roman, Signalement

Op wie steun je, als je partner instort?

Ik ben er niet

Lize Spit

Lize Spit (1988) debuteerde vier jaar geleden met Het smelt (2016). Het vuistdikke boek werd bekroond met de Bronzen Uil, de Boekhandelsprijs en de Hebban-Debuutprijs. Daarnaast werd het benoemd tot ‘NRC Boek van het Jaar’ en stond het op de shortlist van de Libris Literatuurprijs en de Premio Strega Europeo. Er zijn meer dan 200.000 exemplaren van verkocht, vertalingen verschenen in twaalf landen en er komt een film. Met zo’n prestatie kon het niet anders dan dat lezers reikhalzend uitkeken naar een nieuw boek van Spit. Hoewel haar tweede roman Ik ben er niet (2020) wisselend is ontvangen, is voor mij in dit boek het tempo beter en de thematiek vele malen interessanter dan in haar debuut. Waar de hoofdpersoon in Het smelt tot het uiterste gaat om te ontsnappen aan de ijzeren greep van haar verleden, schrijft Spit in Ik ben er niet over hoe moeilijk het is om het huidige, geromantiseerde ideaal van een succesvolle dertiger – met een gezin, een koophuis en een succesvolle carrière – te moeten loslaten.

Spit heeft een masterdiploma Scenarioschrijven van de Brusselse Media- en Theaterschool RITSC op zak en dat zien we terug in dit boek. Om te beginnen heeft hoofdpersoon Leo ook film gestudeerd in Brussel, iets wat Spit in het eerste hoofdstuk al ter sprake brengt. Het boek opent met een hoofdstuk getiteld ‘Nog 11 minuten, winkel’, een haast cinematografische titel die direct spanning creëert, want waar tellen we naar af? Terwijl de lezer nieuwsgierig wordt, legt Leo uit waarom de scène clichématig is, maar achteraf wordt uit deze analyse ook duidelijk hoe Spit ons de rest van het boek op het puntje van onze stoel zal houden. En terwijl de lezer nog twijfelt of de beginscène onderdeel is van het verhaal, of slechts (om nog een cliché aan te halen) een droom, neemt Spit je mee terug naar acht maanden eerder, wanneer Simon, de vriend van Leo, laat in de nacht thuiskomt met een tattoo achter zijn oor.

Het aftellen is begonnen. Al snel wordt duidelijk dat deze acht maanden de aanloop zijn naar de beginscène. We leren Leo kennen, de verteller, die met Simon in Brussel samenwoont. Leo’s sociale contacten beperken zich tot haar vriendin Lotte en diens partner Coen, een collega van Simon. Verder terug in Leo’s verleden zien we hoe haar moeder constant gekleineerd wordt door haar vader. Na haar moeders dood weet Leo te ontsnappen naar Brussel, waar ze Simon ontmoet. Ze voelt een verwantschap met Simon als ze hoort dat zijn moeder ook dood is. Haar ‘scheefgezakte pilaar’ kan eindelijk tegen een andere scheve pilaar hangen en zo kunnen ze, zoals de achterflap omschrijft, ‘steviger […] staan dan een ongeschonden, op zichzelf staande pilaar ooit kon’.

Ondertussen tikt de klok door. Spit wisselt lange, meanderende terugblikken naar het verleden af met korte, snelle hoofdstukken waarin Leo in een rotvaart door Brussel fietst op weg naar een onheil dat steeds onvermijdelijker lijkt. In de terugblikken, die qua tempo en stijl lijken op Het smelt, wandelen Leo en Simon in eerste instantie gemoedelijk richting een stabiele toekomst. Plotseling volgt dan kort op elkaar het nieuws van de verloving en de zwangerschap van het bevriende stel Lotte en Coen. Coen, die de functie heeft die Simon had willen hebben. Coen, waarin Simon de pestkop uit zijn jeugd herkent. Coen, die een groter huis heeft, de moed had zijn vriendin ten huwelijk te vragen en genoeg stabiliteit kent voor gezinsuitbreiding.

Leo ziet hoe Simon ervan overtuigd raakt dat Coen het niet alleen beter heeft, maar ook dat hij actief Simons leven saboteert. Deze paranoia wordt steeds groter en ingrijpender in Simons leven, en daardoor ook in dat van Leo. Krampachtig probeert Leo de oude Simon weer te pakken te krijgen. In prachtige zinnen weet Spit te vangen hoe wanhopig ze stabiele grond probeert te vinden:

Het was me steeds minder duidelijk waar hij heel de nacht mee bezig was. Inkijk krijgen in zijn gedachten ging moeilijker, hij wilde niet uitweiden […]. Hij bewoog zich door het huis als een stukje verdwaalde eierschaal in losgeklopt eiwit, elke keer dat ik er mijn vinger op wilde leggen vond hij een manier om eronderuit te glippen.

Door de extremen in de mentale gezondheid van Simon is het verleidelijk om voorbij de mentale gezondheid van Leo te kijken. Spit maakt het de lezer nog moeilijker om een goed beeld van Leo te vormen door het verhaal vanuit Leo’s perspectief te vertellen. Vanaf het begin van de roman speelt ze allerlei mogelijke doemscenario’s af in haar hoofd. Spit neemt de lezer op deze manier mee in de groeiende paniek en omdat de angst bij Leo al vanaf het begin constant aanwezig is, is het moeilijk om als lezer te zien welke angst rationeel is en welke niet. Spit geeft je een paar voorbeelden van wat er kan gebeuren en met de hulp van Leo’s paniek wordt de lezer ook uitgedaagd om het allerergste te bedenken:

Steeds dezelfde beelden. Alsof er in mijn hoofd een gleuf zit waar iemand zo’n kartonnen View-Masterschijfje met stereofotootjes in heeft geschoven dat roteert, elke keer als ik het beeld wegklik schuift er een nieuw maar even verschrikkelijk plaatje uit dezelfde serie voor mijn ogen. Ik zie alleen manieren waarop het fout zou kunnen aflopen.

Leo zoekt hulp om te breken met haar constante doemdenken en andere aangeleerde problematische gedragspatronen. Toch is de angst dat ze zonder de houvast van die patronen niets meer heeft om op te leunen sterker. En dus ziet Leo dat ze nooit méér zal zijn dan een tegenpool van Simons gedrag. Ze zal hem altijd neerhalen als hij te hoog vliegt en hem pas helpen opbouwen als hij in een hoopje aan haar voeten ligt.

Net als Het smelt gaat Ik ben er niet over trauma en hoe dit gedragspatronen vormt. Waar in Het smelt de hoofdpersoon van binnenuit wordt verteerd door deze trauma’s, totdat de enige uitweg lijkt te zijn om haar eigen lichaam te gebruiken in een daad van wraak, onderzoekt Spit in Ik ben er niet deze gedragspatronen binnen een liefdesrelatie. Op een vergelijkbare manier kent Het smelt een hoofdpersoon die niet verder kan kijken dan haar verleden, maar Leo probeert juist in Ik ben er niet een toekomst te bouwen die losstaat van haar verleden. Helaas blijkt die toekomst niets anders dan een opgeklopt luchtkasteel. Ook Leo lukt het niet om te ontsnappen.

Ik ben er niet is een roman over vertrouwen, maar het is ook een boek over de realiteit van het dertiger-zijn. Het moment waarop belangrijke keuzes gemaakt moeten worden staat centraal. Blijf ik voor de rest van mijn leven samen met mijn partner? Kunnen we een gezin beginnen? Moet ik trouwen, kinderen krijgen, promotie maken, zoals iedereen om me heen? De personages hebben het gevoel achtergelaten te worden als ze nog niet klaar zijn voor zulke stappen. Wat overblijft is de optie om met elkaar te breken en het opnieuw te proberen, maar geen van hen durft zonder de steun van de ander door te gaan. Om toch nog een toekomst te hebben, stelt Ik ben er niet, kan je er ook voor kiezen om dan maar die verbeelding van de ideale toekomst uit te wissen.

Een signalement over Ik ben er niet van Lize Spit door Suzanne Peet.

Das Mag, Amsterdam, 2020
ISBN 9789493168718
576p.

Geplaatst op 15/11/2021

Tags: dertigers, relaties

Categorie: roman, Signalement

Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.