Signalement: De taiga zwijntjes – Astrid Lampe

De taiga zwijntjes

Astrid Lampe

De Singaporese kunstenaar Charles Lim gebruikt in conversaties nogal eens de volgende frase: ‘let’s just show it for what it is’. Die zin impliceert een kritische en zelfreflexieve positie. Deze uitspraak associeerde ik met de nieuwste bundel van Astrid Lampe: De taiga zwijntjes. In alweer haar achtste reguliere bundel beweegt ze van een diep persoonlijke thematiek (de rouw in voorganger Rouw met diertjes uit 2013) naar een vechthouding om anno 2015 een paar rake klappen uit te delen. En om met Arjan Peters te spreken: dat willen we.

Vormexperimenten domineerden de afgelopen bundels ook al: zowel Park Slope (2008) als Lil (zucht) (2010) zijn formeel geëxplodeerd. De spreiding van versregels en woorden was nog grilliger dan die in Stéphane Mallarmés Un coup de dés jamais n’abolira le hasard (1897). Het tweede en derde deel van Rouw met diertjes bestaan uit verknipte bloemlezingregels.

Ditmaal legt Lampe zich opnieuw een formeel principe op: De taiga zwijntjes valt uiteen in twee delen die beide de formele opbouw van T.S. Eliots The Waste Land (1922) volgen. Deel een telt evenveel hoofdstukken en regels als The Waste Land, het tweede deel telt in de woorden van de dichter: ‘evenveel strofen als het aantal regels waarbij noten zijn geplaatst, naar Notes/The Waste Land.’

Lampes poëzie leent zich uitstekend om in te grasduinen en om je mee te laten nemen op de niet-aflatende stroom associaties die ze noteert en oproept:

poëzie dreigt er zijn trauma’s

die de helikopter nooit halen
een staaltje Bagdad
hangt aan knijpers te drogen

Poëzie krijgt hier iets angstwekkends, in eerste instantie vanwege de in dezelfde regel benoemde trauma’s. Daarnaast door het ‘staaltje Bagdad’ dat vastgehouden wordt door knijpers aan de lijn. Lampe plaatst dit stukje Bagdad in een huiselijk tafereel. In dit rustieke beeld (de trauma’s hebben de helikopter niet gehaald, dus die zijn elders) reduceert ze spitsvondig genoeg de voor de hand liggende connotaties die het woord Bagdad in combinatie met trauma’s oproept. Lampe biedt een alternatief aan, namelijk door het uitstellen van be- en veroordeling: haar eigen ‘let’s just show it for what it is.’

In de twintigste strofe van het tweede gedeelte schrijft Lampe:

dreiging
is de architect van de straat
kunstenaars vallen je niet aan maar hebben ook niet
automatisch toegang tot je intieme smartphone

Dreiging is niet de architect van de staat (die namelijk verregaande regulatie door overheidsingrijpen mogelijk maakt en zelfs triggert), maar van de straat, de metafoor voor het dagelijks leven. Staat en straat sluiten elkaar niet uit. Juist in de relatie staat-straat is dreiging een angst die beide in zijn greep houdt. Met het oog op recente mondiale terreurdaden die elkaar in rap tempo opvolgen, lijken deze woorden haast visionair, en wederom wordt de politieke realiteit verbonden met de kunst. In beide citaten blijft de kunst nogal latent: poëzie dreigt en de kunstenaars vallen je niet aan. Gedichten halen niet veel uit, althans, sommige, volgens de exemplarische regel: ‘gedichten zijn pas sneu (qua lichaampje)’. Als het aan Lampe ligt, is het tijd voor een veel actievere houding. Zij neemt een voorhoedepositie in:

antikraak onder je autokap duttend
check mijn skills, adonis
alles met een sterke lust tot fladderen
stante pede bevrijden
recent een jan-van-gent – was ik een hipster

Internet leert me dat een jan-van-gent een assertieve vogel is die er niet voor terugdeinst om vanaf grote hoogte en met hoge snelheid zijn prooi te naderen. Afwachten doet die vogel niet en Lampe evenmin die ‘recent’ als jan-van-gent losgekomen is, haar prooi fixeert en rake klappen uitdeelt. Of zoals Lampe het zelf formuleert: iets ‘als wolkje[s] optekenen’: ‘aan het leger kun je zien / dat gemotiveerde mannen / zich vooral langs de buitenkant / laten bewonderen / kan ik dit in wolkjes optekenen?’ Of nog: ‘een rustig dorp als dit / dat is precies waar Hamas op uit is.’

De reeksen van Lampe ageren tegen de ‘po-eemen’ die ze zo hekelt: ‘nog voor het poëziediner losbarstte was ik die gedichtjes // spuugzat’. Mispoes, want de verzen in De taiga zwijntjes rollen zich uit, zoals ze al sinds haar debuut Rib (1997) doen, althans in deel één. Deel twee is het archief van vierregelige strofen die door die opgelegde vorm minder overtuigen. Als de dichter niet in één hokje te plaatsen is, dan zijn haar gedichten dat ook niet. De formele afbakening in het tweede deel maakt die gedichten dan ook daadwerkelijk sneu qua lichaampje. Het versplinterde eerste deel voelt veel natuurlijker aan, waar ‘de taiga // praat op ons in waaiert uit’.

Net als Charles Lim neemt Lampe een kritische en zelfreflexieve positie in. Dat laatste komt onder andere naar voren in haar relationele benadering van de beeldende kunst waaruit zij graag put. Zo plaatst ze op haar tijdlijn op Facebook veel collages van beeldend materiaal en tekst. Gedicht ‘II’ van het eerste deel opent bijvoorbeeld met ‘how to impress Fontana with a slash’ en die regel verwijst naar een installatie van haar hand onder dezelfde naam. De taiga zwijntjes wordt bevolkt door Piet Mondriaan, Edvard Munch, ‘Het Nieuwste Kleurboek Voor Volwassenen’ en ‘het zaad van Ai Weiwei’. Zo komen niet alleen de ‘wij’ in de bundel, maar ook wij lezers ‘om in het schilderachtige’. Dat wordt opgeroepen door het strooien met namen van vooraanstaande kunstenaars, maar ook door Lampes intermediale benadering an sich, die beeld en tekst radicaal naast elkaar plaatst – collageachtig. Die collages vormen voorstudies van wat er in deze bundel te lezen is en maken integraal deel uit van Lampes kunstenaarschap. Of zoals ze het zelf in haar typische idiolect verkondigt:

mijn poëzie
een wifiwolkje feromonen
en sponslichaam
het oneindige kunstaanbod filteren YEP

Nogmaals: let’s just show it for what it is. De spons is misschien wel de toepasselijkste metafoor voor Lampes poëzie. Een in de realiteit gedrenkte spons die niet onder invloed van natuurkundige processen de realiteit uit haar lichaam laat sijpelen, maar die heel tegendraads en eigenzinnig lekt. Dan is het geen vlekken deppen, maar de plasjes data aanschouwen voor wat ze zijn.

Querido, Amsterdam, 2015
ISBN 9789021400457
49p.

Geplaatst op 30/12/2015

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.