Poëtisch proza

Huis van de aanrakingen

Peter Verhelst

In het nieuwste boek van Peter Verhelst draait het om vijf, zes verhalen die op het eerste gezicht, en ook op het tweede, en ik denk zelfs op het derde gezicht niet zo heel veel met elkaar te maken hebben. Er is het cijfer 1633. Dat is het nummer van het huis waar een van de hoofdpersonages, de archeologe Tomoko Kidman woont. Het verwijst naar het jaartal waarin Galileo Galilei door de paus ter verantwoording werd geroepen voor zijn stelling dat de aarde om de zon draait. Het is het jaartal waarin de Franse generaal Jean-Baptiste Tavernier in India op zoek gaat naar een levende diamant. In 1633 zouden alle christenen uit Japan verbannen zijn. Het is ook het jaar waarin de grootmogol Sjah Jahan begint met de bouw van het grafmonument voor zijn overleden echtgenote, de Taj Mahal. Naast het cijfer 1633 is er nog de voor Verhelst gebruikelijke afgrondelijkheid in elk van de optredende personages die hier een en ander samenbindt, en die ook maakt dat de verschillende in het boek optredende figuren min of meer hetzelfde streven hebben: thuiskomst.

‘Wat is thuis? Een verhaal met een begin, een midden en op het eind de laatste droom waar we ooit willen aanmeren. Dát is thuis,’ zo staat er ergens te lezen. Als dat thuis is, dan komt er in Huis van de aanrakingen niet werkelijk iemand thuis. De paradox van Verhelsts proza is dat hij weliswaar — al minstens sinds Tongkat, een ‘verhalenbordeel’, zoals de ondertitel luidde — zegt met verhalen bezig te zijn, maar dat wat er op papier komt nooit werkelijk de vorm van een verhaal aanneemt. Van a tot z vertellen is er bij Verhelst niet bij, laat staan een verhaal met een begin, midden en eind. Voordat een door hem verteld verhaal goed en wel op gang is gekomen, heeft hij het al onderbroken, begint hij een ander verhaal te vertellen, dat eveneens in stukken en brokken tot ons komt, voortdurend wordt onderbroken en elders weer hernomen. De voor een geslaagd verhaal onontbeerlijke mogelijkheid je te identificeren, op te gaan in het ‘alsof’ van de geschetste werkelijkheid (hoever die op zich ook van onze alledaagse werkelijkheid af kan liggen) — ze ontbreekt vrijwel altijd bij Verhelst.

Uit sommige interviews kun je opmaken dat het hier gaat om een strategie. Het vriendelijk ondermijnen van het leesgenot van de lezer, zo noemde hij het recentelijk nog. Dat herinnert aan de vervreemdingstechnieken van de avant-garde, die inderdaad tot doel hadden de identificatie tegen te gaan, niet zelden met de duidelijk didactische bedoeling de lezer tot een kritische wereldburger op te voeden: tot iemand die doorheeft dat elke werkelijkheidsvoorstelling uiteindelijk maar een (door eventueel politieke of andere belangen gestuurde) constructie is, maar niet, nooit de waarheid. Als zodanig een wat belegen insteek, inmiddels.

Maar het is niet de enig mogelijke verklaring voor de vorm die specifiek dit boek heeft aangenomen. In Huis van de aanrakingen speelt namelijk de tegenstelling tussen Oost en West een belangrijke rol, zij het ook die op een toch wat voorspelbare manier. Het is het verschil tussen gerichtheid op het doel en aandacht voor de weg, tussen een bij uitstek westerse fixatie op (de juiste) betekenis en de meer oosterse aandacht voor de wegen naar (meerdere) mogelijke betekenissen toe. Dat betekent dat in dit boek de verschillende fragmenten niet zozeer onderdeel zijn van een daarachter liggend, afgerond verhaal, niet zozeer fungeren als puzzelstukjes die op de juiste wijze gelegd zouden moeten worden (of kunnen worden), maar die met elkaar tezamen de mogelijkheid van nog een ander verhaal, of meerdere andere verhalen zouden kunnen vormen. In dit geval betekent het vooral dat de westerse lezer die op zoek wil naar het verband (en naar de aard van het beestje wil hij dat), hopeloos gefrustreerd raakt. Hij komt alleen uit bij de afgrondelijkheid en dat verlangen naar thuiskomst, een verlangen dat in Verhelsts handen vooral metafysica blijft.

Wat overblijft zijn de scherven, scherven die allemaal even schitterend willen zijn en die stuk voor stuk, door de wijze waarop ze tot ons komen, erg veel betekenis suggereren. Een tamelijk willekeurig voorbeeld: ‘Een fakkel staat achter een lotusbloem en maakt de bloemkelk transparant. Tavernier buigt voorover. Zo broos is de kelk dat hij er iets in ziet drijven. Iets wat het voorhoofd tegen het vlies legt. Een gezicht met gesloten ogen. Waarnaast een handpalm. En nog een handpalm. En nog een. En nog een… Een krans van acht handen rond het hoofd.’ Zowel stilistisch als inhoudelijk wordt in dit soort beschrijvingen (en daarvan wemelt het in dit boek; iedere pagina heeft er wel één) een immens diepe, hoge, overweldigend afgrondelijke betekenis gesuggereerd — symboliek van het een of ander. Maar: ‘Natuurlijk weet Tavernier dat wat hij ziet een illusie is, zoals alles in India — alles wisselt en vernieuwt —, zoals alles uiteindelijk een incarnatie blijkt van het eigen verlangen.’

Voortdurend worden in dit boek zeer gedetailleerde beschrijvingen van ruimtes, van een schaakspel, een opgegraven beeld, van een landschap, van bijna alles gegeven met ogenschijnlijk geen ander doel dan de lezer terug te voeren naar een metaniveau. Ze functioneren niet werkelijk op het niveau van de verhalen zelf (dragen daar nauwelijks iets aan bij). Ze vragen aandacht voor zichzelf en leiden in die zin zelfs weg van het verhaal waarbinnen ze voorkomen, om uiteindelijk betekenisvol te worden in een abstract, meer overkoepelend kader, in wat in de klassieke romananalyse ‘het grondmotief’ wordt genoemd.

John Berger schreef ooit: ‘Alle verhalen gaan over veldslagen, in wat voor vorm dan ook, die eindigen in een overwinning en een nederlaag. Alles is gericht op het eind, waar de uitslag bekend wordt. Gedichten,’ zo vervolgde hij, ‘steken de slagvelden over, ongeacht welke uitkomst, verzorgen de gewonden en luisteren naar de tomeloze monologen van wie zegeviert of angstig is.’ Het proza van Verhelst heeft meer met het laatste dan met het eerste te maken. ‘Bij alle poëzie zijn de woorden eerst verschijnselen op zich en dan pas communicatiemiddelen’, schreef Berger ook nog. Dat geldt in hoge mate voor wat Verhelst hier als proza presenteert en het mag dan ook niet verbazen dat een als roman gepresenteerd boek als Huis van de aanrakingen qua communicatie grandioos mislukt.

Als iedere beschrijving je alleen maar terugvoert naar een metaniveau waarop je in niet veel meer dan enkel grote algemeenheden vervalt — ‘alles is veranderlijk’, ‘iedereen wil thuiskomen’, zelfs: ‘we gaan allemaal dood’ — dan wekt het totaal al snel de indruk niets anders dan ‘hogeborstzetterij’ te zijn. Dat hoeft niet per se zo te zijn. Het is maar dat de romanvorm die Verhelst aan het geheel heeft willen geven, de voornaamste reden is waarom je je als lezer op het verkeerde been gezet, en misschien zelfs wat bekocht voelt. Dit is geen roman. Het is, als het dan toch proza moet heten, poëtisch proza — een opschrift dat al tot een heel andere leeshouding dwingt dan het opschrift roman, al zou het tegelijkertijd al op voorhand veel lezers afschrikken, vrees ik.

Of Verhelst met deze keuze nog literair-politieke bedoelingen heeft, valt niet goed uit te maken. Ooit stelde hij dat niemand hem op engagement zou betrappen — een vooral provocerende uitspraak (en dus een leugen) waarmee, denk ik, vooral critici op de korrel werden genomen die hem omschreven als een ‘esthetisch postmodernist’, korter: als een mooischrijver. Maar over het algemeen houdt Verhelst zich, tactisch, ver van de discussies over literatuur. Buiten dat, ik denk niet dat Verhelst hier werkelijk heel bewust gekozen heeft voor een boek dat werd geschreven met de expliciete bedoeling om de lezer hopeloos te frustreren (‘op het verkeerde been te zetten’, zoals het cliché luidt). Huis van de aanrakingen is het soort boek dat Verhelst nu eenmaal schrijft. Voor mij blijft hij eerder dichter dan prozaïst en winnen zijn teksten aan kracht naarmate er meer paginawit omheen staat.

DE LEESWOLF

Overgenomen uit De Leeswolf, jaargang 16 (2010), nummer 3 (april).

Links

Prometheus, Amsterdam, 2010
ISBN 9789044614879
329p.
Bestellen: clk.tradedoubler.com/click?a=1724103&p=67859&g=17297694&epi=1001004006858521 p.

Geplaatst op 09/04/2010

Naar boven

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.