Proza, Recensies

Beklemming in het weeshuis

Kleine handen

Andrés Barba

Sinds Andrés Barba in 2017 de prestigieuze Premio Herralde de Novela-prijs kreeg voor zijn Republica Luminosa, is de Madrileense schrijver ook buiten het Spaanse taalgebied aan een steile opgang bezig. Bij uitgeverij De Bezige Bij, die al in 2003 zijn roman Het zusje van Katia in vertaling uitbracht, verscheen na Republiek van licht dit voorjaar nu ook Kleine handen, een novelle uit 2008.

Voor wie zijn eerdere (of latere) werk gelezen heeft, zal ook in dit boekje de signatuur van Barba duidelijk herkenbaar zijn. Opnieuw verdiept de schrijver zich in de leefwereld van kinderen, en opnieuw levert dat allerminst zeemzoete onschuld op. In Republiek van licht laat Barba tweeëndertig zwerfkinderen een stad in Midden-Amerika terroriseren en er gaandeweg hun eigen wetten opleggen. In Kleine handen zijn het ook de kinderen die hun eigen regels maken, maar dit keer binnen de setting van een statig meisjesweeshuis op een niet-gespecifieerde plek in Spanje.

Wees

De hoofdpersoon, Marina, is zeven jaar oud en heeft haar ouders verloren bij een auto-ongeluk. ‘Mijn vader was op slag dood en mijn moeder overleed in het ziekenhuis’ – ze heeft geleerd het ongeval, waaraan ze zelf een groot litteken op haar schouder heeft overgehouden, in die woorden samen te vatten. Niet alleen het ongeval, maar in zekere zin ook zichzelf. Ze heeft geleerd die ‘volle, onbegrijpelijke woorden […] zonder emotie’ uit te spreken.

Barba bouwt het verhaal op in drie delen. Eerst maken we kennis met Marina. De feiten van het ongeval passeren, de revalidatie in het ziekenhuis. Op een dag neemt een psychologe een kleine pop met plastic ogen voor Marina mee, waarvan het meisje later – ‘als een openbaring’ – weet of zegt dat ze Marina heet, net als zijzelf. Dan verhuist ze naar het weeshuis, een plek – een woord – waarvan ze zich geen enkele voorstelling kan maken. De andere meisjes zijn op daguitstap; Marina leest hun namen op de laden in de slaapzaal.

Het tweede deel beschrijft het leven in het weeshuis, en de vaak moeizame relatie van aantrekken en afstoten tussen nieuwkomer Marina aan de ene kant en het al gevormde collectief van meisjes aan de andere. Marina speelt de fascinatie die haar litteken oproept uit, en komt erachter dat ze status kan verwerven als ze op een dag plots weigert te eten.

Het derde deel is voorbehouden voor ‘het spel’. Omdat haar pop inmiddels door de andere meisjes is gestolen, vernield en begraven, bedenkt Marina een heel eigen versie van een poppenspel: een rollenspel dat ’s avonds wordt gespeeld, na bedtijd, en waarbij de meisjes elkaar op intieme wijze leren kennen. Met dit spel verandert de dynamiek binnen het weeshuis ingrijpend (en ‘de gevolgen [daarvan zijn] niet te overzien’: vermeldt de achterflap van de vertaling).

De taal voor de stem

Barba’s proza is (ook in deze mooie vertaling) beheerst en afgemeten, tegelijk sober en poëtisch. In zijn dankwoord bekent hij dat hij de novelle vele malen heeft herschreven. Het is inderdaad niet moeilijk je dat voor te stellen. Zijn zwoegen lijkt in elk geval te hebben bijgedragen aan de compactheid van de roman, waarin veel aan de verbeelding wordt overgelaten en er, ondanks de vele ritmische herhalingen, geen woord te veel is geschreven. Barba onthoudt zich vrijwel volledig van anekdotiek en plaatsbeschrijvingen, waardoor de weinige details die wel worden gegeven – zoals de ‘roodharige clown bij de deur met een schoolbord op zijn buik’ – meteen een hele wereld scheppen.

Barba vertelt zijn verhaal ‘vanuit’ de meisjes. In Kleine handen geeft hij hun gedachten weer zonder ‘in hun huid te kruipen’. De verteller hangt wel degelijk nog boven de personages waarover hij verhaalt. Vanaf het tweede deel wisselt het perspectief tussen dat van Marina enerzijds en dat van de meisjes (geschreven in de wij-vorm) anderzijds. Barba probeert echter niet in de taal vande kinderen te spreken. In een interview wijst hij erop dat jonge kinderen inderdaad vaak niet in staat zijn om complexe gedachten onder woorden te brengen, maar dat we daarom niet mogen besluiten dat ze die gedachten, die vaak contradictorisch kunnen zijn, niet hebben. Schrijven in een kinderlijke taal is daarom een soort reductie van de werkelijkheid – om een zo realistisch mogelijk beeld te kunnen schetsen, moest de auteur zich dus tot een voor kinderen onrealistisch taalregister wenden. Het is misschien wel Barba’s grootste verdienste dat hij erin is geslaagd om deze taal te vinden – een taal die prikkelend en literair is, en in geest toch aansluit bij de wereld van de kinderen.

Macht en kwetsbaarheid

In recensies van Barba’s boeken kom je bijzonder vaak de woorden onschuld, macht en wreedheid tegen. Inderdaad zijn die begrippen zeker ook met betrekking tot Kleine handen relevant. Er wordt gepest, uitgesloten en aan haren getrokken. Vaak gebeurt het als het ware onvoorzien: ‘geweld drong soms het spel binnen, alsof het door een barst naar binnen glipte, en maakte Marina bang om te beginnen.’

Toch is vooral het begrip macht cruciaal om Kleine handen te begrijpen. Wreedheid – vreemd genoeg juist te begrijpen in relatie tot onschuld – is van die macht eerder een bijproduct. In de complexe relatie tussen Marina en de meisjes, waarin nieuwsgierigheid en verlangen gepaard gaan met status en groepsdynamiek, speelt macht een belangrijke rol. Waar de meisjes – de gevestigde orde – zich bedienen van actieve, meer klassieke machtsmiddelen als beledigingen, pesterijen en geweld, moet Marina andere strategieën vinden. Ze lijkt het meeste invloed te verwerven als ze ervoor kiest om dingen niet te doen: om niet te vertellen over haar familie-uitjes naar Disneyland Parijs, om niet te eten, om zo lang mogelijk niet te zeggen hoe het spel dat ze voor ogen heeft gespeeld zal worden. Marina krijgt de meisjes in haar macht, maar manoeuvreert zich gaandeweg in de meest kwetsbare positie. Barba schetst het gevaar van die dynamiek op het moment waarop Marina besluit niet langer te eten. Alleen achtergebleven in de eetzaal, herkent ze in de spiedende blikken van de meisjes door het raam hun ‘eerste echte daad van liefde’ – en daarmee haar eigen succes:

‘Zoals altijd, zoals bij elke daad van liefde, is ook deze zo dwingend en urgent dat ze zich steeds meer vastbijt in haar besluit, om zo de door haar opgewekte liefde veilig te stellen. Als ze oneindig lang door zou gaan met haar gedrag, zou Marina hetzelfde overkomen als veel geliefden: uiteindelijk zou ze afhankelijker zijn van haar gedrag dan van de achterliggende behoefte; ze zou erin verstrikt raken, alleen daar nog oog voor hebben en het op een obsessieve manier moeten herhalen.’

Ontroerend onvermogen

Het fragment hierboven laat mooi voelen hoe, te midden van de beklemming die van in het begin onder iedere zin sluimert, het verlangen naar liefde van elk van deze meisjes een centraal thema is in het verhaal. Zonder uitzondering moeten ze vreselijke dingen hebben meegemaakt; zonder uitzondering zoeken ze naar liefde en geborgenheid. Een weeshuis functioneert echter heel anders dan een klein gezinnetje.

Ontroerend is dan ook hoe Barba het onvermogen van de meisjes voelbaar weet te maken. Vandaar de wispelturigheid, de pesterijen, het afpakken, het uiteenrijten en begraven van de pop – de wreedheid. En vandaar, vooral, ‘het spel’. Iedere avond verzamelen de meisjes zich rond het bed van Marina, en wachten ze vol spanning tot zij een beslissing maakt. Altijd kiest Marina wie de pop moet zijn, het uitverkoren meisje moet die rol zo consequent mogelijk vervullen – dus met volledige ontspanning en totale overgave, terwijl de anderen met haar spelen. In hun zoektocht naar omwegen om aangeraakt te worden en elkaar hun geheimen toe te fluisteren, is het de verbeelding die de meisjes te hulp schiet. Binnen het kader van een fantastisch narratief worden een kwetsbaarheid en een overgave mogelijk die daarbuiten te bedreigend blijken te zijn. Niet voor niets schamen de meisjes zich de dag nadien over wat ze ’s nachts hebben gespeeld. En zo laat Kleine handen zien hoe die verbeelding zowel levensnoodzakelijk als gevaarlijk is.

Belofte van een plot

De verbeelding van de kinderen is gevaarlijk omdat, zoals op de achterflap van het boek ook al wordt weggegeven, het spel uiteindelijk misgaat. Zelf was ik echter best tevreden dat ik dat zinnetje op de achterflap over de ‘niet te overziene gevolgen’ ervan pas achteraf gelezen heb. Dat wil zeggen, ik had tijdens het lezen ruim genoeg aan kijken hoe het verdergaat, eerder dan: waarnaartoe? De beladen toon, het onderwerp, de dynamiek van de sociale situatie – ze houden de boog hoe dan ook gespannen. In die mate zelfs dat de grote wending aan het eind in feite weinig toevoegde.

Misschien had de Nederlandse uitgever kunnen nalaten om in de flaptekst zo nadrukkelijk in te zetten op de belofte van een plot. En misschien had Barba wel wat minder met een spectaculair slot in zijn hoofd kunnen zitten. Je kan het je afvragen: heeft een verhaal dit einde nodig, opdat het verteld mag worden? En als dit boek omwille van het wisselende perspectief ook een soort dialoog is tussen een collectief en een indringer, betreft het dan geen voorbeeld van een situatie die bijzonder specifiek, maar in weeshuizen ook recurrent is? Zou het dan over dit leven in het weeshuis niet meer te vertellen hebben met, uiteindelijk, de introductie van een nieuw nieuw meisje?

Kleine handen is een mooi en talig kunstwerkje, dat enkele boeiende inzichten aanreikt en een plezier is om te lezen. Maar het is vermoedelijk niet het boek dat nog heel lang zal blijven nazinderen. Al kan het ook wat dat betreft nog steeds verrassen.

 

Recensie: Kleine handen van Andrés Barba door Lennert De Vroey

De Bezige Bij, 2020

Geplaatst op 07/09/2020

Tags: adrés barba, kleine handen, lennert de vroey, marina, republiek der licht, republiek van licht, weeshuis

Categorie: Proza, Recensies

Reacties

  1. Irene

    Mooie recensie! Ter aanvulling: het boek is vertaald door Jos Kockelkoren en Irene van de Mheen

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.