Het mislukte wereldtijdschrift

Onzichtbare boeken | Verdwenen boeken

Thomas Heerma van Voss

Een periode van tegenslagen is vaak beter te verteren als die betekenis heeft gekregen. Zo worden de herinneringen eraan tenminste begrijpelijk voor jezelf, en wellicht ook voor anderen. Thomas Heerma van Voss (1990) maakt voor ons ook iets begrijpelijk, namelijk zijn beweegredenen om in de uitgeverijwereld toe te treden. In Onzichtbare boeken en Verdwenen boeken schrijft hij over Babel & Voss, een uitgeverij die maar niet succesvol wil worden. Alle tegenslagen worden dapper opgeschreven, maar wat stond er eigenlijk op het spel?

Onzichtbare boeken en Verdwenen boeken, eerder afzonderlijk verschenen bij Babel & Voss, zijn nu voor het eerst gebundeld door Das Mag, de uitgeverij waarvan overigens een oud-redactielid van Babel & Voss, Daniël van der Meer, medeoprichter is. De twee verhalende essays benaderen vanuit verschillende invalshoeken het verhaal over de kleine uitgeverij. In Onzichtbare boeken gaat Heerma van Voss in op de vele tegenslagen, waar hij in Verdwenen boeken vanuit de Engelse badplaats Douvervourt op reflecteert. Het tweede essay verscheen pas zes jaar later, terwijl het eerste essay al het einde van de uitgeverij verkondigde. Er was blijkbaar toch nog een vervolg nodig; Babel & Voss mocht niet zomaar ophouden te bestaan.

 

Legaal lijmen

Na een korte introductie over hoe Heerma van Voss betrokken raakt bij Babel & Voss, namelijk ter vervanging van zijn broer, vertelt hij over hun ondernemingsplan. Ze willen met een zorgvuldig uitgewerkte strategie boeken uitbrengen en die niet zomaar ‘liefdeloos’ op de markt gooien. Deze overtuiging heeft Das Mag ver gebracht, maar voor Babel & Voss bleek het minder goed te werken. Van begin af aan hebben ze te maken met tegenslagen, maar gelukkig laat de oprichter Reinjan Mulder zich niet zomaar uit het veld slaan. Een sprekend voorbeeld van zijn optimisme is zijn verantwoording voor het drukken van duizend ansichtkaarten, in plaats van de afgesproken vijfhonderd. Mulder: ‘Nu hebben we veel meer om uit te delen, en het was bijna net zo duur als vijfhonderd kaarten. Zo maken we dus meteen al winst.’

Naarmate de tegenslagen zich opstapelen waant Heerma van Voss zich steeds meer in een roman van Willem Elsschot. Zo heeft Mulder wel iets weg van de heer Boorman uit Lijmen/Het been. Deze zakenman houdt zich bezig met acquisitiefraude, door bedrijven te ‘lijmen’ om publiciteit te werven in zijn Wereldtijdschrift. Mulder doet niet aan schimmige zaken, maar de methode waarmee hij bijvoorbeeld schrijvers aan zijn bedrijf bindt en hun boeken probeert te slijten, vertoont zeker overeenkomsten met de lijmmethode. Een groot verschil is wel dat het Wereldtijdschrift winst maakt, terwijl Babel & Voss geen zwarte cijfers weet te schrijven. Het optimisme van Mulder leidt uiteindelijk tot niets, wat hem een heel wat tragischer figuur maakt dan de oplichter Boorman.

 

Laarmans met vangnet

De essays vergelijken met Elsschot is misschien flauw, maar door te kijken naar overeenkomsten en verschillen, wordt het begrijpelijk waarom bepaalde aspecten in Heerma van Voss’ bundel niet het beoogde emotionele effect teweegbrengen. Heerma van Voss en Mulder hebben van tevoren bepaalde ideeën over hoe ze het verhaal willen vertellen. Zo vertelt Mulder tijdens het redigeren dat het ‘véél klungeliger kan’ of dat ‘het spannender is als je de uitgeverij echt laat mislukken.’ Het is dapper dat ze alles zo klungelig mogelijk willen voorstellen, maar tegelijkertijd heeft het iets kunstmatigs. Er waren tegenslagen, zeker, maar als er zo met die tegenslagen gespeeld kan worden, waren ze misschien ook weer niet zo rampzalig.

In Elsschots Lijmen en Kaas lijkt Laarmans op het eerste gezicht geconfronteerd te worden met dezelfde soort tegenslagen als Heerma van Voss. Ze beginnen allebei onervaren aan iets nieuws en komen er op den duur achter dat het vak dat ze uitoefenen in strijd is met hun karakter. Een verschil is dat Laarmans nauwelijks een vangnet heeft. Als zijn kaasonderneming mislukt, zal hij terug moeten naar de scheepswerf. Hij zal weer een burgermannetje worden, terwijl hij zijn burgerlijke leven als klerk juist probeert te ontvluchten. Doordat er zoveel op het spel staat is er voortdurend een bepaalde spanning, die in Heerma van Voss’ essay ontbreekt.

Het drietal van Babel & Voss heeft namelijk niet zoveel te verliezen. Ze hebben genoeg ander werk omhanden, dat niet afdoet aan hun activiteiten bij Babel & Voss. Heerma van Voss noemt bijvoorbeeld terloops zijn publicatie bij een uitgeverij in een chic grachtenpand, zo eentje waar de muren bedekt zijn met ‘een imponerende hoeveelheid auteursfoto’s’. Daniël van der Meer is onder andere bezig met het opzetten van Das Magazin. Voor Mulder heeft Babel & Voss misschien nog wel de meeste prioriteit, maar ook hij heeft er al een flinke carrière in de literaire wereld opzitten. Daarom leek het hem een leuk idee om zijn appartement in Dovercourt te verkopen en met dat geld Babel & Voss op te richten. Als de uitgeverij ophoudt te bestaan, is er dus nog geen man overboord. Met deze kennis in het achterhoofd is het moeilijk om medelijden te krijgen met het drietal. De keuze om alsnog zoveel aandacht te besteden aan de tegenslagen is daarom niet alleen kunstmatig, maar ook overdreven.

 

Verhalen aan elkaar rijgen    

In het tweede essay Verdwenen boeken reflecteert Heerma van Voss op een abstractere manier op zijn uitgeverijavonturen. Mulder wil graag dat hij een afsluitend verhaal schrijft over Babel & Voss, omdat Onzichtbare boeken (volgens Mulder) een groot succes was. Voor hem speelde de uitgeverij geen rol meer in zijn gedachten, maar omdat hij het idee had dat hij niet de volledige waarheid had verteld, was hij wel te porren voor nog een essay.

Het Britse kustplaatsje Douvercourt is de plek waar Heerma van Voss de waarheid denkt te vinden. Hij dacht al een langere tijd aan Douvercourt, vanwege de vele vakanties die hij daar met de familie Mulder heeft doorgebracht. Nadat zijn relatie was stukgelopen, leek het hem goed om er even tussenuit te gaan. Mulder sponsorde hem een ‘poosje’ Douvercourt, want ook hij vond dat er nog iets met die plek moest gebeuren. Op dat moment wist Heerma van Voss eigenlijk nog niet hoe hij Onzichtbare boeken met Douvercourt moest verbinden. Mulder zag het echter wel zitten: ‘Jij hecht dat wel aan elkaar, je bent een schrijver’.

Terwijl Heerma van Voss zijn herinneringen aan Douvercourt verbindt met Babel & Voss, lijkt hij eveneens zijn gemaakte keuzes te overzien. Zo zegt hij bijvoorbeeld dat hij bij de uitgeverij wilde werken, omdat hij het gevoel had dat hij iets moest rechtzetten met Mulder. De vakanties in Douvercourt zijn definitief voorbij, maar bij Babel & Voss kon hij nog steeds met hem samenwerken. Het klinkt nogal vergezocht, vanwege gezamenlijke vakanties bij een uitgeverij gaan werken, maar wat vooral storend is, is dat deze uitleg dient als een rechtvaardiging.

Reflectie op keuzes in een betekenisvolle periode kan een interessant uitgangspunt zijn voor een essay, maar dan moet de lezer wel het idee hebben dat die keuzes ertoe doen. Als er weinig op het spel staat, is er al snel het risico dat het gebeuren meer betekenis krijgt dan het verdient. Maar misschien zijn de mijmeringen over Babel & Voss juist de kracht van het boekje. Het laat Heerma van Voss’ menselijke behoefte zien om overal betekenis achter te zoeken. Voor nu kan hij met een gerust hart terugkijken, Babel & Voss is namelijk met dit boekje afgesloten. Maar ja, dat zeiden ze zes jaar geleden ook.

 

Recensie: Onzichtbare boeken & Verdwenen boeken van Thomas Heerma van Voss door Vincent Kupers

Das Mag, 2020

Geplaatst op 11/02/2021

Tags: Babel & Voss, Daniël van der Meer, Het been, Het nieuwe wereldtijdschrift, Het Wereldtijdschrift, Kaas, Lijmen, Onzichtbare boeken, Uitgeverij, Verdwenen boeken

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.