Proza, Recensies

Dodelijk werk

Seizoenarbeid

Heike Geißler

Met begrippen als ‘cruel optimism’ en ‘slow death’ heeft de Amerikaanse cultuurwetenschapper Lauren Berlant proberen te vatten hoe het doorsnee leven in de laatkapitalistische samenleving in regimes gevat zit die dat leven tegelijk onderbouwen en uitputten. Ze richt zich op de double bind van economische reproductiemechanismen die zowel het fysieke als gevoelsmatige leven aantasten: het nastreven van succes en tevredenheid, waardering en erkenning – idealen van een ‘goed leven’ – is gekoppeld aan factoren die je laten voelen dat je niet voldoet, dat je het niet verdient, en die bovendien de oorzaken daarvan bij jezelf leggen. Naast de diagnose van dat zogenaamde goede leven als een langzame uitputtingsslag, analyseert Berlant ook hoe individuen zich proberen te beschermen tegen die destructieve dynamiek. Ze heeft het daarbij niet zozeer over spectaculaire individuele daden – wat zij vormen van ‘melodramatische zelfbeschikking’ noemt die een valse indruk van autonomie wekken – maar over acties die even doorsnee en alledaags zijn als de regimes waartoe ze zich verhouden en vaak niet echt in een vrije wilsbeschikking hun oorsprong vinden. Het zijn handelingen en gedragingen die nagenoeg onopgemerkt een storing in het perfide mechanisme van graduele uitputting teweegbrengen omdat ze ervaringen van genot, troost of bevrijding tenminste tijdelijk onttrekken aan de economie van het overleven. Berlant noemt dit ‘lateral agency’, een zijdelingse, indirecte vorm van ageren die onderbrekingen creëert in het systeem waarin hij ingebed zit.

Het boek Seizoenarbeid van de Duitse auteur en vertaler Heike Geißler, dat in 2014 verscheen en nu in een uitstekende, trefzekere Nederlandse vertaling van Hannelore Roth voorligt, leest bijna als een literaire transpositie van Berlants analyse. Geißler (1977) beschrijft in het boek een job van enkele weken als ‘seizoenarbeider’ bij het e-commercebedrijf Amazon in Leipzig, ten tijde van een drukke kerstperiode. Al van bij het begin maakt de ik-verteller duidelijk dat het hier om een arbeid gaat die ‘dodelijk’ is, behorend tot een manier van leven die ‘het dodelijke’ toelaat: ‘Dus datgene wat ons kapotmaakt.’ Bovendien is er geen ontkomen aan dat mechanisme: ‘Het dodelijke is van nu af aan uw metgezel, dat kan ik al zeggen.’ In elf hoofdstukken, evenzovele stadia uit het leven op en naast de werkvloer, wordt concreet gemaakt waarin dat dodelijke precies schuilt. De job is niet alleen slecht betaald en flexibel qua werkuren, de functie – producten inscannen en ze van de ene doos in de andere leggen – blijft bovendien dermate vaag en zinloos dat ze als het ware ‘gasvormig’ circuleert in plaats van vaste vorm aan te nemen. Net als het werk wordt ook de werknemer willekeurig inwisselbaar, gereduceerd tot ‘gereedschap met een stem’ waar niet eens naar geluisterd wordt. In het bedrijf, dat een informeel discours van familiariteit en egaliteit hanteert – iedereen in de hiërarchie wordt getutoyeerd –, heerst bovendien een cultuur van vernederingen en, vaak seksistische, pesterijen van de werknemers onderaan de ladder.

 

De wet van de precariteit

Geißlers seizoenarbeider, die uit acute financiële noodzaak voor de job solliciteerde, ontwikkelt al gauw allerlei handelingen waarmee ze, al dan niet bewust, met de ondoorzichtigheid en absurditeit van haar taken probeert om te gaan door de zinledigheid ervan nog aan te dikken. Het zijn handelingen die we met Berlant vormen van ‘distraction’ kunnen noemen, van inefficiëntie, verstrooidheid, gebrek aan concentratie. Bij Geißler uit zich dit bijvoorbeeld in een hardleersheid in de basishandelingen van de job, of in het verlangen een eigen, door het bedrijf ongewenste orde en structuur in het werk aan te brengen, of ook nog in veelvuldig rondwandelen en langdurig toiletbezoek.

Seizoenarbeid beperkt de economische analyse van de uitputtende bedrijfscultuur niet tot de multinationale e-commerce. De praktijken bij Amazon zijn slechts de meest evidente gevallen van de ‘verslaving’ aan dodelijk werk waaraan de personages ook in andere arbeidsomstandigheden lijden. Het freelancewerk van de ik-verteller als vertaler is slechts ogenschijnlijk zoveel bevredigender en gebaseerd op zelfbeschikking: haar realiteit is er een van economische precariteit en van onbarmhartige infiltratie van de constante werkdruk in de vrije tijd en het privéleven. Bovendien is die situatie moeilijk bespreekbaar omdat dit soort freelancewerk niet echt als arbeid wordt gezien: ‘enkel tegen mijn beste vriendinnen’ zegt de ik-verteller dat ze geen rust durft te nemen en ze niet weet ‘of wat ik doe nu werk is, of ik het zo wil noemen’. Eerder dan vanuit een soort undercoverpositie de wanpraktijken in verfoeilijke multinationals te willen ontmaskeren, laat Geißler zien hoe het perverse mechanisme van de ‘slow death’ aan het begin van de 21ste eeuw alomtegenwoordig is en een opvatting over werk voortzet die al lang in het economische laatkapitalisme zit ingebakken.

Geißlers boek is voor een deel gebaseerd op eigen ervaringen van de auteur uit 2010, toen ze als seizoenarbeider bij Amazon werkte, zo schrijft ze op haar website. Maar meteen tekent Geißler ook voorbehoud aan bij die eenduidige verwijzing naar het alom bekende bedrijf: ‘A’ is slechts een voorbeeld van velen. Geißler spreekt zich niet uit over het genre van Seizoenarbeid; haar Duitse uitgever Spector Books noemt het boek een essay, uitgeverij het balanseer spreekt over een roman. Eenduidig valt het werk in elk geval niet te categoriseren. Het heeft een duidelijke documentaire inslag, maar is in menig opzicht ook expliciet fictioneel, en beide kenmerken zijn nauw met elkaar vervlochten. Met veel feitelijke informatie en documentatie legt het boek een geëngageerde getuigenis af van een reëel beleefde werkelijkheid. Bovendien spoort die individuele werkelijkheid met een algemenere problematiek zoals die in actuele publicaties wordt aangekaart – de mogelijke verbinding met Berlants analyse is daar slechts een van. De ik-verteller situeert ook zelf haar ervaringen en haar omgang ermee in een ruimer intertekstueel kader: ze is een verwoede lezer en citeert veelvuldig uit allerhande teksten, oude en nieuwe, wetenschappelijke, journalistieke en literaire, die achteraan in het boek volgens de geplogenheden van het wetenschappelijk onderzoek in een literatuurlijst worden vermeld.

 

Net als u en ik

Maar in hoeverre is er in Seizoenarbeid sprake van ‘eigen’ ervaringen? Immers, de opvallendste fictionaliserende techniek, al meteen in het eerste hoofdstuk van het boek, ligt in de aanspreking van een u-personage door de ik-verteller. Met die retorische kunstgreep schept de ik-verteller een soort dubbelganger of beter nog: een plaatsvervanger, die de ervaringen van de ik helemaal zal overdoen: ‘Maar laten we eerst eens vertrekken, u hebt immers een sollicitatie. U gaat op weg, ik vergezel u en vertel hoe alles eraan toegaat en wat u overkomt. U bent vanaf nu onderweg als mij. U bent dus vrouwelijk, onthoud dat alstublieft, want het is op sommige plaatsen belangrijk.’ Als schrijver creëert de verteller met andere woorden een personage dat haar ervaringen van de seizoenarbeid van begin tot einde zal herhalen, en dat personage, daarvoor zorgt de volgehouden u-aanspreking, dat ben ook ik als lezer van het boek.

Het is ongetwijfeld mogelijk om die verdubbeling in ‘u’ en ‘ik’ – in overeenstemming met de marxistische kritiek – als vervreemdingseffect te duiden, leesbaar als de literaire weergave van de vervreemding van de arbeid onder het kapitalisme. Maar de betekenis van die fictionele vertelstructuur voor vorm en inhoud van het boek is veel ruimer. Geißler presenteert hiermee haar verhaal uitdrukkelijk niet als een journalistiek relaas noch als een autobiografische herinnering maar als een rollenspel waarbij ‘u’ overdoet wat ‘ik’ heeft beleefd. En precies in die verbeelde herhaling, die nooit identiek kan zijn met de eigen ervaring, vindt de ik mogelijkheden tot verzet, of althans: verbeelde mogelijkheden van hoe ze het zelf anders had kunnen aanpakken. Want de ‘u’ is als het ware een betere ‘ik’: als seizoenarbeider is de ‘u’ minder timide, doortastender, en laat ze minder met zich sollen, maar zonder een heldin te worden, want de ‘u’, die steeds ook de ‘ik’ blijft, beëindigt het werk evenzeer doodmoe en met verdoofde zintuigen en heeft de raad nodig van de ‘ik’ die op ervaring kan bogen. De verdubbeling creëert bovendien, als in een vervormd spiegelbeeld, ruimte voor humor en zelfspot, momenten waarin ‘u’ en ‘ik’ samen kunnen omvallen van het lachen. En ten slotte is het bij uitstek een figuur die de onvermijdelijke implicatie van de lezer in de thematiek oproept.

Als schrijver van de tekst formuleert de ik-verteller naar het einde toe kort en krachtig: ‘We gaan dit boek niet uit voordat u gehandeld hebt.’ En inderdaad zal de ‘u’ uiteindelijk voortijdig opstappen en onaangekondigd, zonder blikken of blozen het bedrijf verlaten. Toch vraagt de ik-verteller zich meteen daarna af of dit wel volstaat om een ‘handeling’ genoemd te worden. Ja, toch wel, antwoordt ze zelf, maar ze blijft tegelijk ook afwachtend: ‘We zullen zien.’ Seizoenarbeid verheelt niet hoe moeilijk dat handelen is, niet alleen omdat de vanzelfsprekendheid van afstompende werkomstandigheden de ‘overalgastarbeider’ tot diep in lichaam en geest heeft aangetast, maar ook omdat de ‘instinctmatige consumptie’ het systeem in stand houdt – en tot die consumenten behoren ook de flexarbeiders zelf, net als u en ik.

Geißler reikt geen pasklare oplossingen en al helemaal geen utopische alternatieven aan voor haar glasheldere economische analyse. Maar Seizoenarbeid ontplooit precies in de fictionele vertelstructuur, die expliciet aan de verbeelding appelleert, een vorm van activisme. Een schrijvende en lezende ik-verteller herschept haar ervaringen met behulp van een alter ego, de ‘u’ van de tekst, waardoor tegelijk de ander, en met haar de lezer, met aandrang gevraagd wordt in de denkoefening mee te stappen: stel u voor dat u die job uit noodzaak moet uitoefenen. Misschien ligt daarin, in dat gebaar van deelname aan de onderzoekende verbeelding dat de aangesproken lezer kan stellen, een moment van alledaags en speels verzet.

 

Recensie: Seizoenarbeid van Heike Geißler door Inge Arteel

het balanseer, Gent, 2020
Vertaald door: Hannelore Roth
ISBN 9789079202751
205p.

Geplaatst op 27/03/2021

Tags: Amazon, Arbeid, Heike Geißler, Kapitalisme, Lauren Berlant, Seizoenarbeid

Categorie: Proza, Recensies

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.