Signalement: Das unmoralische Geschlecht – Christoph Kucklick

Das unmoralische Geschlecht. Zur Geburt der Negativen Andrologie

Christoph Kucklick

Eén ding is zeker: als een Duits proefschrift, al dan niet grondig herzien, bij de gerenommeerde uitgever Suhrkamp verschijnt, dan creëert dat bijzondere belangstelling. In het geval van Christoph Kucklicks (1963) cultuurwetenschappelijke dissertatie Das unmoralische Geschlecht is er echter nog meer aan de hand. In het verlengde van zijn boek publiceerde Kucklick in 2012 een spraakmakend essay in het weekblad Die Zeit. Daarin bekritiseert hij de wijdverspreide negatieve opvattingen over mannelijkheid – de ‘negatieve andrologie’ – aan de hand van bijvoorbeeld de mediale omgang met de affaire Strauss-Kahn en het debat over het gedrag van investmentbankers. Hier is geen woedende masculinist aan het woord, maar veeleer een aanhanger van de genderstudies die aandacht besteedt aan de onderbelichte aspecten van concepten van mannelijkheid en vrouwelijkheid. Kucklick toont met zijn essay en een aantal andere mediaoptredens – hij is zelf een gearriveerd journalist en hoofdredacteur van een tijdschrift – dat hij bereid is om zijn academische vondsten uit de veilige cocon van de wetenschappelijke nuance te halen, en actuele maatschappelijke vraagstukken te behandelen.

Waarom zien velen onder ons mannen zo bereidwillig als de slechtere sekse? Kucklick vindt de verklaring in een historiserend perspectief. Hij fileert in zijn boek de mechanismen die sinds de achttiende eeuw bij de constructie van mannelijkheid werkzaam zijn. Hij doet dit aan de hand van close-readings van teksten uit de pen van grote geesten als Johann Gottlieb Fichte, Immanuel Kant en Georg Wilhelm Friedrich Hegel, maar ook van andere, duidelijk minder bekende schrijvers en theoretici. Op die manier laat Kucklick zien dat de binaire conceptualisering van mannelijkheid en vrouwelijkheid niet alleen ten koste van vrouwen ging (uitsluiten van politieke participatie, toeschrijven van een gebrekkig intellectueel vermogen, enzovoorts), maar dat ook mannen er een prijs voor moesten betalen: aan hen werd namelijk een ongebreidelde seksuele drift en de neiging tot gewelddadigheid toegeschreven, een ‘probleem’ dat door de superieure morele gesteldheid van de vrouw – en wel achter de gesloten deuren van haar privédomein – ‘opgelost’ moest worden. Concreet confronteert Kucklick bijvoorbeeld de door de visual studies gepropageerde male gaze, de machtige mannelijke (camera)blik die vrouwen tot (seksuele) objecten maakt, met een female gaze van de empathische opvoedster, de huisvrouw. Zij moet naast haar kinderen ook haar man moreel opvoeden, omdat ze geacht wordt meer verstand te hebben van psychologie en omdat ze, anders dan de man, ook altruïstisch zou kunnen handelen.

Niet alle interpretaties van Kucklick zijn even overtuigend. Toch verdient dit boek aanbeveling vanwege een innovatieve zienswijze op de status-quo van de seksen. De crisis van de mannelijkheid is zo bezien namelijk geen late triomf van een (vijandelijk begrepen) feminisme, maar blijkt even oud als de moderne tijd en uiteindelijk, paradoxaal genoeg, door eigen – mannelijk – toedoen ontstaan. Het zou echter een misverstand zijn om daarom van een actief gekozen mannelijke rol te spreken. Het gaat Kucklick om het blootleggen van een discours pur sang, dat wil zeggen een geheel van uitspraken, waarbinnen de protagonisten en intenties niet altijd even duidelijk te benoemen zijn. Met zijn expliciet systeemtheoretische aanpak presenteert hij vrouwen én mannen tot op zekere hoogte als slachtoffers van krachten die tijdens de moderne differentiëring van de maatschappij werkzaam waren. De vaak veronderstelde idealisering van mannelijkheid die ten grondslag ligt aan de asymmetrische machtsverhouding van de seksen is, dat kunnen we met Kucklick concluderen, minder alomvattend dan vaak werd gepostuleerd.

Uiteraard heeft Kucklick door zijn boek en essay een debat losgemaakt. Vanuit de genderstudies komt de kritiek dat Kucklick zich hier innovatiever voordoet dan hij eigenlijk is. De genderstudies zouden het geprojecteerde gehalte van masculiniteit altijd al hebben verondersteld en ook een aantal negatieve aspecten daarvan hebben benoemd. Dat is natuurlijk waar, in zoverre het mikt op de theoretische constructie achter het genderbegrip. Maar wat de specifieke analyse van historische discoursen over mannelijkheid betreft, vult Kucklick wel degelijk een leemte. Daarentegen hebben de masculinisten, die (substantiële delen van) de feministische theorie en genderstudies doorgaans als bedreiging ervaren, in hun zoektocht naar theoretische onderbouwing Kucklicks boek juichend ontvangen. Jammer, lijkt mij, en bovendien grotendeels een misverstand. Mede uit Kucklicks essays blijkt namelijk dat zijn theoretisch betoog de basis vormt voor een pleidooi voor een afscheid van binaire concepties van de seksen. Kucklicks tekst hoort niet thuis in een ideologisch vastomlijnde hoek, maar in het midden van de samenleving.

Links

Suhrkamp, Frankfurt am Main, 2008
ISBN 9783518125380
380p.

Geplaatst op 03/05/2014

Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.