Geschiedenis, Signalement

Culturele keerpunten in het moderne Midden-Oosten

Zwarte golf

Hoe de rivaliteit tussen Saoedi-Arabië en Iran het leven in het Midden-Oosten heeft verwoest

Kim Ghattas

Een van de belangrijkste gevolgen van het werk van de Amerikaanse politicoloog Samuel Huntington (1927-2008) was een nieuw perspectief op en een nieuwe uitvoering van de globale geopolitiek als een botsing tussen beschavingen. Na de val van de Berlijnse Muur, het einde van de Koude Oorlog en het instorten van de Sovjet-Unie draaiden conflicten niet langer primair om ideologie of economie, maar om cultuur. Dit beargumenteerde Huntington in 1993 in zijn artikel ‘The Clash of Civilizations?’ in het tijdschrift Foreign Affairs en in zijn boek The Clash of Civilizations uit 1996 (het vraagteken verdween in de tussenliggende jaren). De belangrijkste botsing op het wereldtoneel zou ontstaan tussen de westerse en de islamitische beschaving, zo voorspelde de politicoloog die tot de éminence grise van de Amerikaanse buitenlandse politiek gerekend werd en als adviseur optrad voor het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Maar hoe zinnig is deze indeling van de wereld langs essentialistische, homogeniserende en tijdloze ideeën over beschaving?

De Libanees-Nederlandse journalist Kim Ghattas laat in Zwarte golf (2020) op een indrukwekkende wijze zien dat het Midden-Oosten vele malen complexer is dan de simpele voorstelling die Huntington ervan geeft. Ghattas zet zich niet expliciet tegen Huntington af, maar stelt in de inleiding en conclusie wel duidelijk dat ze het Midden-Oosten wil beschrijven op een manier die bepaalde geopolitieke analyses en oriëntalistische visies op die regio bestrijdt. Ghattas is geboren en opgegroeid in Beiroet, Libanon, tijdens de burgeroorlog die het land jarenlang in zijn greep hield en in haar historische werk Zwarte golf vraagt ze zich af wat de wortels zijn van het sektarische geweld dat de regio sinds mensenheugenis teistert. ‘Zoekend naar een antwoord op de vraag “Wat is er met ons gebeurd” kwam ik bij het noodlottige jaar 1979 [uit]’, schrijft ze in de inleiding. In dat jaar vonden drie gebeurtenissen onafhankelijk van elkaar plaats die volgens Ghattas de loop van de moderne geschiedenis van het Midden-Oosten hebben bepaald: de Iraanse revolutie, de belegering van de Grote Moskee in Mekka door Saoedische religieuze fanatici en de inval in Afghanistan door de Sovjet-Unie.

Over de revolutie in Iran zijn vele boeken geschreven en veel mensen kennen het verhaal, maar toch weet Ghattas het boeiend en diepgaand te beschrijven. De Sjah vluchtte begin 1979 voor de opstand van een melange van radicale islamisten, leninistische marxisten, nationalisten en anderen die vooral bijeen werden gehouden door hun afkeer voor het door de Amerikanen ondersteunde regime van de Perzische dictator. Uiteindelijk wist de groep onder leiding van ayatollah Khomenei de macht te grijpen en kondigde die laatste de Islamitische revolutie af, met als doel alle aspecten van de maatschappij om te vormen naar zijn fundamentalistische idee van de sjiitische islam.

De islamitische omwenteling in Saoedi-Arabië is echter minder bekend en was, zoals Ghattas het formuleert, ‘een islamitische revolutie […] die vrijwel onopgemerkt is gebleven’. Op de vroege morgen van 20 november 1979 gijzelden honderden salafistische moslims de aanwezigen in de Grote Moskee, die daar waren voor het ochtendgebed. Ze probeerden zo het Saoedische koningshuis tot aftreden te dwingen, een regime dat naar hun mening te ver was afgedwaald van de enige juiste interpretatie van de islam. Uiteindelijk werd de gijzeling (met onder andere de hulp van Franse commando’s) beëindigd, met een bloedbad in de heiligste plek van de islam tot gevolg. Als reactie op deze vernederende vertoning van het Huis van Al-Saoed, dat zich presenteerde als de beschermers van de heilige steden Medina en Mekka, vergrootte de koninklijke familie de invloed van de wahabitische geestelijken, om zo hun legitimiteit te vergroten.

Ghattas laat zien dat de gewapende conflicten die tot op de dag van vandaag pijn en verdriet zaaien in Afghanistan, voor een groot deel terug te leiden zijn naar de inval van de Sovjet-Unie in 1979. De Sovjetleider Leonid Breznjev stuurde het Rode Leger om de instabiele communistische regering in Kabul te helpen in haar strijd tegen islamitische opstandelingen. Deze Afghaanse strijders (tussen de 250.000 en een half miljoen mensen) zijn beter bekend onder de naam moedjahedien en kregen zowel openlijke als geheime steun uit het buitenland: de Verenigde Staten maakten drie miljard dollar over aan de groep en de Saoedi’s verdubbelden dit bedrag. Afghanistan werd een slagveld in de Koude Oorlog waar in totaal 35.000 vrijwillige Arabieren vochten in de strijd tegen de ongelovigen. De oorlog werd het Vietnam van de Sovjet-Unie. Een van de jihadistische vrijwilligers werd op 11 september 2001 plotsklaps een van de bekendste mensen op aarde, Osama Bin Laden.

Door de gebeurtenissen in 1979 overspoelde een golf van islamisering de regio, een ontwikkeling die Ghattas minutieus en overtuigend weergeeft. Waar vrouwen voorheen in rokken door Teheran liepen en naar de muziek van Led Zeppelin luisterden, werd toen de hidjab dominant. Khomeini was geen fan van muziek, want, echode hij een citaat van Marx, ‘dat verschilt niet van opium’. Iran en Saoedi-Arabië botsten (vaak figuurlijk, maar soms ook letterlijk) omdat beide landen aanspraak maakten op de titel ‘hoeder van de ware islam’. Ze exporteerden hun religieuze dogma’s met behulp van onderwijs, geld en wapens naar groepen in de regio en destabiliseerden zo landen als Egypte, Syrië en Libanon. In al deze landen maakten de machthebbers ook gretig gebruik van de mogelijkheden die de identitaire islam bood om de aandacht af te leiden van andere economische en sociale problemen.

In een adembenemende vaart neemt Ghattas de lezer mee door vierhonderd pagina’s culturele en intellectuele geschiedenis van het Midden-Oosten. Ze reist door de regio, van Egypte in het westen tot Pakistan in het oosten, en legt tot op een zeer gedetailleerd niveau uit hoe conflicten over de juiste religieuze interpretatie, gecombineerd met nationalisme en miljarden oliedollars, de samenlevingen van die landen hebben veranderd. Om de veranderingen te illustreren, laat ze mensen aan het woord die daar leefden en gebruikt ze hun ervaringen om het verhaal kleur te geven. In ieder land vindt Ghattas een man of vrouw die is opgegroeid in het kleurrijke, diverse Midden-Oosten van de jaren 60 en 70 en die de intolerantie en onderdrukking heeft zien toenemen. Met haar beschrijving van de personen en gebeurtenissen laat Ghattas zien dat ze naast een goede en secure journalist ook een bedreven verhalenverteller is.

Zwarte golf is zo gedetailleerd, zo rijk aan verhalen, er staan zoveel voorbeelden in van botsingen over de verschillende religieuze en culturele interpretaties van de islam, dat het onmogelijk is om vol te blijven houden dat het Midden-Oosten één grote islamitische beschaving is. En wie verder kijkt dan enkel de islam, ziet ook de vele religieuze en etnische minderheidsgroepen, zoals de Druzen in Syrië en Libanon of de Koerden in verschillende landen, waardoor het idee van een homogeen cultureel gebied nog vreemder lijkt. Hiermee kunnen we concluderen dat dit boek de definitieve doodsteek is voor Huntingtons manier van denken over de botsing der beschavingen. Of toch niet?

De crux zit in Huntingtons hypothese wat de belangrijkste oorzaak van conflict is: niet langer economie of ideologie, maar cultuur. Ghattas accepteert deze verandering als een gegeven, door haar analyses enkel te richten op de strijd rond culturele en religieuze kwesties. Ze laat zien dat cultuur niet onveranderlijk is en verwerpt zo het essentialisme van Huntington, maar accepteert wel zijn primaat van de cultuur. Ze heeft weinig tot geen oog voor structurele economische hervormingen die vanaf de jaren 70 in veel Arabische economieën plaatsvonden (in lijn met de neoliberalisering die in die tijd begon) en het instorten van het Arabisch nationalisme van Nasser cum suis. Wie de legitimiteit van de politieke islam wil begrijpen, moet ook kijken naar hoe het voorgaande grote verhaal in een crisis terechtkwam: door de Arabische nederlagen tegen Israël in de oorlogen van 1967 en 1973 en de economische stilstand raakte het moderniseringsproject in het slop. ‘In het hele Midden-Oosten raakten diverse schakeringen van de linkse politiek in vergetelheid: progressief, seculier, socialistisch of nationalistisch,’ stelt Ghattas. Helaas helpt haar boek niet bij het verhelpen van deze amnesie.

‘Het gaat in de media over oorlog en dood,’ stelt Ghattas, ‘maar de regio leeft ook, met muziek, kunst, literatuur, theater, sociaal ondernemerschap, engagement, bibliotheken, cafés, boekhandels, poëzie en nog veel meer.’ Inderdaad, cultuur is belangrijk, maar spreken over het belang van sociaal ondernemerschap terwijl in Egypte 32 procent van de bevolking (die in totaal bijna 100 miljoen mensen beslaat) in armoede leeft is, op zijn zachtst gezegd wrang. De Franse economen Facundo Alvaredo, Lydia Assouad en Thomas Pikkety kwamen in 2018 tot de conclusie dat het Midden-Oosten economisch gezien het meest uit balans is van alle regio’s in de wereld: de rijkste tien procent van de bevolking vergaarde in de periode tussen 1990 en 2016 64 procent van het inkomen. Ghattas rapt echter met geen woord over dit soort cijfers in Zwarte golf.

Economische verhoudingen zijn zeker niet het alfa en omega van een maatschappij, maar het bijna geheel negeren van deze factoren is het andere uiterste. Politieke economie en cultuur zijn geen gescheiden sferen, maar twee domeinen die elkaar beïnvloeden. Een analyse waar het ene of het andere ontbreekt, zal altijd mankementen bevatten. Ghattas schreef een verrijkend en gedetailleerd boek over de culturele geschiedenis van het Midden-Oosten van de laatste veertig jaar. Hopelijk verschijnt er binnenkort een vervolg van haar hand, over wat er op politiek-economisch gebied gebeurde in die regio in die tijd. Dan kan The Clash of Civilizations definitief worden bijgezet in het archief met ‘achterhaalde ideeën’.

Recensie: Zwarte golf van Kim Ghattas door Teun Dominicus.

Nieuw Amsterdam, Amsterdam, 2020
Vertaald door: Irene Paridaans en Joost Pollmann
ISBN 9789046827130
448p.

Geplaatst op 16/11/2020

Tags: Kim Ghattas, Midden-Oosten, Samuel Huntington, Teun Dominicus

Categorie: Geschiedenis, Signalement

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.