Waarnemen en waargenomen worden

Het smelt

Lize Spit

In de hoogtijdagen van de praatgroepcultuur in de jaren zeventig bezocht mijn vader een praatgroep met het thema ‘Jeugdtrauma’s van Vroeger en Wat Nu’. Die titel is niet alleen hilarisch (‘Jeugdtrauma’s van Vroeger’, alsof ze ergens anders vandaan kunnen komen), maar roept bovenal op tot actie (‘Wat Nu’). Ze legt de nadruk op de mobilisatie van het ego en stimuleert psychologisch-individualistisch engagement: alleen als we afrekenen met de demonen uit ons verleden, kunnen we worden wie we echt willen zijn. De bestseller Het smelt, de tweede uitgave van uitgeverij Das Mag en het debuut van Write Now!-winnares Lize Spit (1988) had perfect in die praatgroep aan de orde kunnen komen als literaire verbeelding van het thema. De miserabele thuissituatie van protagonist Eva heeft tot zulke grote trauma’s geleid dat ze ertoe overgaat zich te wreken op de demonen die haar als kind teisterden.

Homo homini lupus

Bovenmeer, een klein en bedompt gat in de Vlaamse Kempen, vormt het decor van Spits roman. Het fictieve plaatsje doet denken aan Reetveerdegem uit Dimitri Verhulsts De helaasheid der dingen (2006). Vooral omdat het in beide gevallen een artistieke bewerking betreft van een dorp waarin de auteurs zelf zijn opgegroeid (Spit in Viersel, Verhulst in Nieuwerkerken). Daarnaast gaan beide romans over de coming of age van een jongere die opgroeit in een lager sociaal milieu. De psychisch gemankeerde inwoners van Bovenmeer passen uitstekend binnen de mistroostige sfeer waarin Spit een scala aan gruwelijk- en grimmigheden opvoert.

Passages in het heden, waarin Eva zevenentwintig jaar is, worden afgewisseld met retrospectieve delen over haar jeugd, waarin ze samen met slagerszoon Laurens en boerenzoon Pim de ‘drie musketiers’ vormde. Dat is een misleidende term, zo zal later blijken: ‘één voor allen en allen voor één’ is een leus die lang niet altijd opgaat. Integendeel.

‘De mens is voor zijn medemens een wolf’ (homo homini lupus) luidt een Latijns spreekwoord dat vooral bekend is geworden door politiek-filosoof Thomas Hobbes, die ernaar verwijst in De cive (1651). Aan de hand van de genadeloze wijze waarop haar romanpersonages elkaar behandelen, illustreert Spit hoe dat gezegde in menselijke relaties tot uiting komt, hoeveel dierbare vrienden – na verwijdering van schaapskleren – wolfachtige trekken vertonen. In een gruwelijke scène waarin buurmeisje Elisa aan Laurens en Pim opdraagt hun collega-musketier Eva te verkrachten met tuingereedschap, wordt dat het duidelijkst:

‘Weet je wat?’ zegt ze. ‘Bezorgen jullie Eva eens een orgasme. […]’
Elisa grabbelt een paar voorwerpen bij elkaar, die nog steeds naast de deur in het hoekje staan. Ze werpt ze voor de voeten van Laurens en Pim. Een rol ijzerdraad, een riek, de gaatjesmaker. […] ‘Jullie mogen natuurlijk ook gewoon jullie handen gebruiken.’
Pim grijpt meteen naar het metalen, spitse handvat. […]
‘Werk mee, Eva, dan is het zo voorbij,’ zegt hij. ‘Ik weet wat ik doe.’

Plot versus stijl

Plotgedreven romans als Het smelt kunnen soms op enige weerstand rekenen. Het gevaar dat de plot met je wegloopt, dat er verder niets achterblijft dan een ‘goed verhaal’ ligt in zulke gevallen op de loer. Vanaf het begin is het duidelijk dat de protagonist iets radicaals in de zin heeft. De onwetendheid van de lezer daarover vormt de drijvende kracht achter de spanningsboog die de roman tot in de laatste scènes omvat. Tot het einde blijft de suspense aanwezig, houdt de informatiediscrepantie tussen de lezer en het hoofdpersonage over de aard van Eva’s plannen stand. Toch ligt de focus niet uitsluitend op de plot: Spit blijkt te putten uit een rijk reservoir van stilistische spitsvondigheden. Zo laat ze Eva zichzelf niet zomaar omschrijven als een ‘vijfde wiel aan de wagen,’ maar als ‘de reserveband die goed verborgen zat onder in de koffer en waarvan men hoopte hem nooit te moeten bovenhalen.’ Dialogen onderbreekt ze met zinnen als ‘Mensen die naar eender waar willen, willen niet per se ergens heen, ze willen gewoon niet blijven’. Dit soort onderbrekingen vertragen de voortdenderende plot en nodigen uit tot reflectie op Spits formuleringen.

Esse est percipi?

Naast de thematiek van de wreedheid in menselijke relaties is de behoefte om gezien te worden een andere pijler van Het smelt. Maakt een omvallende boom geluid als er niemand in de buurt is om het waar te nemen? Eva zou waarschijnlijk ontkennend antwoorden. Hoewel ze constant bezig is bevestiging voor haar bestaan te vinden, gaat ze zo geruisloos mogelijk door het leven. In het romanverleden zien we dat terug in Eva’s jaloezie tegenover Laurens, die wél een liefhebbende moeder heeft die hem aandacht geeft. Maar áls ze dan eindelijk de volle belangstelling heeft, dan maakt ‘de aanwezigheid van hun ogen, die wegen op [haar] rug, [haar] schouders’ dat ze het liefst in het niets zou verdwijnen. In het romanheden wordt die behoefte geïllustreerd door haar gedrag op sociale media. De online-levens van anderen volgt ze nauwgezet, wat gepaard gaat met een sluimerende fear of missing out; in haar eigen online-leven vindt vrijwel geen sociale interactie plaats:

Ik kijk op het schermpje van mijn telefoon. Geen mails, geen bericht, geen gemiste oproep. Ik zet mijn telefoon op vliegtuigstand, schakel hem opnieuw aan, in de hoop dat dit iets oplevert: een bericht, een tag op Facebook, een verbloemde vraag van iemand die iets nodig heeft, desnoods een factuur of reclame van de bank.
Niets. Het verbaast me niet. Wie niet zaait, niet oogst.

Eva is zowel de ik-verteller als het belangrijkste waarnemende subject van de roman. Alles wordt verteld in haar bewoordingen en grotendeels gepercipieerd door haar zintuigen. Dat beperkt de reik- en draagwijdte van Het smelt. Alles wat we te weten komen over het vertelde en de andere personages is gekleurd door Eva’s beoordeling ervan. Daardoor is een heldere beoordeling van de legitimiteit van haar radicale besluit om zich te wreken voor het haar aangedane onrecht vrijwel onmogelijk. En omdat Eva’s wraakactie allerhande ethische vragen oproept bij de lezer, is zo’n beoordeling wel degelijk nodig. Hoewel we via Eva ook informatie krijgen over de jeugd van Laurens en Pim, ligt de focus ontegenzeggelijk op Eva’s ‘Jeugdtrauma’s van Vroeger’. Het ‘Wat Nu’ van de roman is zelfs volledig verstoken van het perspectief van de andere twee ‘musketiers’. Daar wringt het.

Lezersoordelen over romans die een direct beroep doen op het morele beoordelingsvermogen worden gestuurd door de mate waarin personages stemhebbend zijn. We zijn snel geneigd om te denken dat Eva de waarheid vertelt en het recht aan haar zijde heeft, omdat we de verhaalgeschiedenis hoofdzakelijk vanuit haar perspectief meekrijgen. Spits keuze om Eva als ik-verteller op te laten treden draagt natuurlijk ook direct bij aan de bepaling van het morele zwaartepunt van de roman. Niet Laurens’ of Pims, maar Eva’s innerlijke stem drukt mede daardoor een onevenredig grote stempel op het verhaal. Misschien hebben we een vermoeden, maar we weten niet precies welke processen in de krochten van de kinderzieltjes van Laurens en Pim ertoe hebben geleid om die onvergeeflijke daad te plegen. We weten alleen welke onuitwisbare indruk hun acties op Eva hebben achtergelaten, en welk beeld van hen zich daarna in haar geest heeft gevormd.

Je zou kunnen stellen dat die monoperspectiviteit in dienst staat van de thematiek van de wreedheid in menselijke relaties. Alleen als we ons volledig laten opslokken door Eva’s perspectief wordt het pas duidelijk hoe beestachtig en onbarmhartig onze medemens wel niet is; in dit geval: hoe meedogenloos nevenpersonages Pim en Laurens als kind zijn geweest. Toch blijf ik me afvragen hoe zij ‘het incident’ hebben beleefd, wat zij eraan over hebben gehouden. Wat zou er door hun hoofden heen gaan als ze Eva, na haar jaren niet gezien te hebben, aantreffen boven een blok gesmolten ijs?

De ethische problematiek in Het smelt bevat een metafysische component. We krijgen een werkelijkheid voorgeschoteld die gecentreerd is rondom één centrale waarnemende instantie. Gevolg is dat de romanwerkelijkheid bestaat bij gratie van Eva’s perceptie daarvan – het is dus in de regel Eva’s (psychologische) werkelijkheid. Niet alleen komen we slechts weinig te weten over Laurens en Pim, het gaat verder dan dat: (de daden van) Laurens en Pim bestaan slechts in Eva’s hoofd, daarbuiten niet. Mochten ze ‘omvallen’ in een verlaten bos, dan zouden ze geen geluid maken. Behalve wanneer Eva in de buurt is om dat geluid op te vangen en aan ons door te geven.

Daarentegen kan Eva altijd rekenen op een lezerspubliek dat haar geluiden opvangt. Hoezeer dat ook in schril contrast staat met haar verwaarloosde jeugd, door ons wordt ze per definitie gehoord. Als zijn (esse) gelijkstaat aan waargenomen worden (percipi), dan is de vraag wie er waarneemt en wie er waargenomen wordt van kapitaal belang voor onze morele oordeelsvorming. Het smelt is hiervan een treffende illustratie.

Das Mag Uitgevers, Amsterdam, 2016
478p.

Geplaatst op 11/04/2016

Reacties

  1. Fabian R.W. Stolk

    Mooi en weloverwogen stuk, Roel. Eén dingetje snap ik niet: waarom je schrijft dat ‘Eva’s innerlijke stem […] een onevenredig grote stempel [drukt] op het verhaal.’ En daarvoor noteer je dat het in de roman wringt waar de roman ‘zelfs volledig verstoken [is] van het perspectief van de andere twee “musketiers”.’

    ‘Onevenredig’ betekent, ik zocht het even op, ‘in verhouding tot iets anders niet van de juiste maat of hoeveelheid’ (http://www.vandale.nl/opzoeken?pattern=onevenredig&lang=nn#.VwyMo9RUerU). Het bevat dus een negatief oordeel. Ik begrijp je nieuwsgierigheid naar het perspectief van andere personages, maar om nu van onevenredigheid te spreken, lijkt me wat ver gaan. Zou je m.m. zo’n oordeel ook vormen met betrekking tot, ik noem maar wat, Eva van Carry van Bruggen, of (op het gevaar af de woede van de lezeres des vaderlands over me af te roepen) Nooit meer slapen van W.F. Hermans?

    Beantwoorden

  2. Roel Smeets

    Bedankt voor je reactie, Fabian. De ‘onevenredigheid’ waarover ik spreek heeft heel nadrukkelijk een ethische dimensie. Ik wil zeker niet beweren dat alle ik-vertellingen, op grond van het beperkte perspectief dat ze bieden, ons voor een ethisch probleem stellen. Mijn punt is eerder dat mono- of multiperspectiviteit van groot belang is in romans waarin er een direct beroep wordt gedaan op ons morele oordeelsvermogen. Niet in alle ik-vertellingen is dat, i.e. zo’n moreel appel, het geval natuurlijk.
    Voor zo’n probleem stelt Nabokovs Lolita ons bijvoorbeeld wel. Die roman zorgt grotendeels voor ethische problemen omdat we alleen het perspectief van het hoofdpersonage leren kennen. In dat geval is het probleem: wil ik als lezer wel meegaan in de (perverse/moreel dubieuze) gedachtewereld van Humbert Humbert? In Het smelt is er wat mij betreft ook sprake van zo’n beroep op het morele oordeelsvermogen, zij het van een iets andere aard. De relevante vraag is daar: zijn Eva’s trauma’s een legitieme aanleiding voor haar wraakactie? Of algemener: is het te verantwoorden om op grond van jeugdtrauma’s radicaal in te grijpen in het heden? Naar mijn idee is een antwoord op die vraag in Het smelt moeilijk te geven, omdat het verhaal zich grotendeels beperkt tot Eva’s versie van de betreffende jeugdperikelen. Er is niet genoeg van Laurens’ en Pims kant van het verhaal present om ook hun versie mee te laten wegen in dat oordeel.
    Bovendien is Eva ook niet per se een onbetrouwbare verteller a la Humbert Humbert, waardoor ik als lezer ook niet noodzakelijkerwijs geneigd ben om een kritische afstand tot haar relaas in te nemen. Integendeel: ik ben juist geneigd wél met haar mee te gaan
    Daarmee kom ik op mijn volgende punt: monoperspectiviteit is ook zeker niet altijd een slechte zaak. In Lolita draagt dat juist enorm bij aan het fascinerende morele appel dat de roman op de lezer doet. In Het smelt vind ik dat dat morele appel juist door die monoperspectiviteit niet goed uit de verf komt, of in ieder geval op een te eenzijdige manier voor het voetlicht gebracht wordt.
    Hopelijk heb ik zo een en ander verhelderd.

    Beantwoorden

  3. Fabian R.W. Stolk

    Ja, Roel, daarmee verhelder je wel het een en ander, en waarschijnlijk om me van je gelijk te overtuigen, maar dat is dan toch nog net niet gelukt.

    Die ethische dimensie, die is helder, zowel in je recensie als in je reactie. Maar mijn aangrijpingspunt was eerder narratologisch: ik refereerde immers aan je opmerking dat de roman volledig verstoken is van een ander ‘perspectief’ dan dat van Eva, en dat de ‘innerlijke stem’ van Eva een onevenredig grote stempel ‘op het verhaal’ drukt. Een en ander wekt de indruk dat je een disbalans in de vertelling signaleert (en ik zou willen zeggen: eerst komt de vertelling, dan de moraal). En ook in je reactie ga je op de vertelling in: het verhaal ‘beperkt’ zich, zeg je, ‘grotendeels […] tot Eva’s versie van de betreffende jeugdperikelen’.

    Ik denk echter dat het verhaal zich daar niet als gevolg van een defect, een een gebrek, een onevenredigheid toe beperkt, maar dat dat ene perspectief juist willens en wetens precies is wat dit verhaal wil vertellen (ik weet even niet hoe ik dit moet formuleren zonder dat rare ‘willen’). Het smelt wil niet (ook) weer een keer het perspectief van de puberjongens aanbieden, niet (ook) dat van de daders, maar (alleen) dat van het het meisje, van het slachtoffer. Het boek, zoals ik het las, zegt alle bladzijden lang: denk, lezer, hier nu maar eens over na, en niet weer over dat andere. Zoals Rutger Pontzen dat doet in Nu ik, zoals Connie Palmen dat doet in Jij zegt het, zoals Hagar Peeters dat doet in Malva, zoals Marcellus Emants dat deed in Een nagelaten bekentenis, ook al zijn dat misschien niet allemaal precies zuivere ik-vertellingen, maar wel behoorlijk monofocale verhalen (en als verzameling voorbeelden zijn ze Lezeres des Vaderlands bestendig).

    Je stelt verder dat wellicht niet alle ik-vertellingen ons, lezers, op grond van het beperkte perspectief, voor een ethisch probleem stellen. Ik denk dat het tegendeel het geval is, in wezen. Dat ieder verhaal zo’n probleem kan stellen (zie bijvoorbeeld Pols’ reactie op het boekenweekgeschenk; dat boekje bleek een fikse trigger voor morele verontwaardiging).

    Een aan het eerdere verwant probleem lijkt me dat je stelt dat ‘een heldere beoordeling’ van de legitimiteit van Eva’s radicale besluit zich te wreken, vrijwel onmogelijk is. Mij dunkt dat een roman het middel bij uitstek is om een probleem te schetsen, te omcirkelen, om benaderingen te suggereren, juist waar een heldere (eenduidige?, eerlijke?, rechtvaardige?) beoordeling (nog) niet voorhanden is. Dat een roman helpt denken. Zoals Het smelt jouw denken in gang zette over het probleem dat het schetst. Het is moeilijk helder te oordelen over iets wat Hobbes karakteriseerde als ‘nasty, brutish and short’.

    Beantwoorden

  4. Erik de Smedt

    Los van de narratologische (niet van de ethische) kwestie: wat mij bij het lezen van ‘Het smelt’ heeft verbaasd, is dat de wraak van het slachtoffer Eva zich vooral tegen zichzelf keert, waar ik verwachtte dat ze met een blok ijs een ander (de schuldige(n) aan haar trauma) zou willen treffen. Daarmee is ze eerst schuldig-schuldeloze mededader, vervolgens slachtoffer, dan weer even dader en uiteindelijk vooral slachtoffer (na haar zelfdoding, die de anderen weliswaar weer met schuldgevoelens kan opzadelen, of tenminste met inzicht).

    Helemaal verrassend is de afloop natuurlijk niet: de eerste scène die me overrompelde, was de demonstratie van Eva’s vader, een soort handleiding hoe je je het best kunt ophangen. Een bizarre invulling van de vaderrol, van hem die leven heeft gegeven en tot leven zou moeten opvoeden. Uiteraard traumatiserend, al herinner ik me ook momenten waarop Eva een andere weg lijkt te kiezen: tegen haar egoïstische en laffe ouders in, de blijvende bekommernis om haar hulpbehoevende zusje bijvoorbeeld, culminerend in het besluit om haar naar het ziekenhuis te brengen, weg te halen uit die verstikkende omgeving.

    In hoever ben je speelbal van je omgeving (vroeger wel ’s noodlot genoemd)? In hoever kun je je leven richting geven? Hoe amoreel ‘Het smelt’ ook geschreven lijkt, die vraag naar autonomie en heteronomie komt er heel dwingend uit naar voren. En de vraag hoever je kunt meegaan in iets waar je het moreel eigenlijk niet mee eens bent: het Milgramexperiment, in een pubercontext.

    Beantwoorden

  5. Roel Smeets

    Eerst het verhaal, dan de moraal – lijkt me een legitiem uitgangspunt voor het bespreken van een literair product, Fabian. Blijkbaar is het niet helemaal duidelijk geworden, maar de inzet van mijn recensie was om te demonstreren hoe formeel-narratologische keuzes van de auteur wat betreft narratieve modus (hier: ik-vertelling) en focalisatie (hier: hoofdzakelijk gecentreerd rondom één focaliserend subject) bijdragen aan een ‘probleem’ of ‘dilemma’ aan de kant van de lezer.

    Die ‘disbalans’ in perspectief gaat wat mij betreft ook heel concreet over welk personage hoe vaak en waar in het verhaal focaliserend subject, dan wel gefocaliseerd object is. Dat dat uit balans is, i.e. Eva is meestal focaliserend subject en Pim en Laurens over het algemeen gefocaliseerd object van haar waarnemingen, hoeft niet per een defect te zijn. Ik kan best mee in je argument dat Het smelt juist het perspectief van het gemankeerde meisje ‘wil’ laten zien, ook al gaat dat ‘ten koste’ van het perspectief van de puberjongens – dat is misschien ook wel te prijzen ja, dat de roman heel nadrukkelijk het verhaal van het verschopte meisje, het vijfde (in dit geval: derde) wiel aan de wagen vertelt.

    Desalniettemin vind ik, en hiermee reageer ik ook op Eriks reactie, dat die disbalans in perspectief er voor zorgt dat morele labels als ‘goed’ en ‘kwaad’ op een te simplistische manier op de personages geplakt worden. Hoewel Eva zowel slachtoffer als dader is, blijven Pim en Laurens hoofdzakelijk dader. Wat mij betreft is het moeilijk om sympathie op te brengen voor die laatste twee, waardoor ik snel geneigd ben om ze als schuldig en moreel corrupt te bestempelen. De roman deelt de wereld te eenvoudig op in twee kampen: ‘goede’ personages (Eva) en ‘kwade’ personages (Laurens en Pim) – terwijl zoiets over het algemeen een stuk complexer in elkaar zit, me dunkt.

    Natuurlijk kan ieder verhaal in theorie aanleiding zijn voor morele bezwaren van welke aard dan ook, maar je bent het vast met me eens dat niet elke roman zo direct dergelijke vragen op roept. Dat Het smelt dat heel duidelijk wel doet (zoals Erik ook aangeeft in zijn laatste alinea) vind ik zeer prikkelend. De roman is daar zeer dwingend in: je moet je bijna wel afvragen of Eva’s zelfmoord ethisch te verantwoorden is (ook al kun je daar dus niet per se een ‘helder oordeel’ over vellen). En het is precies omwille daarvan dat ik afstand neem van de roman, dat ik niet zomaar mee ga in Eva’s verhaal. Volgens mij zit de wereld complexer in elkaar dan de ‘goed’-‘kwaad’ /’schuldig’-‘onschuldig’ / ‘dader-slachtoffer’ dichotomie die de roman uiteindelijk toch in stand houdt.

    Beantwoorden

  6. Fabian R.W. Stolk

    ‘De roman deelt de wereld te eenvoudig op in twee kampen: ‘goede’ personages (Eva) en ‘kwade’ personages (Laurens en Pim) – terwijl zoiets over het algemeen een stuk complexer in elkaar zit, me dunkt.’ Daarmee ben ik het alleen eens, Roel, als je de rol van de lezer niet betrekt bij het begrip/concept ‘roman’. Dan is het hele verhaal klip en klaar: die jongens waren erg fout, Eva’s reactie is erg goed. Maar een roman is er toch pas wanneer de lezer de roman leest, waarneemt, interpreteert (en daarvan verslag uitbrengt). En een beetje geverseerd lezer ziet toch dat Eva’s wraak vanuit haar perspectief weliswaar te rechtvaardigen is, maar los daarvan bezien, zoals Erik aangeeft, nogal merkwaardig is: de ander proberen te beschadigen door jezelf te vernietigen. Dat besef van de lezer stelt toch – hoop ik – het in het verhaal dominante perspectief van Eva ‘im Frage’? En dat is toch onderdeel van de roman? Om nog een zijsprong naar een ander werk te maken: Muidhond van Inge Schilperoord is nogal monofocaal, maar is – hoop ik – in des lezers verwerking des ondanks toch geen onevenwichtig, eenzijdig betoog met de strekking: eigenlijk best zo gek nog niet, die pedofilie!? M.m. dacht ik dito qua Het smelt.

    Beantwoorden

  7. Roel Smeets

    Ik weet zo net nog niet of dat voor iedereen zo duidelijk is, Fabian. En mijn begrip van ‘de lezer’ is ook niet noodzakelijkerwijs een geverseerde, of professionele lezer – daar valt wat mij betreft iedereen onder. Merkwaardig is het zeker, die wraak, maar ik denk dat die merkwaardigheid niet zo manifest is als jij beweert en dat men een en ander niet automatisch ‘im Frage’ stelt – en daar is het monoperspectief van Eva grotendeels debet aan is, naar mijn idee.
    Over Muidhond, en ook over Het hout, verschijnt binnenkort een bijdrage van mij (en iemand anders) in de Jonge Wolven rubriek van DWB. Dit onderwerp komt daar uitvoerig aan de orde. Zeer interessante cases in dit verband.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.