Liefde, geen onmogelijk verlangen

Liefde. Een onmogelijk verlangen?

Dirk De Wachter

Het moet geen gemakkelijke opgave zijn geweest om een boek te schrijven over zo’n fundamenteel onderwerp als ‘de liefde’. Dat blijkt al uit de ondertitel – ‘een onmogelijk verlangen?’, geformuleerd als open vraag – en uit het voorwoord, waarin psychiater-psychotherapeut Dirk De Wachter (1960), duidelijk maakt dat hij slechts kan proberen om die liefde ‘te naderen en aan te raken’. Hij sluit zijn inleidende woorden af met een soort verontschuldiging: ‘Meer kan ik niet. Echt niet.’

Toch is wat volgt geen lang uitgesponnen gedachtegang waarin de twijfel domineert, maar veeleer een weloverwogen en genuanceerde reflectie over wat liefde kan, mag en ook wel zou moeten zijn. De Wachter beschouwt zijn onderwerp vanuit een hedendaags perspectief. Kan er nog zoiets bestaan als een duurzame liefde in een tijd waarin duurzaamheid een zeldzaam goed geworden is? Heeft de liefde, die altijd en per definitie ongrijpbaar is, nog wel een bestaansrecht in een wereld waarin alles als maakbaar wordt voorgesteld? Mag de liefde nog gedefinieerd worden als iets wat onaf is en niet perfect, in tijden waarin geluk en voldoening alleen maar in absolute termen worden aangeprezen?

Liefde. Een onmogelijk verlangen? pleit ervoor al deze vragen positief te beantwoorden. De laatste tijd vielen hier en daar al gelijkaardige geluiden te horen: geregeld wordt in de media bericht over de ‘nieuwe generatie jongeren’, die zich zou afkeren van een op hol geslagen maatschappij en bewust kiest voor gematigdheid en gezinsgeluk in plaats van kicks en carrière (zie bijvoorbeeld de vierdelige reeks ‘Generatie NU’ over de twintigers van vandaag in De Morgen).

Hoewel dit boek kan worden gelezen als een paternalistisch en nostalgisch verlangen naar vroegere tijden, wil de auteur geen belerende vinger opsteken: ‘Laten we dus niet te moralistisch zijn over de uitgangspunten van relaties’. Hij is zich ook goed bewust van het risico om een te eenzijdige visie op ‘de liefde’ naar voren te schuiven: veel hoofdstukken sluiten af met een verwondering over hoe, tegen alle bespiegelingen in, de meest onmogelijke liefdes toch kunnen bestaan. In die passages is duidelijk de psychiater aan het woord die spreekt vanuit de praktijk. Aan de hand van concrete voorbeelden en gereconstrueerde dialogen laat hij ons keer op keer zien dat die liefde inderdaad niet te vatten valt in een beschouwend discours of een bespiegeling achteraf. De werkelijkheid ontsnapt aan elke veralgemening:

En toch. Terwijl ik dit schrijf, denk ik aan de uitzonderingen op de regel. Aan verborgen liefdes, minnaars, afstandsrelaties en allerlei ongewone constructies die toch erg waarachtig en vervullend zijn. Zo lijken al mijn uitspraken die de liefde willen afbakenen, tegelijk hun tegendeel te tonen.

Is het mogelijk om op een niet-veralgemenende manier over die liefde te schrijven? Zeker, dat is namelijk precies wat er gebeurt in vele werken uit de wereldliteratuur. Via een particulier verhaal, aan de hand van concrete personages, proberen schrijvers iets universeels te laten oplichten van alle mogelijke existentiële onderwerpen die vaak de drijfveer van hun schrijverschap uitmaken: liefde en haat, leven en dood, spiritualiteit en seksualiteit.

Voor Milan Kundera bijvoorbeeld, die De Wachter af en toe citeert, is de romankunst niets anders dan een langgerekte ‘méditation existentielle’, een kritisch onderzoek naar één bepaald thema waarbij de schrijver geen oordeel velt, maar enkel een reeks van mogelijke werelden voorstelt in de vorm van een romaneske constructie. Ook in Liefde. Een onmogelijk verlangen? zijn de literatuur en de kunst zichtbaar aanwezig: het discours wordt vergezeld van talrijke citaten en reproducties van schilderijen en tekeningen. Maar juist omdat ze als losstaand citaat worden tussengevoegd, vervullen ze dezelfde functie als de tekst van De Wachter: de literatuur en de kunst verschijnen hier evenzeer als algemene overpeinzingen, als abstracte gedachten, als losse illustraties van de hoofdtekst. De betoogtrant van die hoofdtekst is dan wel meeslepend – in die mate zelfs dat de liefde inderdaad op sommige momenten wordt ‘benaderd’ – maar op andere momenten wordt diezelfde liefde ook ‘omzwachteld’. In dat geval verschijnen de woorden (enkel) als woorden, die door hun vormelijke schoonheid eerder als een vorm van troost of zelfs als vlucht fungeren, weg van de ongemakkelijke boodschap die de auteur eigenlijk wil brengen.

Die ongemakkelijke boodschap bestaat uit een ‘pleidooi om een beetje ongelukkig te zijn’. Dat is een bewuste provocatie naar de wijdverbreide geluks- en genotcultuur, waar De Wachter genadeloos op inhakt. Hij is duidelijk:

Als je kleine problemen niet kunt aanvaarden, stapelen ze zich op tot een grote berg die je ten slotte overspoelt. Van tijd tot tijd een beetje ongelukkig zijn houdt het grote ongeluk weg. Dat impliceert: het verlangen naar heel veel geluk temperen en het ongeluk en het verdriet (leren) aanvaarden, onder ogen zien.

Hier spreekt de psychiater rechtstreeks tot de lezer. Die directe aanpak zien we ook al in Borderline times. Het einde van de normaliteit (2012). Uit beide boeken blijkt de noodzaak van een psychiater die dagelijks geconfronteerd wordt met psychisch lijden om het woord te nemen, en zich (weliswaar via een ander medium – niet de private spreekkamer maar het publieke boek – maar nog steeds in de hoedanigheid van psychiater) tot iedere lezer te richten, en niet alleen tot de ‘patiënt’. In Borderline times werd het onderscheid tussen ‘patiënt’ en ‘niet-patiënt’ al op de helling gezet, en met het onderwerp van dit nieuwe boek mag het duidelijk zijn dat iedereen zich door de boodschap mag aangesproken voelen. ‘Laat het [boek] mensen samenbrengen en laat het gedeeld worden, over alles heen’.

Toch zou het ook boeiend zijn indien De Wachter een omgekeerd perspectief had ingenomen: in plaats van een betoog waarin éérst de arts spreekt met een visie die vertrouwen inboezemt en in tweede instantie de weifelende mens opduikt, een aarzelende getuigenis waarin de twijfel de boventoon voert. Voor een psychiater is het vast moeilijk om een evenwicht te vinden tussen bakens aangeven enerzijds en onzekerheden aanwijzen anderzijds, zowel in de spreekkamer als achter de schrijftafel. Hoezeer kan je je eigen overtuiging doordrukken, zonder intimiderend over te komen? In welke mate kan je je eigen twijfel uitspreken, zonder aan je rol van hulpverlener te verzaken? In wat De Wachter zelf een cruciale passage van zijn boek noemt, onderstreept hij de fundamentele rol van humor in een relatie:

Humor lijkt mij misschien nog wel de meest essentiële voorwaarde voor de ware liefde. Hoe kunnen we dit absurde bestaan, met zijn vaak onbegrijpelijke verloop, samen in een lach vatten? Hoe kunnen we, zonder cynisme, het verdriet van de wereld op tijd in geestigheden verlichten?

Wellicht volstaat het inderdaad niet om te weten wat er schort aan de huidige, wijdverspreide maar onrealistische visies op de liefde om die liefde als ‘noodlottige genade’ (terug) te vinden – het komt eropaan om de sprong te kunnen maken naar een manier van leven waarin we dat weten in de praktijk kunnen omzetten, en misschien kan humor hierbij helpen. Ludwig Wittgenstein schreef ooit dat de zin van het leven niet bestaat in een zoektocht naar de ultieme waarheid of een verlossend, definitief antwoord – alsof je je naar de liefde toe of van het ongeluk weg zou kunnen redeneren –, maar de zin bestaat erin zodanig te leven dat die hele zinvraag wordt overstegen en als overbodig wordt ervaren.

Is liefde een onmogelijk verlangen? Het slotcitaat van Michel Houellebecq, die nochtans niet verdacht kan worden van een naïef-romantische kijk op de wereld, bewijst dat De Wachter geen pessimist is. Houellebecq schudt de lezer eerst wakker door woorden te kiezen die een radicale twijfel en reserve uitdrukken ten aanzien van die universele en eeuwenoude liefde, maar hij laat er tegelijk geen twijfel over bestaan dat dat verlangen niet onmogelijk is: ‘Pourtant, dans certains cas, extrêmement rares, presque miraculeux – mais cependant indiscutablement attestés – cela pouvait arriver. Et c’était la chose la plus heureuse qui puisse vous arriver sur la Terre.’ Misschien is dat wel het opmerkelijkste aan dit boek: dat een psychiater, een mens die dagelijks geconfronteerd wordt met lijden en ongeluk, toch nog een rotsvast geloof weet te behouden in de mogelijkheid van de liefde.

Links

Lannoo Campus, Leuven, 2014
ISBN 9789401421331
111p.

Geplaatst op 20/01/2015

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.