Michelle Martin als buikspreekpop

De vrouw die de honden eten gaf

Kristien Hemmerechts

De hoofdpersoon uit Kristien Hemmerechts’ nieuwe roman De vrouw die de honden eten gaf heet Odette, maar is eigenlijk Michelle Martin. Dat kan men afleiden uit de titel: die verwijst naar het historische feit dat Martin de honden van haar man Marc Dutroux voerde terwijl ze wist dat in de kelder van hetzelfde huis twee meisjes gevangen zaten. Op het omslag lezen we bovendien dat de schrijfster het boek geschreven heeft naar aanleiding van de vrijlating van Martin in de zomer van 2012 en de hectiek die ontstond toen bekend werd dat de kloosterzusters van Malonne deze vrouw wilden opnemen. Hemmerechts heeft er veel aan gedaan om de controverse te voeden. Roemrucht is de foto op de cover van Humo, waarop de gezichten van Martin en Hemmerechts in elkaar overlopen.

In België leidde het verschijnen van dit boek tot een verhitte discussie over de vraag of Hemmerechts niet een al te menselijk beeld geeft van een vrouw die we eigenlijk moeten zien als een duivelse psychopaat. Paul Marchal, de vader van een van de door Dutroux vermoorde meisjes, verweet de schrijfster dat Martin veel menselijker wordt neergezet dan ze in werkelijkheid is, waardoor het boek gelezen kan worden als een apologie. Voor de vader is een psychopaat een psychopaat, voor Hemmerechts is zij ‘helaas menselijk’. Hemmerechts schreef het boek naar eigen zeggen vooral omdat ze wilde begrijpen hoe iemand tot zo’n gruwelijke daad komt.

In Trouw verdedigde publicist Rik Torfs Hemmerechts door te stellen dat kunst bij uitstek geschikt is om misdadigers een menselijk gezicht te geven:

Kunst is geen geruststellend ornament. Zij probeert binnen te dringen in de diepste meanders van de menselijke ziel. Kunst laat de kwade kanten van de menselijke natuur zien, zonder die goed te praten. En ontdoet de goede kanten van het laagje vernis dat ze een indruk van beschaving verschaft.

Dat is mooi gezegd, maar het is ook nogal gemakkelijk. Laat Hemmerechts in deze roman inderdaad ‘de kwade kanten van de menselijke natuur’ zien? En dringt zij binnen in ‘diepste meanders van de menselijke ziel’? De vrouw die de honden eten gaf maakt duidelijk dat literatuur niet vanzelfsprekend in staat is om door te dringen tot de menselijke ziel. Hemmerechts doet een intrigerende, goed geschreven poging, maar wel een die mislukt.

Laat ik vooropstellen: natuurlijk mag Hemmerechts schrijven over Michelle Martin. Dat is nu eenmaal de vrijheid van de literaire schrijver. Bovendien vind ik het toe te juichen als hedendaagse schrijvers de roman willen gebruiken om na te denken over de grote trauma’s van onze eigen tijd. Maar de keuze voor zo’n onderwerp brengt wel een verantwoordelijkheid met zich mee. Het verwijt dat hier vooral sprake is van sensatiezucht ligt namelijk al snel op tafel. Nu is dat een verwijt dat iedere schrijver te horen krijgt die actuele onderwerpen tot romanstof maakt. Maar in dit geval versterkt de grootse mediacampagne direct na verschijnen van het boek het ongemakkelijke gevoel dat het Hemmerechts heel goed uitkwam om op gevoelige tenen te trappen.

Je kunt daar tegenoverstellen dat Hemmerechts met deze roman probeert om een nieuwe interpretatie te geven van de gebeurtenissen rondom Dutroux en Martin. De vrouw die de honden eten gaf wordt op de omslag weliswaar een ‘roman’ genoemd, maar dat Hemmerechts op een paar aanpassingen na getrouw de feiten van de zaak-Dutroux volgt maakt het een roman die aanschurkt tegen non-fictie. De roman zou dan gelezen moeten worden als een essay in fictionele vorm. Het boek is opgezet als een ik-vertelling, waarbij tegenwoordige tijd en verleden tijd elkaar afwisselen. Soms maken we kennis met Odette die in gevangenschap nadenkt over het aanbod om het klooster in te gaan, dan weer lezen we haar gedachten over het leven met M – zoals Dutroux in deze roman steevast wordt aangeduid. De lezer wordt door de constante (innerlijke) monoloog gedwongen mee te denken met het personage. Dat werpt de oncomfortabele vraag op in hoeverre je je met deze vrouw kunt en wilt vereenzelvigen. Het feit dat Odette eigenlijk Martin is zorgt ervoor dat het lezen van dit boek iets ongemakkelijks krijgt.

Het romaneske zit hem vooral in de gedachtestroom die Hemmerechts het personage ingeeft. Zo filosofeert Odette het hele boek door over Geneviève Lhermitte, de vrouw die in 2007 haar vijf kinderen vermoordde. Odette vraagt zich keer op keer af waarom niet deze moordenares-moeder de gehaatste vrouw van België is, maar zijzelf. Een belangrijk thema in Odettes poging om haar daden voor zichzelf te verantwoorden, is dat ze er alles aan deed om haar eigen kinderen te beschermen. Met deze nadruk op het moederschap projecteert Hemmerechts haar eigen thematiek op Martin. De relatie tussen Odette en haar moeder is tamelijk complex. Na de dood van haar man komt de moeder in een voor het kind verstikkend rouwproces terecht. De moeder van M wordt beschreven als een onverschillige en gewelddadige vrouw die haar kinderen beschadigd heeft. En Odette zelf probeert te leven met haar eigen grotendeels mislukte moederschap.

Zo nu en dan krijgt de gedachtestroom van Odette tegenwicht doordat ze ons uitspraken laat horen van Zuster Virginie, die zich naar het voorbeeld van Maria ‘als een moeder’ over Odette ontfermt. Of van Anouk, de psychologe die Odette behandelt en haar leert om opnieuw een sterke vrouw te worden, maar die haar zo ook uitdaagt om de verantwoordelijkheid voor haar daden op zich te nemen. Die aansporing is hard nodig. Want tijdens het lezen van Odettes relaas vol zelfbeklag moet je als lezer wel blijven beseffen dat je de woorden leest van een vrouw die twee kinderen in een kelder liet verkommeren. Als het aan Odette zelf ligt, dan heeft ze niets anders gedaan dan de bevelen opvolgen van M. Als kind was Odette de slavin van haar moeder. Ze ontvluchtte die gevangenschap door in de armen te lopen van de sterke en zelfbewuste M – een bevrijding die haar regelrecht naar de hel leidde.

Aan het einde van haar relaas beweert ze dat ze ‘alles’ verteld heeft. ‘Mijn geheugen heb ik gepijnigd om geen detail over te slaan. Ik besefte dat ik de waarheid moest zeggen.’ Ze heeft het dan over het verhaal dat ze verteld heeft aan de onderzoeksrechters, magistraten en psychologen die haar hebben bevraagd over de kwestie. Ze heeft daarbij duidelijk willen maken dat ook zij een slachtoffer van M was:

Er waren geen opdrachtgevers, en ook geen netwerken. Er was geen bescherming van hogerhand. Ik had het wel fijn gevonden als wij bescherming hadden genoten. Helaas. Er was alleen M. En vriendjes van hem die onder zijn knoet leefden omdat ze verslaafd waren aan dit of dat wat hij kon verschaffen. En ik was er, zijn slavin.

In deze passage laat Hemmerechts Martin expliciet de verklaring van Dutroux voor het gerecht tegenspreken als zou hij maar een radertje in een systeem zijn. In dit boek – vanuit het perspectief van Odette – vertegenwoordigt M in zijn eentje het kwaad.

Want dat is de vraag die dit boek opwerpt: lukt het Hemmerechts om via de literatuur iets te begrijpen van het kwaad waarvoor Dutroux en Martin verantwoordelijk zijn? Daarin is het beeld van M natuurlijk cruciaal. Dat beeld is in dit boek heel dubbel. Aan de ene kant wordt hij beschreven als een kleinburgerlijke sjacheraar, die de hele dag rondrijdt in zijn gammele busje om te kijken of er nog ergens iets te verdonkeremanen valt. In zijn tirannieke gierigheid deed hij me denken aan vader A.W. Gijsselhart uit Frans Kellendonks Mystiek Lichaam (1986). Ook dat is een klein mensje dat zich in zijn eigen koninkrijk de grote leider waant. In Hemmerechts’ roman is Dutroux de tiran die Martin met fysiek geweld en met geestelijke chantage aan zich onderwierp. Hij was zo gewelddadig omdat hij, zoals hij het in het boek een paar keer expliciet zegt, ‘niets voelt’ – zelfs niet als Odette hem dan eindelijk zijn volgens haar zo felbegeerde dochter bezorgt.

En M is natuurlijk seksverslaafd. ‘Het enige wat M interesseerde was zijn penis.’ De oorzaak daarvan ligt in zijn verleden. De ouders van M hebben lange tijd in Congo gewoond, waar de moeder zich vergreep aan haar jonge zwarte leerlingen en waar de vader zich onderhield met zijn ‘Afrikaanse prinsesjes’. Daar leerde M dat vrouwen er zijn om macht over uit te oefenen en om seks mee te hebben. Dat M’s gedrag bij de vader vandaan komt, illustreert Hemmerechts met de scène waarin de vader voor het eerst bij kleinzoon Gilles komt kijken en kennismaakt met zijn schoondochter. M bekogelt haar met nootjes en draagt haar op voor beide mannen cola te gaan halen om te laten zien dat ze ‘goed is afgericht’. Odette beseft dat ze op dat moment weg had moeten gaan: ‘Als het niet alleen in hem zat, maar ook in de vader, dan zat het in zijn bloed, in zijn poriën, zelfs in zijn haar. Het zou alleen maar erger worden. Het zou woekeren en gisten en etteren.’

Odette verdedigt zich door zichzelf neer te zetten als iemand die te zwak was om in opstand te komen. Ze ging niet weg omdat ze haar zoontje Gilles niet bij de twee mannen kon achterlaten. Ze onderwierp zich aan de macht van M en voerde zoals ze zelf zegt ‘bijna alles’ uit wat hij haar vroeg. Dat is een belangrijke opmerking. Er is namelijk één bevel dat ze negeert: M’s opdracht om de in de kelder verborgen kinderen eten te geven. Ze geeft daar onder meer de verklaring voor dat ze niet wist hoe ze dat had moeten doen. Als hij vrij was geweest, had hij haar precieze aanwijzingen kunnen geven, nu waren er te veel vragen. Maar er is ook sprake van simpele ontkenning: ‘Het zal wel waar zijn dat die meisjes in de kelder opgesloten zaten. Iedereen zegt het en M heeft het bekend. Ik heb ze nooit gezien. Ik hield mij daar niet mee bezig.’ Odette had de verantwoording over haar kinderen. Dit kon ze er niet bij hebben.

Het beeld dat Hemmerechts in deze roman schetst van Odette en M is nogal eendimensionaal. M is de in zijn jeugd verpeste duivel, de seksbeluste tiran die iedereen in zijn omgeving in zijn macht hield. De hele wereld draaide om zijn penis. Hij is zo geworden omdat hij in zijn jeugd door zijn ouders is verwaarloosd. Odette is een van zijn slachtoffers: de vrouw die hij in zijn macht had en die handelde uit angst en ontkenningsdrang. Ook haar gedrag komt voort uit haar jeugd: ze voelt zich verantwoordelijk voor de dood van haar vader en haar moeder heeft haar verstikt. Het is een eenvoudig portret dat leunt op eenvoudige psychologische schema’s. Die schieten wat mij betreft nogal tekort om de ‘diepste meanders van de menselijke ziel’ bloot te leggen. Er zijn meer mensen die door hun ouders slecht behandeld worden, maar die ontpoppen zich niet automatisch tot psychopathische moordenaars. En er zijn meer kwetsbare vrouwen die door hun man onderworpen worden, maar die ontwikkelen daardoor nog niet de morele onverschilligheid van deze Odette. In haar verhaal maakt Hemmerechts Odette naar mijn smaak te gemakkelijk tot een ‘gewoon’ slachtoffer en maakt ze van M even gemakkelijk een al te eenduidige duivel.

In de roman is Odette aan het woord en zij is degene die dit eenvoudige schema opwerpt, natuurlijk ook om zichzelf te vrijwaren van schuld en verantwoordelijkheid. Moeten we Hemmerechts er daarom van betichten dat ze Martin menselijker wil voorstellen dan ze is? Je zou ook kunnen stellen dat de schrijfster ons vooral wil laten zien hoe eendimensionaal deze vrouw denkt. Dat roept de vraag op hoeveel afstand er is tussen de vertelstem en de sturende hand van de auteur. Door deze vorm te kiezen maakt Hemmerechts het heel moeilijk om die vraag te beantwoorden: zij is in deze roman alleen aanwezig in de constructie van gebeurtenissen en gedachten. Zoals gezegd, worden Zuster Virginie en Anouk af en toe als tegenstemmen ingebracht, zodat we ook eens van buitenaf naar Odette kijken. Maar uiteindelijk komen dat soort momenten zo sporadisch voor, dat de conclusie moet luiden dat de roman niet veel meer doet dan de eendimensionale gedachtewereld van Odette laten zien. Dat leidt er niet toe dat we Martin beter gaan begrijpen. De roman biedt wel een verhaal over deze vrouw, maar Hemmerechts komt niet tot een (overtuigende) analyse.

Het verschijnen van deze roman was voor het tijdschrift Humo aanleiding om de eerdergenoemde spraakmakende coverfoto te maken. Dat beeld moest illustreren dat Hemmerechts zoals dat heet ‘in de huid van’ Michelle Martin is gekropen. De conclusie moet echter zijn dat het eerder andersom is: Hemmerechts gebruikt Martin in deze roman als een buikspreekpop. Ze heeft gekozen voor een veilige vertelstructuur, waarbij zij het personage van alles en nog wat in de mond kan leggen zonder op enig moment zelf in beeld te komen. Dat leidt ertoe dat de ‘werkelijke’ Martin hier verschijnt als een personage dat we ook in een willekeurige andere roman van Hemmerechts hadden kunnen aantreffen: een personage dat getooid is met de obsessies van de auteur zelf. Ook dat mag natuurlijk, maar het is volgens mij iets anders dan literatuur gebruiken om door te dringen tot historische figuren wier motieven raadselachtig voor ons zijn.

Het is dus opvallend dat Kristien Hemmerechts zelf in de coulissen blijft. Zij is degene die Odette de woorden in de mond legt en die haar transformeert in een ‘Hemmerechts-personage’. Maar ze reflecteert op geen enkel moment op haar eigen positie ten opzichte van Martin. Ze kiest een literaire vorm waarbij ze geen enkel risico loopt, terwijl dat risico misschien nodig was geweest om dit boek overtuigend te maken. Daarvoor had ze te rade kunnen gaan bij schrijvers die eerder hebben geprobeerd om het kwaad te begrijpen. Harry Mulisch probeerde in De zaak 40/61 (1962) Adolf Eichmann te begrijpen en schreef in Siegfried (2001) over Adolf Hitler. In beide boeken deed hij dat door het onderzoek naar het kwaad van de raadselachtige ander te verbinden aan zeer fundamenteel zelfonderzoek: in De zaak 40/61 vraagt hij zich af hoeveel er van Eichmann in hemzelf zit. Hoewel de cover van Humo in zijn huiveringwekkendheid suggereert dat ook deze auteur bereid is zichzelf op het spel te zetten, kijkt Hemmerechts in deze roman te weinig in de spiegel om echt intrigerende, pijnlijke en tot nadenken stemmende literatuur te maken over Michelle Martin en Marc Dutroux.

Links

De Geus, Breda, 2014
ISBN 9789044531589
248p.

Geplaatst op 03/03/2014

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.