar een miserabel kustplaatsje in het graafschap Kent: Jahrestage was in alle opzichten een beproeving. Een van zijn vrienden zou achteraf zelfs beweren dat Johnson zich met Jahrestage letterlijk dood heeft geschreven.

Een beproeving was het, alle verhoudingen in acht genomen, mogelijk ook voor Marc Hoogma (1952), die als niet-professionele vertaler met Jahrestage blijkbaar aan zijn proefstuk toe was. Uit het interview met Hoogma dat achteraan bij de door Van Oorschot uitgegeven vertaling van Jahrestage is gevoegd, kunnen we afleiden dat Johnsons boek een obsessie voor hem was. Oorspronkelijk zou het eerste deel van Jahrestage al in mei 2018 verschijnen. Het is niet duidelijk waaraan de vertraging te wijten is; de hulp van en uitvoerige dankbetuiging aan medevertaler Theo Veenhof doet vermoeden dat het niet altijd van een leien dakje liep. Feit is echter wel dat Een jaar uit het leven van Gesine Cresspahl – 1599 pagina’s lang en 1660 gram wegend – eind september 2020 voor het eerst in het Nederlands én integraal verscheen. Zo hoort het ook, want een meesterwerk als Jahrestage is in alle opzichten een werk dat je als geheel moet uitgeven. En het moet gezegd: de Nederlandse vertaling van Jahrestage is een prachtig en fraai vertaald boek geworden. Hulde ook aan Uitgeverij Van Oorschot, die het heeft aangedurfd om dit niet voor de hand liggende en niet goedkope boek anno 2020 voor het eerst in het Nederlands uit te geven.

 

Schrijver van de twee Duitslanden

Hoewel Uwe Johnson in Duitsland altijd een grote naam is geweest en ook een vaste waarde is in de canon van de Duitstalige literatuur, is hij in ons taalgebied minder bekend dan andere naoorlogse auteurs als Heinrich Böll, Günter Grass, Hans Magnus Enzensberger en Max Frisch. Een van de belangrijkste redenen daarvoor is vermoedelijk dat Johnson, als zoon van een Zweedse vader en een Pommerse moeder geboren in het tegenwoordig tot Polen behorende Kamień Pomorski, niet echt een gemakkelijke auteur is. Zijn Faulkneriaanse debuutroman Mutmassungen über Jakob (1959 – Nederlands: Vermoedens omtrent Jakob) bijvoorbeeld is allesbehalve een easy read. Door een consequent perspectivisme is het niet altijd duidelijk welk personage er aan het woord is – wat de Engelstalige uitgever er destijds toe bracht om telkens de naam van het personage toe te voegen om het de lezer toch ietwat te vergemakkelijken. Johnsons meest gelezen en toegankelijkste werk is Zwei Ansichten (1965 – Nederlands: Twee kanten), dat net als Mutmassungen en Das dritte Buch über Achim (1961) onder meer het gedeelde Duitsland als thema heeft. Het leverde Johnson, die in 1959 in Oost-Berlijn de tram nam om even later in het westelijke deel uit te stappen en nooit meer naar de DDR terug te keren, de bijnaam Dichter der beiden Deutschland op. Johnson is altijd hardnekkig blijven volhouden dat zijn vertrek geen Republikflucht was, eerder een verhuis zonder de toestemming van de DDR-autoriteiten. Echt gelukkig met zijn opgedrongen eretitel was Johnson overigens niet, omdat hij zichzelf nooit als een politiek auteur heeft beschouwd. Dit in tegenstelling tot enkele bevriende collega-auteurs als Günter Grass en Hans Magnus Enzensberger, die volledig in overeenstemming met het maatschappelijke klimaat in hun leven en werk vaak wel duidelijke politieke standpunten innamen. Nochtans zijn er weinig auteurs die de geschiedenis van Duitsland zo wisten te vatten in hun werk als Johnson; een evolutie die met zijn in de DDR geweigerde, postuum uitgebrachte roman Ingrid Babendererde (1953, voor het eerst gepubliceerd in 1985) inzette en zou culmineren in zijn monumentale meesterwerk Jahrestage.

 

Johnson-universum

De titel van Johnsons Hauptwerk maakt meteen de opzet duidelijk: één jaar lang volgen we het leven van Gesine Cresspahl, van 21 augustus 1967 tot en met 20 augustus 1968, niet toevallig de dag dat Russische tanks Praag binnenrolden en een einde maakten aan de Praagse Lente. Gesine Cresspahl is een 34-jarige Duitse vrouw die voor een Amerikaanse bank in New York werkt en met haar tienjarige dochter Marie in Manhattan woont. Johnson-lezers kennen Gesine al als een belangrijk personage uit Mutmassungen über Jakob. Maries vader is de in 1956 overleden Jakob Abs, het hoofdpersonage uit Johnsons debuut. Op zich is het niet nodig dat je dit als lezer weet, maar het recycleren en verder uitwerken van de biografieën van zijn personages is wel zeer kenmerkend voor Johnsons proza. Op die manier creëert hij een heel eigen, volstrekt uniek Johnson-universum dat bevolkt wordt door een paar honderd personages die elkaar vaak op de een of andere manier kennen of met elkaar verwant zijn. En hoe dieper je je beweegt in Johnsons wereld, hoe verslavender de lectuur van zijn werk wordt. Op de achterflap van de Nederlandse vertaling wordt er expliciet verwezen naar Edgar Reitz’ cultserie Heimat waarin, weliswaar op een andere manier, een gelijkaardig universum wordt opgeroepen.

In 1983 – één jaar voor het laatste deel van Jahrestage werd uitgebracht – publiceerde journalist Rolf Michaelis (met de hulp van Uwe Johnson zelf) Kleines Adressbuch für Jerichow und New York, een register met alle personages en locaties in Een jaar uit het leven van Gesine Cresspahl. Meer nog: Michaelis beperkte zich niet enkel tot deze laatste roman, maar nam alle werken van Johnson op die tot dan toe waren gepubliceerd. Een in 2012 bewerkte versie van dit boekje staat integraal op het web (weliswaar enkel in het Duits) en is een geweldig hulpmiddel om je in het werk van Johnson te oriënteren en om je een precies beeld te vormen van de ingenieuze manier waarop zijn romans en kortverhalen onderling met elkaar in verbinding staan. Een goudmijn, en niet enkel voor die hard-Johnson-fans.

Terug naar Jahrestage. Een belangrijk deel van deze roman speelt zich af in New York. Met veel liefde voor detail beschrijft Johnson het leven van moeder en dochter, hun zoektocht naar een geschikt appartement, hun zwembadbezoeken, hun zaterdagse uitstap met de ferry naar Staten Island, hun wandelingen, vrienden, buren en gesprekken. Een ander opvallend New Yorks ‘personage’ in de roman is de New York Times, die liefdevol ‘Tante Times’ wordt genoemd. Bijna elke dag wordt de actualiteit via de krant de roman binnengesmokkeld; soms wordt de New York Times letterlijk geciteerd (af en toe zelfs met copyright-teken), dan weer wordt ze geparafraseerd en becommentarieerd door Gesine. Dit verhoogt niet alleen het realiteitsgehalte van de roman; door op die manier gebeurtenissen anno 1967/1968 parallel te monteren met voorvallen in het verleden, krijg je soms een heel andere kijk op wat er wordt verteld. Zo komen onder meer de rassenrellen in het Amerika van de jaren zestig, de Praagse Lente, de Russische reactie hierop en de moord op Robert Kennedy aan bod. Of de Vietnamoorlog die eind jaren zestig in volle hevigheid woedt. De rassenrellen en de Vietnamoorlog openen een verrassend perspectief wanneer Gesine het een paar zinnen later over haar geboorteland in de jaren dertig heeft. En al op de allereerste bladzijde – wanneer Gesine mijmerend vanop een smalle landtong voor de kust van New Jersey naar de Atlantische Oceaan tuurt – lezen we:

Het gekleurde personeel in deze plaats vult een eigen kerk, maar negers mogen hier geen huizen kopen of woningen huren of in het witte, grofkorrelige zand liggen. Ook Joden zijn hier niet gewenst. Ze is er niet zeker van of Joden voor 1944 nog mochten huren in het vissersdorp bij Jerichow; ze kan zich geen verbodsbord zoals uit de jaren erna herinneren.

Via de gesprekken met de bijzonder pientere Marie, met Gesines nieuwe vriend Dietrich Emerson, met andere personages, met de ‘doden’ en, last but not least, via de gesprekken en interventies van ‘auteur’ en ‘personage’ Uwe Johnson zelf komen we meer te weten over het Duitse verleden van Gesine in het fictieve Jerichow.

Johnson beperkt zich niet louter tot het leven van Gesine Cresspahl. Haast even belangrijk zijn de levens van haar ouders, Heinrich Cresspahl en Lisbeth Papenbrock. Na hun huwelijk trekken ze naar het Engelse Richmond, waar Heinrich als meubelmaker werkt. Daar krijgt Lisbeth heimwee, wat ertoe leidt dat ze begin 1933 (het jaar waarin haar dochter Gesine geboren wordt én Hitler aan de macht komt) terugkeren naar Jerichow. Met afgrijzen moet Lisbeth vaststellen hoe nazi-Duitsland de geesten van zijn inwoners gaandeweg infecteert. Dit alles zorgt voor schuldgevoelens bij Lisbeth, die uiteindelijk op 9 november 1938 – de nacht van de novemberpogroms – zelfmoord pleegt. Gesines vader Heinrich voedt zijn dochter alleen op en spioneert ondertussen voor de Engelsen, met medeweten van Gesine. Heinrich geeft tijdens de oorlog onderdak aan vluchtelingen, wordt meteen na de capitulatie van nazi-Duitsland door de Russen benoemd tot burgemeester van Jerichow, om even later door diezelfde Russen voor een paar jaar naar een gevangenenkamp te worden verbannen. Ondertussen ervaart Gesine de terreur in de DDR-dictatuur aan den lijve, met een verblijf van tien dagen in een Stasi-gevangenis als dieptepunt. Tijdens de opstand van 17 juni 1953 is ze toevallig in West-Berlijn en besluit ze – gedesillusioneerd door het mislukken van de communistische utopie – niet meer terug te keren naar de DDR.

 

Maalstroom van de geschiedenis

Het is onbegonnen werk om in een paar alinea’s de verschillende verhaallijnen in Jahrestage na te vertellen. Wat bovenstaande summiere samenvatting hopelijk wel duidelijk maakt is de plaats die de Duitse geschiedenis (en bij uitbreiding ook die van Europa en de VS) in Jahrestage inneemt. Daarbij focust Johnson in de eerste plaats op de kleine man of vrouw die zich in de maalstroom van de geschiedenis staande probeert te houden. En die twintigste-eeuwse geschiedenis was voor de generatie van Gesine Cresspahl, Uwe Johnson en hun respectievelijke ouders niet min. Al schrijvend stelt Johnson zich vragen over de schuld, de verantwoordelijkheid en het lijden van zijn personages. Het heftigst komt dit tot uiting bij Gesines vader Heinrich Cresspahl die – geboren in 1888 – het Tweede Rijk, de Weimarrepubliek, twee wereldoorlogen, de Hitler-tijd, de Russische bezetting meteen na de oorlog en de DDR over zich heen heeft gekregen. Afwisselend als dader, verzetsman en slachtoffer moest hij daarbij zoals zovelen de woelige tijden doorstaan waarop hij vat probeerde te krijgen.

Zoals wel meer auteurs van zijn generatie gaat ook Johnson in Jahrestage de confrontatie aan met het antisemitische verleden van zijn geboorteland. Hoewel Auschwitz geen deel uitmaakt van de topografie van de roman, hangt de Holocaust vaak als een donkere schaduw over het werk. Het pikzwarte verleden van nazi-Duitsland duikt niet alleen op in de gebeurtenissen waarvan Gesine en haar ouders in de jaren dertig en veertig getuige zijn, maar pakweg ook in de New Yorkse gesprekken met mevrouw Ferwalter, die de kampen overleefd heeft, of mevrouw Blumenroth, wier vader door de nazi’s werd vermoord.

Wanneer je het gehele oeuvre van Uwe Johnson overschouwt, dan is Een jaar uit het leven van Gesine Cresspahl een zeer leesbaar en zelfs tamelijk traditioneel werk dat aansluiting vindt bij de grote realistische romans uit de negentiende eeuw. Met dit verschil dat Johnson gebruik maakt van modernistische technieken om het kritisch leesplezier te verhogen. De invloed van zijn leermeester William Faulkner is zoals steeds aanwezig, wat onder meer blijkt uit de verschillende vertelperspectieven in Jahrestage. Innerlijke monologen, tweegesprekken tussen Gesine en haar dochter, filosofische passages, brieven, artikels en samenvattingen uit de New York Times en verhalen allerhande, volgen elkaar in een razend tempo op. Johnson schakelt daarbij vlot over van de eerste naar de derde persoon en omgekeerd, soms zelfs in dezelfde zin. Ook last hij zeer regelmatig Nederduitse woorden en zinnen in (die in de Nederlandse versie als voetnoot werden vertaald). ‘De grote variatie in registers geeft’, zoals vertaler Marc Hoogma opmerkt in het eerder aangehaalde interview, ‘een grote dynamiek aan het boek’.

 

Jahrhundertroman

Jahrestage is een weergaloos werk dat zijn gelijke niet kent. Het is, zoals de Duitsers zo mooi zeggen, een Jahrhundertroman. Niet zozeer omdat het in zijn epische grandeur bijna een gehele eeuw beschrijft, maar omdat het zo’n geweldig goed boek is dat maar één keer om de honderd jaar verschijnt. Dat laatste is misschien ietwat overdreven, maar Jahrestage is in ieder geval een enorm rijke roman met een buitengewone poëtische kracht. Zo hebben we het in het voorgaande nog niet gehad over de manier waarop Johnson New York beschrijft of hoe hij als een ‘Mecklenburgse Proust’ de verloren landschappen van zijn jeugd oproept. Een jaar uit het leven van Gesine Cresspahl is tegelijk Heimatroman, grootstadsroman, familieroman, historische roman, sociale roman en zoveel meer.

Rest enkel de vraag hoe je anno 2020 in godsnaam aan een klepper als Jahrestage moet beginnen. Je kan uiteraard gewoon met de lectuur aanvangen en, wanneer er een klik is, gaandeweg worden meegezogen door Johnsons proza. Je kan er evenwel ook een jaarproject van maken. Je haast je naar de lokale boekhandel, koopt Jahrestage en je begint te lezen tot je gekomen bent bij de datum in het boek die overeenkomt met het moment dat jij het leest. Vanaf dan lees je dagelijks één dag uit het leven van Gesine Cresspahl en volg je het ritme van de tijd tot je op 20 augustus 1968 samen met Marie, Gesine en haar vroegere leerkracht Engels meneer Kliefoth langs de Deense kust wandelt, terwijl Russische tanks in het verre Praag een einde maken aan de droom van de Praagse Lente.

 

Recensie: Jahrestage. Een jaar uit het leven van Gesine Cresspahl. van Uwe Johnson door Wim Michiel

Van Oorschot, Amsterdam, 2020
Vertaald door: Marc Hoogma, met medewerking van Theo Veenhof
ISBN 9789028280441
1599p.

Geplaatst op 31/10/2020

Tags: DDR, Duitsland, Een dag uit het leven van Gesine Cresspahl, Heimat, Holocaust, Jahrestage, Nazi-Duitsland, New York, New York Times, Praagse Lente, racisme, Stasi, Uwe Johnson, Vietnamoorlog, William Faulkner

Categorie: Proza, Recensies

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.