Poëzie, Signalement

Verkrachting komt de poëzie binnen

het leven van sterren

marwin vos

‘[D]it boek gaat over de effecten van seksueel geweld en hoe er in de samenleving vaak met ongeloof op wordt gereageerd’, wordt alvast aangekondigd op de mottopagina van de poëziebundel het leven van sterren (2019) van de Nederlandse dichter marwin vos. Voor verrassingen op het gebied van thematiek zal de lezer dus niet komen te staan, en dat is in dit geval wellicht maar goed ook: de aankondiging fungeert als een content warning voor degenen die de effecten van seksueel geweld zelf ondervinden.

In het leven van sterren beschrijft vos namelijk hoe trauma’s op onverwachte momenten kunnen worden herbeleefd, ‘ze storen je in je slaap’ en ‘trekken je huis uit elkaar’: ‘je hebt waargenomen hoe simpele dingen een bed een schuur / je eigen kamer geheel van karakter kunnen veranderen van het ene / op het andere moment’. De gedichten cirkelen om traumatische ervaringen heen die achteraf nooit volledig in taal te vatten zijn en formuleren een zoektocht naar ‘iets dat altijd blijft’:

je activeert wonden legt scherven uit

zoekt woorden erbij je kijkt de toestand vloeibaar

kun je het zien of ben je te snel?

iets is voorbij voor je het weet

en toch is het er dan weer 

Dit onbenoembare aspect staat in sterk contrast met de manier waarop er over de oorzaak van deze trauma’s gesproken wordt. Het tweede gedicht in de bundel windt er direct geen doekjes om: ‘ook de jongens wilden weg toen ik aan ze voorbij wilde lopen / pakten ze me vast en verkrachtten me’. De eerste regel biedt nog hoop op een veilige afloop, maar door het enjambement komt het tegendeel in de daaropvolgende regel des te harder aan. Die directheid is tekenend voor de gehele bundel: in totaal komt het woord verkrachting (en variaties daarop) 46 keer voor op 109 pagina’s. Iets waarover zo lang en veel gezwegen wordt, moet keer op keer expliciet benoemd worden, suggereren de gedichten. Tegelijkertijd blijkt er ook uit hoe moeilijk het blijft om je uit te spreken. Zo schetst vos in de afdeling ‘rape enters the scene’ een situatie waarin iemand met haar vrienden aan tafel zit ‘en ineens komt een mannenlichaam de situatie binnen // wat gebeurt er dan? je wil net iets zeggen en ineens is verkrachting erbij’.

De urgentie om dit probleem aan te kaarten is dan ook voelbaar in de gedichten. Vos put hierbij uit (recente) gebeurtenissen, zoals de misbruikzaken in de katholieke kerk en in sportclubs, het seksuele geweld tijdens de oudejaarsnacht in Keulen in 2016, de ‘state rape’ van Jyoti Singh Pandey in New Delhi in 2012 en de #metoo-beweging. Hoewel benoemd wordt dat zowel vrouwen als mannen slachtoffer kunnen worden van seksueel geweld, vraagt de bundel in het bijzonder aandacht voor de manier waarop geweld van mannen tegen vrouwen genormaliseerd is. Het draait hierbij om macht: ‘het gaat niet om lust het is bedoeld om meisjes op hun plaats te houden’. De beschreven gebeurtenissen zijn geen losstaande gevallen, want voor vos is seksueel geweld geïnstitutionaliseerd: het is een ‘gegeven dat patronen van / geweld en misbruik institutionele lijnen volgen die persoonlijke // motivaties gebruiken als brandstof’. Ze zoekt naar manieren om deze systematische vorm van onderdrukking zichtbaar te maken, zonder dat ‘je jezelf censureert / of verbergt in bochten wringt bij elke volgende racistische en / seksistische aanval’. Vaak vindt ze haar heil in nieuwe rituelen, zoals bij het volgende voorstel:

je stelt voor om telkens wanneer een geliefde of vriend of vreemde

verkracht wordt jij en je geliefden vrienden en buren het verkrachte

lichaam opnemen en haar dragen over de straten van steden en dorpen

velden we dragen de verkrachte lichamen om wat onzichtbaar blijft

zichtbaar te maken een mars een processie een parade die toont wat

anders geen vorm heeft – kun je het zien?

De noodzaak om niet alleen (de machtsstructuren van) seksueel geweld zichtbaar te maken, maar ook om mensen te activeren er iets aan te doen, doet de vraag rijzen: is dit nog poëzie of eerder een pamflet? Ook het feit dat de ondertitel van het leven van sterren ‘een leesboek over geweld’ (mijn cursivering) is, kan de indruk wekken dat het hier niet in de eerste plaats om gedichten hoeft te gaan. Op deze vorm wordt echter binnen de bundel gereflecteerd via de vele vragen die terloops worden gesteld over de overtuigingskracht van de gedichten: ‘heb je meer voorbeelden nodig? / kom je ooit voorbij deze argumentatieve toon?’ Ook de manier waarop de titel door de bundel wordt verklaard, draait om dit gegeven:

je besluit om zinnen uit bestaande verhalen over geweld in de mond van

sterren te leggen je zou niets hoeven te verzinnen iedereen zou luisteren

en iedereen zou het geloven je gebruikt de namen van sterren om iets

meer los te maken maar op een of andere manier kwam het plan

niet van de grond

 En verderop:

wanneer tijdens een college de feiten en cijfers van mishandeling

worden genoemd komt dat niet echt bij je binnen maar als je hoort dat

de bekende actrice door het geweld doof is geworden ben je onthutst

De bundel onderzoekt op indringende wijze wanneer we echt door iets geraakt worden, welke vorm het beste werkt om iets echt te laten beklijven. In een van de Engelstalige strofes wordt bijvoorbeeld de meerwaarde van poëtische taal benoemd: ‘the poem is poetic / ‘cause it repairs // the mess / other languages made’. Die helende, bezwerende werking van de poëtische taal wordt richting het einde steeds sterker, doordat het ongeloof waarmee de bundel startte, plaatsmaakt voor een krachtig geloof: ‘we geloven wat je zegt we geloven je altijd / je hoeft het niet te blijven herhalen’. Maar ook de beperkingen worden erkend: uiteindelijk kan ‘je’ ‘hooguit in de vorm van een gedicht / een vorm van gedrag als fobisch aanduiden’.

Desondanks blijft het activisme ook tot het einde sterk aanwezig. Zo worden degenen die niet direct de gevolgen van de verkrachtingscultuur ondervinden – die de verkrachting niet kunnen zien – expliciet aangesproken:

we hebben het nodig degenen die haar niet kunnen zien wiens afweer

 

volmaakt is wie het niet raakt omdat het je niet schaadt jou wil ik vragen

de rape aan te raken en dan je kracht die gestoeld is op macht op

 

onderdrukking en profijt zien weglekken

 

als dit pijnlijk is en schaamte oproept dit als een teken zien van de goede

richting en naar de pijn en schaamte toe ademen zacht maken 

Hier richt de ‘ik’ zich direct tot een ‘jij’, maar een groot deel van de gedichten in het leven van sterren is geschreven in een jij-vorm waar op boeiende wijze mee gespeeld wordt, doordat de mogelijkheid tot identificatie met die ‘je’ per gedicht verschilt. In de citaten hierboven blijkt de ‘je’ – naast een afstandelijkere vervanging van het lyrisch ik – soms een slachtoffer, soms een bondgenoot en soms een zwijgende medeplichtige te zijn, waarmee vos de notie van universaliteit blootlegt die vaak achter zo’n ‘je’ schuilt. In het allerlaatste gedicht komen die versies van ‘je’ ten slotte samen en wordt de activistische bal bij alle lezers gelegd: ‘hier zijn de stukken losjes aan elkaar geknoopt / het is nu aan jou’.

Recensie: het leven van sterren van marwin vos door Loranne Davelaar.

het balanseer, Gent, 2019
ISBN 9789079202584
109p.
Meer info: hetbalanseer.be/uitgaven/poezie/leven-sterren-marwin-vos/ p.

Geplaatst op 10/12/2019

Tags: 2019, Loranne Davelaar, marwin vos

Categorie: Poëzie, Signalement

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.